Kerstbakken

Buiten was het bitter, bitterkoud. Binnen in de keuken waren de ramen beslagen met een ragfijn waasje waterdamp. Rond de grote tafel dansten de kleintjes een vreugdedans, hun ogen vol verwachting van wat komen ging. „Wat duurt dat lang.” „Waar blijft-ie nou?” Het schemerde reeds, de donkere decembernacht kondigde zich aan. Moeder had de lampen nog niet ontstoken. Toch verleende een zwak schijnsel de keuken een gouden gloed. Wat was dat voor lichtje? En wat was toch die zaligzoete, kruidige geur?

Daar ging de voordeur open, een vlaag koude wind waaide het warme huis in. „Kom eens kijken”, klonk een diepe stem vanuit het portaaltje. De gezinsleden wisten niet hoe snel ze aan vaders uitnodiging gehoor moesten geven. „Hij is twee keer zo groot als jij”, merkte de oudste zoon bewonderend op. „En wel vier keer zo groot als jij”, grapte vader. „Dat past nooit.” En daarin had moeder gelijk.

Al snel was het in huize Vreugdenhil een drukte van belang. Er moest een flink stuk van de top worden afgesneden wilde de kerstboom een piek dragen, en een kerstboom zonder piek, tja, dat zou treurig zijn. Maar waar was de snoeischaar? En waar waren eigenlijk de kerstspullen? „Die had jij vorig jaar toch in een verhuisdoos gestopt?” „Ja, maar welke? Boven staan er dertig die jij nog steeds niet hebt uitgepakt.” Net voordat vader en moeder elkaar de hersens insloegen werd de doos met kerstspullen gevonden. Het lichtjessnoer wonderbaarlijk ontknoopt. De boom getooid. De kerststal ingericht, op het kindje Jezus na dat spoorloos verdwenen bleek, maar gelukkig restte het gezin nog ruim tien dagen voor een grootscheepse zoekactie. Toen ook vriend G. en zijn trouwe viervoeter nog even binnenwipten voor een glaasje wijn en de jongste zoon net op tijd wist te voorkomen dat Tommie de kersvers versierde boom in al haar schitterende luister omver plaste, moest iedereen heel hard lachen en leek de idylle gered.

Maar wat was nu toch die donkere, verbrande geur? Moeder haastte zich naar het fornuis, waar het kleine ovenlampje nog steeds dapper zijn best deed de gehele keuken te verlichten. Helaas, voor de kruidkoek met whisky, rozijnen en walnoten was het te laat.

Voor 1 kruidkoek:

250 gram rozijnen, gewassen

3 eetlepels whisky

250 gram zelfrijzend bakmeel

250 gram bruine basterdsuiker

2 theelepels koekkruiden

250 ml karnemelk

100 gram walnoten, grof gehakt

extra nodig: een cakeblik, ingevet met boter

Verwarm de oven voor op 175 graden. Verwarm de whisky, schenk dit over de rozijnen en laat ze tien minuten wellen. Roer het meel, de suiker, speculaaskruiden, rozijnen, walnoten en de karnemelk eenvoudigweg met een houten lepel tot een beslag. Schep het beslag in de cakevorm en bak de koek in ongeveer een uur gaar.

Praat mee over kerstgebak: nrcnext.nl/uitenthuis/koken