Kankerlust

Vandaag wil ik een waagstuk volbrengen. „De verwende kereltjes” van Henk Kesler ga ik in verband brengen met het afscheid van Annie Brouwer als burgemeester van Utrecht.

Twee totaal verschillende zaken? Dat dacht ik ook toen ik gistermiddag naar Utrecht ging, waar Brouwer in het debatcentrum Tumult aan het Domplein een openbaar afscheidsinterview gaf. Iedereen was welkom, de entree was vrij. Desondanks viel de opkomst tegen. Na aftrek van familie, bekenden en ambtenaren zullen er niet meer dan veertig bezoekers zijn geweest. In café-restaurant Graaf Floris vlak om de hoek zaten er meer. Utrecht shopte naar hartelust en had geen tijd voor zijn burgemeester.

Daar zou ik, als ik Annie Brouwer was, toch wel even melancholiek van worden. Je werkt je 8,5 jaar lang uit de naad voor je stad, je doorstaat de zwaarste stormen die een bestuurder kan krijgen – denk aan de opkomst van Leefbaar Utrecht – maar als je weggaat zegt de burger hooguit: „Daag!”

Het was een aardig interview, daar niet van. De burgemeester vertelde openhartig over veel van wat haar in deze periode overkomen was: van de voetbalrellen bij FC Utrecht tot aan de levensgevaarlijke longembolie die onverwacht in het ziekenhuis werd ontdekt en haar te staan kwam op de medische waarschuwing: „U kunt ter plekke dood neervallen.” (NOS Teletekst en BNR maakten het vervolgens nog een graadje erger door haar, zonder iets te checken, alvast dood te verklaren.)

Optimistisch en stressbestendig, noemen bekenden haar. „Een echt mensenmens, al lijkt ze een beetje afstandelijk”, loofde oud-wethouder Hans Spekman. „Hard, maar sociaal”, karakteriseerde ze zelf haar aanpak.

Heeft u nooit spijt gehad van deze baan, vroeg de interviewer. „Ik heb wel gedacht: goed dat mijn moeder niet meer leeft”, zei Brouwer. „Die had niet geslapen van de hectiek. Het wás heel hectisch. Maar ik denk dat niemand een baan heeft die zeven dagen leuk is. Toch overheerst het positieve. Utrecht is een heerlijke stad.”

Maar de Utrechters staan als mopperkonten bekend, zei de interviewer. „Er wordt veel achteraf gemopperd”, beaamde de burgemeester, „maar aan de andere kant: kom niet aan Utrecht. Er zijn zoveel mensen die hun vrije tijd in deze stad stoppen.”

Met deze positieve klanken in het oor zocht ik te midden van de mopperkonten mijn weg naar het station. Daar kocht ik het AD/ Utrechts Nieuwsblad van zaterdag met een groot interview met Brouwer. Eronder stond een redactioneel verzoek om een herinnering aan Annie Brouwer per mail op te sturen. Ik heb het vanmorgen even opgezocht: acht reacties, allemaal negatief. Annie is een overgewaaide ramptoeriste, een theemuts, een onvoorstelbare, ongelofelijke, verbijsterende bestuurder die eigenlijk in een verzorgingstehuis thuishoort. „Daag, Annie, wij groeten jou gaarne!”

Dit is geen mopperkonterij meer, maar kankerlust, als ik dit nieuwe woord mag munten. Het hoort erg bij het Nederland van nu. Schelden, tieren en razen tegen alles wat met de overheid te maken heeft. Internet, direct aangesloten op de volkse onderbuik, doet de rest.

Henk Kesler, directeur van de KNVB, deed eraan mee toen hij de stakende politiemensen die zijn gajes wekelijks in toom moeten houden „verwende kereltjes” noemde. Als hij een kerel is, al of niet verwend, treedt hij af.