Lichtjes in Leiden, maar niet op z’n Amerikaans

Veertig mensen hebben zich ingezet om het Leidse stadhuis te verlichten.

Er hangen LED-lampen en ruitenwissers aan de gevel.

„Wat is dit nou? 1929 is nog niet eens 80 jaar geleden!” De ijspegelkerstlichten die over de gehele breedte van de voorgevel van het Leidse stadhuis hangen, roepen de juiste associatie op. Ze branden nog niet. Elk moment kan alle verlichting aangaan, als Lichtjes Leids wordt geopend door een act van de brandweer gebaseerd op de historische foto van 1929. Daarop proberen twee dappere brandweermannen met bevroren snorren in strenge vorst (min 18 graden) de uitslaande brand van het stadhuis te bedwingen, in vol ornaat uitgerukt met maar liefst beide spuiten.

Het publiek stroomt intussen toe – „De boel gaat zo in lichterlaaie!” – terwijl de stadsbussen zich ongemoeid tussen hen door de smalle Breestraat blijven wringen. „Ik dacht dat de brandweer altijd binnen 8 minuten ter plaatse moest zijn”, wordt opgemerkt, maar het enige dat arriveert is een politieauto. „Wat is hier aan de hand?” „De lichtjes gaan zo aan”, licht de begeleidster van het community art-project, Jennefer Verbeek, toe. De politie rijdt weer verder. Onder leiding van beeldend kunstenaar Resi van der Ploeg is met een groep bewoners deze kerstversiering voor het stadhuis gemaakt. Verbeek: „Toen theatermaker en mede-initiatiefnemer Paul Koek (de Veenfabriek, red.) in kersttijd door Leiden-Noord fietste en al die versierde huizen zag, ontstond het idee om het enthousiasme en de creativiteit van die bewoners zichtbaar te maken voor de hele stad.” Het project is geënt op twee thema’s: de brand van het stadhuis in 1929 en de functie van Leiden als stad van vluchtelingen.

Opeens komt er een antiek brandweerautootje de bocht om, waar twee brandweermannen met professionele vries-schmink en spierwitte snorren uitspringen die geheel geoefend de authentieke bluspose aannemen. En de lichtjes floepen aan. IJspegels aan de voorzijde, een rendier en twee op de maat van het carillon meeknikkende hertenkoppen en meterslange guirlandes aan de kant van het plein. De achterkant, waar de markt nu met veel kabaal scheidende is, is versierd met sterren en engelen die alle nationaliteiten uitbeelden met een muziekinstrument. Verbeek: „Al weet ik echt niet meer welk land er bij die triangel hoort.” De toren staat in hel blauw licht – „een arena-spot, daar heb ik blauwe filters opgezet” – en is versierd met lichtslierten die ritmisch aan- en uitspringen.

Een voorbijganger spreekt Verbeek aan: „Bent u van de organisatie? Het valt me wel een beetje tegen. Ik kom net uit Neurenberg en daar staat alles van onder tot boven in het licht. Dit is wel wat summier.” Verbeek legt uit dat dit project tot stand is gekomen op basis van ideeën en krachten van de groep bewoners uit Leiden-Noord. Zij hebben alles bedacht en gemaakt met behulp van de professionele kennis van Van der Ploeg. En met het geregel en genetwerk van Verbeek. Zij onderhield het contact met sponsoren, ambtenarenapparaat en technici maar ook de individuele ambtenaren die hun kamer niet wilden afstaan om even een stopcontact te zoeken.

Dat is het bijzondere van dit project. Het is het resultaat van een groep van veertig man die hier heel veel wielen zelf hebben uitgevonden. Het gebouw is een monument waar niet ongestraft in de gevel getimmerd mag worden. Bovendien wilden de bewoners de verlichting zo zuinig mogelijk realiseren. Zodoende is er bijna alleen maar gebruikgemaakt van led-lampen en is alles uiteindelijk op twee groepen aangesloten.

„Die knikkende hertenkoppen moesten heen en weer op de maat van het carillon. Tegengesteld knikkend dus, maar wel tegelijk eindigend. Een van de bewoners kwam uiteindelijk op het idee om daar een ruitenwissermechaniek voor te gebruiken”, zegt Verbeek. Ze heeft heel wat uren in de dakgoten doorgebracht. „Hier op het plein was het erg lastig, want er waren alsmaar bruiloften en daar tussendoor moesten wij met vlaggestokken snel de boel omhoog duwen als dat plein dan eindelijk leeg was.” Een ander probleem waren de ramen aan de marktzijde van het gebouw. Van der Ploeg: „Het formaat en de aard van het pand maakte het ontzettend moeilijk om te versieren.” Het is zo verbouwd dat ramen zodanig onhandig zitten achter verlaagde plafonds en je nauwelijks ruimte had om van binnen naar buiten te werken. „Al die dingen hebben we eigenhandig tegen de gevels gehesen. Het was zo zwaar.” Ze voegt eraan toe: „Dit project had onmogelijk gerealiseerd kunnen worden zonder tiewraps. De uitvinder van die kabelbinders mag van mij de Nobelprijs voor de vrede krijgen. Het heeft echt een hoop ruzies gescheeld!”

Het resultaat is een uiterst bescheiden en mooi uitgevoerd lichtkunstwerk. Verbeek: „Ja, het is niet bepaald blingbling, hè! Maar dat wilden de bewoners ook pertinent niet. Ze hebben heel bewust gekozen voor beschaafde verlichting, het moest passen bij de stad. Ook de gemeente was erg bang voor Amerikaanse toestanden, hoor. Ik vind persoonlijk onze lichtjes mooier dan die lelijke grote lampen in de bomen hieromheen. Even voor de duidelijkheid: dat hoort er dus niet bij.”

Lichtjes Leids is te zien tot 6 jan. Zie ook: www.lichtjesleids.nl