Een akkoord in de laatste uren

Op de valreep is er op de klimaatconferentie in Bali een akkoord bereikt.

De Verenigde Staten en China vormden de belangrijkste struikelblokken.

Na een dramatische slotsessie met boe-roepende diplomaten en een conferentiesecretaris in tranen, is tijdens de grote VN-klimaatconferentie op Bali in de loop van zaterdag een akkoord bereikt. De Verenigde Staten stemden op het laatst toch in en aanvaardden een overeenkomst die ze een uur tevoren nog hadden verworpen.

In de slotverklaring van Bali verbinden de lidstaten van de Verenigde Naties zich om te streven naar vermindering van uitstoot van broeikasgassen, om ontwikkelingslanden te helpen met milieuvriendelijke technologie, om ze te helpen bij het behoud van hun bossen en bij verdere aanpassingen die nodig zijn bij een stijgende zeespiegel en grotere periodes van droogte.

Tot het laatst hadden de VS zich verzet tegen specifieke getallen voor emissievermindering, zolang ook ontwikkelingslanden – primair China en India – zich niet zouden committeren. De Europese Unie daarentegen had vanaf het begin gepleit voor 25 tot 40 procent reductie in 2020 door de industrielanden.

Eerder in de nacht was dit conflict gladgestreken door zulke getalsmatige ambities onder te brengen in een indirecte verwijzing in een voetnoot. „Overweldigend wetenschappelijk bewijs wordt hier door een handjevol machtige staten naar een voetnoot gereduceerd”, foeterde de directeur van Oxfam, Antonio Hill. Maar het bleek een uitweg voor de diplomatie.

Zaterdagochtend kort na het begin van de laatste plenaire zitting klaagde China dat de ontwerptekst een te zware druk op het land legde. Op die manier zou de economische groei worden geremd. Bovendien schortte het aan toezeggingen voor technische hulp en geld. En passant beschuldigde China conferentiesecretaris Yvo de Boer van manipulatie. Die wees tot tranen toe bewogen de verwijten van de hand. De Amerikaanse onderminister Paula Dobriansky noemde vervolgens de afspraak veel te vrijblijvend voor de ontwikkelingslanden en weigerde instemming. Luid boe-geroep was haar deel.

Een uur later, vermoedelijk na koortsachtig telefoneren met Washington en de VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon, gingen de VS door de bocht. In de tekst worden van de ontwikkelingslanden „meetbare, rapporteerbare en verifieerbare, bij de natie passende acties” gevraagd om uitstoot te verminderen.

Als doelstelling voor de eigenlijke onderhandelingen die vanaf volgend jaar beginnen en moeten leiden tot een nieuw, alomvattend milieuverdrag hebben de lidstaten nu vastgelegd dat „diepgaande vermindering van wereldwijde emissies vereist is om de uiteindelijke doelstellingen te bereiken”. Die doelstelling behelst een vermindering van de uitstoot van 50 procent in 2050, gemeten naar het ijkjaar 1990. Dat zou de stijging van de temperatuur op aarde beperkt houden tot een hanteerbare twee graden gemiddeld.

Op de achtergrond van deze ogenschijnlijk betrekkelijk vrijblijvende afspraken op Bali spelen grote politieke spanningen binnen Amerika en tussen Amerika, de EU en de grote opkomende economieën van China, India en Brazilië.

De VS hebben zich jarenlang verzet tegen dit soort van bovenaf opgelegde afspraken. Het Congres verwierp het Kyoto-protocol destijds praktisch unaniem. De regering-Bush wilde er evenmin iets van weten. Jarenlang schilderde zij dit soort regelingen af als een lobby van socialisten en milieufanatici, om de belastingbetaler geld uit de zakken te kloppen zonder dat er iets bewezen was van het effect van kooldioxide op het klimaat. Dit laatste geluid is geleidelijk verstomd, maar de regering-Bush blijft eigenlijk van mening dat het marktmechanisme van steeds duurder wordende grondstoffen en technologische vernieuwing een betere oplossing bieden dan internationale verdragen.

Maar het politieke klimaat en de publieke opinie in de VS zijn veranderd. De orkaan Katrina, de bosbranden in Californië en de verkiezingswinst van de Democraten vorig jaar voor het Huis van Afgevaardigden hebben de regering in een isolement gedreven. Linda Adams, minister voor Milieu van de Republikeinse staat Californië, zei het op Bali onomwonden tegen afgevaardigden uit ontwikkelingslanden en Europa: „De meerderheid van de VS staat achter u, wij weten dat klimaatverandering ons allemaal raakt.” Eerder had Nobelprijswinnaar Al Gore het gehoor in de grote zaal al laten weten dat Amerika „over een jaar anders zal zijn”, dat met andere woorden dan een president zou zijn gekozen die meer de Europese lijn zou volgen.

De grote nieuwe economieën daarentegen willen zich voorlopig geen beperkingen opleggen. Zij hebben groei nodig om het welvaartspeil van hun bevolking op westers niveau te brengen en redeneren dat het broeikasprobleem door het Westen is veroorzaakt. De VS en Japan daarentegen voelen er weinig voor om deze landen ook nog eens een extra concurrentievoordeel te geven door hen lange tijd hun gang te laten gaan.

De EU distantieert zich in de praktijk van dit – deels machtspolitieke – spel. Zij heeft zich in haar opstelling laten leiden door de bevindingen van het recente rapport van VN-wetenschappers, waarin een uitstootreductie van 25 tot 40 procent door de industriewereld was geëist. Het resultaat van Bali blijft ver achter bij wat de Europeanen hadden verlangd.

Desalniettemin biedt het een „werkbare routebeschrijving om in 2009 in Kopenhagen tot een verdrag” te komen, vindt Sigmar Gabriel, de Duitse minister van Milieu. Een verdrag dit keer dat – anders dan in Kyoto – alle VN-lidstaten zou moeten binden. Of zoals Hans Verolme, de klimaatdirecteur van het Wereldnatuurfonds het omschreef: „Dit resultaat houdt een stoel vrij aan de onderhandelingstafel straks voor een volgende Amerikaanse president.”

Lees de blogs van experts op nrc.nl/klimaat.