‘Handel vond ik altijd oervervelend’

Galerie De Praktijk van Dirk Vermeulen bracht veel nieuw – figuratief – talent onder de aandacht. Deze maand gaan de deuren dicht. ,,De ambitie van de kunstenaar is veranderd.”

Sandra Smallenburg

„Het begint nu pas echt tot me door te dringen dat dit er na volgende week niet meer is.” Dirk Vermeulen (58) loopt door de lange, smalle expositieruimte van zijn galerie De Praktijk in Amsterdam, waarvan de muren van vloer tot plafond vol hangen met tekeningen, foto’s en schilderijen. Zijn laatste tentoonstelling, Grande Finale, zal nog krap een week te zien zijn, en dan gaat de deur dicht. „De opslag moet per 1 januari leeg zijn”, vertelt de galeriehouder. „De afgelopen weken ben ik druk bezig geweest met het uitzoeken van dozen vol brieven en knipselmappen. Het voelt als iets heel existentieels, een afsluiting van een periode. De Praktijk is mijn levenswerk geweest.”

In 1993 begon Vermeulen, die tot dan toe zijn brood als tandarts had verdiend, met zijn galerie aan de Lauriergracht. Hij bracht er werk van net afgestudeerde kunstenaars als Ronald Ophuis, Rik Meijers, Bas Meerman, Dieuwke Spaans en Armen Eloyan – figuratieve schilders en tekenaars met een vaak heftige, confronterende beeldtaal. Vermeulen had een voorliefde voor kunstenaars die grenzen aftastten. En er was veel, meestal mannelijk naakt in De Praktijk te zien.

Dat hij nu, na vijftien succesvolle jaren, stopt met De Praktijk heeft alles te maken met de veranderde kunstwereld. In de beginjaren zag Vermeulen zijn kunstenaarsstal als een familie, waar iedereen elkaar door dik en dun steunde. Kunstenaars kregen het voordeel van de twijfel, ook als een tentoonstelling eens een keertje wat minder verkocht. „Professioneel was anders”, lacht Vermeulen. „Helaas ben ik nooit een harde manager geweest. Klantgerichtheid was in die beginjaren een vies woord. Het was vooral mijn persoonlijke voorkeur die hier te zien was.”

Vijf jaar geleden begon de kunstmarkt explosief te groeien. Jonge kunstenaars kregen in een razend tempo succes. Er begon een patroon te ontstaan dat talenten die door De Praktijk gesignaleerd waren na een aantal jaren overstapten naar een meer internationaal georiënteerde galerie. Vermeulens galerie was van een ‘familieonderneming’ veranderd in een doorgangsstation.

Vermeulen: „Vroeger was het heel gewoon dat je dertig jaar bij dezelfde baas werkte. Nu ben je in het zakenleven al snel een watje als je ergens te lang blijft hangen.

„Zo is ook de ambitie van de kunstenaar veranderd. Op het moment van de doorbraak kiest hij of zij voor een galerie met internationale contacten. Natuurlijk zou het fijn geweest zijn als we het succes samen hadden kunnen meemaken. Maar loyaliteit wordt tegenwoordig minder dwingend ervaren dan vroeger. Ik wil niet zeggen dat het nu beter of slechter is. Ik voel me in de kunstwereld van tegenwoordig in ieder geval minder thuis.”

Had hij niet beter zelf kunnen werken aan een internationaal netwerk? „Tegenwoordig gebeurt alles op de beurzen”, reageert Vermeulen. „Het is jammer dat ik die sprong naar internationale beurzen als Art Basel nooit heb kunnen maken. Ik werd daar niet toegelaten. Mede daardoor had ik voortdurend het idee dat ik er voor een kunstenaar niet uit kon halen wat erin zat.”

Aan de andere kant: aan beurzen had hij toch een bloedhekel. „De handel is nooit mijn ding geweest”, zegt Vermeulen. „Sommige galeriehouders zijn dol op het spel van bieden en onderhandelen over kortingen. Maar ik heb dat altijd oervervelend gevonden. Op de grote beurzen is kunst een speeltje van de nouveau riche geworden. Men is steeds op zoek naar iets nieuws, raakt sneller verveeld.”

Vermeulen is op het hoogtepunt gestopt, vindt hij. „Vooral in het begin voelde ik me in mijn ziel geraakt wanneer een kunstenaar vertrok. Soms was er wantrouwen of ik wel genoeg voor iemand deed. Kunstenaars vroegen dan bijvoorbeeld of ik dát museum al had benaderd, of díe verzamelaar al langs was geweest. Het ene moment voelde ik me een acrobaat die te veel ballen in de lucht moest zien te houden, het volgende moment een directeur van een psychiatrische inrichting.”

Waar hij met het meeste plezier aan terugdenkt, zijn de atelierbezoeken. Ook het inrichten van tentoonstellingen gaf altijd voldoening. „Dat waren de mooie momenten. Dat je samen met de kunstenaar de hele dag bezig was, en er uit een amorfe stapel kunstwerken opeens een mooie presentatie ontstond.”

Vermeulen hoopt dat hij in de toekomst nog eens een expositie mag inrichten. Verder wil hij gaan reizen, lezen, studeren en zich meer in muziek verdiepen. „En misschien ga ik als vrijwilliger wel iets nuttigs doen. Boodschappen doen voor bejaarden, dat lijkt me wel wat.”

Tentoonstelling ‘Grande Finale’. T/m 22 dec in De Praktijk, Lauriergracht 96, Amsterdam. Wo t/m za 13-18u. Inl: www.depraktijk.nl