Mager akkoord Bali

Op het nippertje hebben de onderhandelaars van bijna 190 landen op Bali hun gezichten gered met een vage agenda voor de wereldwijde reductie van de uitstoot van broeikasgassen. Harde doelstellingen worden pas volgend jaar in Kopenhagen vastgelegd. Het is te hopen dat de nieuwe Amerikaanse president tot meer leiderschap in staat is. Het is al winst dat de Amerikanen als grootste vervuilers hun handtekening zetten. De concrete doelstellingen van het Kyoto-protocol dat tot 2012 van kracht is, zijn nooit door Amerika geratificeerd.

De agenda is mede te danken aan stevige druk van Europa, dat het Amerikaanse leiderschapsvacuüm deels heeft opgevuld. Omdat afspraken over uitstoot economisch van aard zijn, kan Europa zich van zijn sterke kant laten zien. De Europese doelstelling, een reductie van 25 tot 40 procent tot het jaar 2020, is in het akkoord terechtgekomen, zij het in een minder belangrijke voetnoot.

De Europese landen kunnen evenmin als de VS tevreden achteroverleunen. Zij hebben matig gepresteerd bij de uitvoering van het huidige Kyoto-protocol, dat talloze vluchtwegen kent. Uitstoot kan symbolisch worden gecompenseerd door de aankoop van te laag geprijsde emissierechten. Het heeft weinig zin om te betalen voor een stuk bos dat toch niet zou worden gekapt. De rijke, westerse landen hebben tot dusver weinig offers gebracht voor de re ductie van CO2-uitstoot en dat maakt hun belofte tot beterschap weinig overtuigend.

De inzet van rijke landen is onmisbaar om de ontwikkelingslanden te laten meewerken. Voor een arm land is de uitstoot van broeikasgassen met onzekere gevolgen voor het klimaat abstract vergeleken bij directe noden als besmettelijke ziekten, slechte behuizing, vuil drinkwater en werkloosheid. Ondanks grotere luxe en meer vervuiling per inwoner hebben de rijke landen nog steeds andere prioriteiten dan vermindering van de uitstoot.

Rijke landen kunnen ook niet gelijk oversteken met China dat weliswaar groeit, maar per inwoner de helft minder CO2 uitstoot. Wel lost het volgend jaar in absolute cijfers de Verenigde Staten af als grootste vervuiler van de wereld. Pas als rijke landen het voortouw nemen, zullen de arme landen volgen. Amerika heeft terecht hun medewerking geëist. Indonesië is de op twee na grootste CO2-producent van het jaar, mede door het met Chinese hulp kappen van oerbos.

Het is goed dat is afgesproken dat ook armere landen verifieerbare maatregelen nemen om hun uitstoot op kleinere schaal te reduceren. Het is de bedoeling dat het daartoe ingestelde VN-fonds twee tot drie miljard euro per jaar erbij krijgt. Rijke landen moeten armere landen helpen om zuinig te zijn met energie en met hulpbronnen. Ook daarom is het toe te juichen dat Amerika en Australië weer aan boord zijn. Tot nu toe hebben regeringen zich met symbolische maatregelen rijk kunnen rekenen. Na Kyoto en Bali moet het echte werk beginnen.