Maar de echte knoop is niet doorgehakt

De top op Bali is geslaagd omdat de Verenigde Staten binnenboord gehaald zijn.

Grote vraag blijft of rijke landen bereid blijken zelf welvaart in te leveren.

Geslaagd. Dat was het commentaar van betrokken politici op de zaterdag afgelopen klimaatconferentie. Er is een akkoord, dat een „vitale stap voorwaarts is” (de Britse premier Gordon Brown), dat „precies is wat we wilden” (de Portugese minister van Milieu, Humberto Rosa, die namens de Europese Unie de onderhandelingen voerde), dat getuigt van „een geest van flexibiliteit en compromisbereidheid” (Ban Ki-moon, secretaris-generaal van de Verenigde Naties) en dat aantoont dat „iedereen bereid was in te leveren” (de Nederlandse minister van Milieu Jacqueline Cramer).

Maar toch. Na alle grote woorden in de aanloop naar de conferentie valt het resultaat een beetje tegen. Als klimaatverandering werkelijk de uitdaging van de éénentwintigste eeuw is. Als het waar is dat tientallen miljoenen mensen erdoor getroffen kunnen worden en alles wat ze bezitten dreigen kwijt te raken. En als klimaatverandering in de toekomst een bron van oorlogen en allerlei onvermoede bedreigingen zou kunnen zijn – dan is het resultaat mager.

Want dat resultaat is dat zo’n 190 landen het eens zijn geworden over een agenda voor volgende onderhandelingen. Die moeten in 2009 leiden tot een nieuw klimaatverdrag, voor als in 2012 het Kyoto-protocol afloopt. Meer zat er niet in. En dat resultaat werd ook nog maar net gehaald. In ‘blessuretijd’ werden de Verenigde Staten – met China de grootste dwarsligger – over de streep getrokken.

Intussen was het akkoord al lang ontdaan van alle scherpe kantjes. Er werden geen bindende doelstellingen over het terugdringen van broeikasgassen vastgelegd. Want zoals de Amerikaanse onderhandelaar Harlan Watson op Bali voortdurend zei: wat je in een akkoord opschrijft, kan heel makkelijk een eigen leven gaan leiden. Er werden zelfs geen richtlijnen voor die doelstellingen vastgelegd.

Ook de ontwikkelingslanden kregen wat ze wilden. Niet te veel verplichtingen. En de toezegging van veel geld om hun tropische bossen te redden.

Het is dan ook begrijpelijk dat milieuorganisaties teleurgesteld zijn. „We zeiden dat we een routekaart nodig hadden”, aldus Tony Juniper van Friends of the Earth. „Maar deze conferentie is er niet in geslaagd om een bestemming aan te geven.”

Vooraf was hiervoor gewaarschuwd. Bijvoorbeeld door de Nederlander Yvo de Boer, secretaris van de conferentie op Bali. Als we in staat zijn een agenda te maken voor onderhandelingen die over twee jaar een nieuw verdrag kunnen opleveren, hebben we het goed gedaan, zei die al van tevoren.

In die twee jaar zal bovendien moeten worden voorkomen dat de onderhandelingen oeverloos worden, in plaats van naar een concreet resultaat toe te werken. En voor zo’n resultaat zal toch ooit een antwoord moeten worden gegeven op de vraag: welke verplichting is elk land bereid op zich te nemen om klimaatverandering tegen te gaan?

Dan gaat het niet alleen om fondsen voor arme landen om zich aan klimaatverandering aan te passen. Of om overdracht van technologische kennis, zodat alle landen in de wereld ervan kunnen profiteren. Nee, dan gaat het ook over de vraag of landen bereid zijn maatregelen te nemen die ten koste gaan van economische groei en stijgende welvaart.

Europa zegt al veel langer dat te willen. Dus is het wachten nu op de Verenigde Staten. Wat dat betreft is Bali een stap in de goede richting. Want óók de VS hebben hun handtekening gezet onder een tekst waarin staat dat „een grote reductie van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen is vereist om het uiteindelijke doel te bereiken” en gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen. En dat uitstel van deze reductie grote gevolgen kan hebben voor het klimaat. Dat is meer dan de VS ooit hebben gezegd.