Ieder individu wordt hier teruggebracht tot sjabloon

GALERIE

Jennifer Protas en Karni Dorell: The Expanding Mall Galerie Nieuwe Vide Haarlemwww.nieuwevide.nl. ***

Om galerie Nieuwe Vide te vinden dient men ten minste te beschikken over een plattegrond van de (nog te bouwen) buitenwijken in Haarlem, stevige wandelschoenen en een flinke dosis doorzettingsvermogen. Het oude pand, verstopt achter steigers met groene netten, bevindt zich op een bedrijventerrein in aanleg, tussen diepe plassen modderwater en lukraak neer geplante bouwhekken.

In de galerie exposeren de Amerikaanse beeldend kunstenaars Jennifer Protas en Karni Dorell. Hun audiovisuele installatie The Expanding Mall is op trans-Atlantische wijze ontstaan, want Dorell woont in New York en Protas in Amsterdam. Via internet bedachten ze de concepten en wisselden ze beelden uit.

In de zaal staan vier luidsprekers waar een melodietje uit galmt. Gefloten, binnensmonds geneuried en in ‘lalala’ gezongen. Het wordt alsmaar herhaald en soms bijgestaan door wat summiere begeleiding. Een melancholisch deuntje dat eindeloos in je hoofd blijft zitten. Op de witte muren zijn uitgeknipte zwart-wit figuren geplakt. Een man met een broodje in zijn hand, een gesluierde vrouw en een groepje kinderen. Hooguit zeven verschillende figuren worden meerdere keren herhaald.

Een projector toont foto’s van landschappen; lege zandvlaktes, bergen en polderlandschappen met elektriciteitsmasten, een rijtje vinexhuizen of een bruggetje. Maar ook foto’s volgepropt met heel veel wolkenkrabbers per vierkante meter, fabriekstorens of metrolijnen. De andere projector toont een film met dezelfde verstilde figuurtjes als die al op de muur geplakt zitten. In de film bewegen ze krioelend over elkaar, draaien ze rond als molentjes of vallen ze. Eindeloos en eindeloos.

De plateaus waar de projectoren op bevestigd zijn, draaien om hun as. De foto’s en het filmpje glijden dus in verschillende perspectivisch vervormde formaten langs de muren en kruisen elkaar op willekeurige momenten. Op die momenten vallen de figuurtjes door spoorrails en stuk geschoten verlaten flats in een oorlogsgebied.

De toeschouwer is het middelpunt van een verontrustend en mistroostig geheel. Ieder individu wordt hier teruggebracht tot een sjabloon. Tegen een achtergrond van landschappelijke leegte of ellendige industrieën.

De locatie van de galerie is bij nader inzien een perfect decor. Een uitgestorven bouwterrein met een enkele onwetende en niet-behulpzame voorbijganger en een buschauffeur die voor je neus wegrijdt. Of zoals de kunstenaars het omschrijven: „We blijven verloren achter. Wat rest ons, behalve het fluiten en neuriën van melancholieke melodietjes, terwijl we vol verbazing voortmodderen?”