De wetenschap faalt, daarom

Voor miljoenen chronisch zieken is geen geneeswijze voorhanden die gesteund wordt door de wetenschap.

Logisch dat mensen naar alternatieven op zoek gaan.

Als ik ergens last van heb, ga ik naar een gewone huisarts en dan hoop ik dat hij de symptomen herkent, de ziekte benoemt en een middel voorschrijft waarvan bewezen is dat het werkt. En anders heeft hij wel een ‘second best’-oplossing. Rondom dit principe is onze gezondheidszorg opgebouwd. Het liefst zouden we elk gezondheidsprobleem zo oplossen. Zelf ben ik ook een groot voorstander van ‘evidence based medicine’.

Maar de praktijk is weerbarstiger. Soms kan men geen oorzaak vinden, of wel een oorzaak, maar geen geneesmiddel. Soms heeft men een vermoeden en doet men een ‘educated guess’. Soms probeert men een middel uit in de hoop dat de patiënt erop reageert. Zie hier: de glijdende schaal van ‘evidence based’ handelen, naar ‘second best’, via de ‘educated guess’ naar ‘a wild guess’, naar alternatieve geneeswijzen. Iedere arts heeft deze ervaring. De vraag is dus: wat te doen als de wetenschap geen antwoord heeft?

Er is zich een ramp aan het voltrekken in onze gezondheidszorg. Die ramp heeft te maken met het feit dat men vindt dat het medisch metier zich moet beperken tot datgene dat wetenschappelijk onderbouwd kan worden. Dat vindt men bij de KNMG alsook de Nationale Gezondheidsraad.

Maar wetenschappelijk onderzoek in de geneeskunde leidt altijd tot gemiddelden. Medicijnen die een werkzaamheid van 70 procent hebben, werken dus bij 30 procent van de patiënten niet. Voor die 30 procent is misschien nog een ander middel dat ook voor 70 procent werkt. Blijft er 9 procent over: mensen bij wie niets helpt tegen hun klachten.

Dit is bij iedere bekende ziekte het geval. De tragiek van de mensen die tot deze groep behoren, is dat ze te kleine groepen vormen om voor onderzoek in aanmerking te komen. De klachten zijn te individueel. Het gevolg staat beschreven in de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek: ongeveer 7 à 8 miljoen mensen lopen rond met chronische klachten, waarvan een groot deel voor de rest van hun leven – en niemand die met z’n ogen knippert.

Als u chronisch ziek bent, heeft u een probleem waar nog nooit onderzoek naar is gedaan en waarschijnlijk ook niet gedaan zal worden, tenzij uw huisarts die moeite neemt. Het zou eigenlijk de core bussiness van iedere arts moeten zijn om zich te verdiepen in de individuele patiënt. Helaas kijken de meeste artsen niet verder dan hun medische vakbladen. En bezoeken aan alternatieve artsen of therapeuten worden ten strengste afgeraden, want dat kán niet werken.

Niet iedere patiënt legt zich neer bij de status van chronisch zieke. Hoewel wetenschappelijk onverantwoord, worden sommige van hen toch beter. Wanneer ze dat trots aan hun huisarts melden, wordt er met dedain gereageerd. Het komt door toeval, of het placebo-effect, of blijkbaar was een verkeerde diagnose gesteld. Dit zeggen dokters tegen mensen die zich hebben laten doormeten, die specialisten hebben bezocht, urine hebben ingeleverd, bloed hebben laten prikken, röntgenfoto’s hebben laten nemen, kijkoperaties hebben ondergaan, niet-werkende pillen hebben geslikt, en vaak jaren ziek zijn geweest. Men wil het niet weten. Onze gezondheidszorg heeft oogkleppen op gekregen door het heersende wetenschapsfundamentalisme.

Een ziekte kan verholpen worden door farmaceutische geneesmiddelen, maar soms ook door acupunctuur, homeopathie, kruiden en supplementen. Of door rigoureuze ontgifting, psychologische interventies, gebedsgenezing of handoplegging. Wetenschappelijk gezien niet interessant, als je tot de fundamentalisten behoort. Maar als we chronisch zieken beter willen maken, moeten we erkennen dat de wetenschap tot hier gefaald heeft.

Frank Franzen is regressietherapeut en samensteller van de gids ‘Als de dokter het niet meer weet...’

Bekijk ook de website van Frank Franzen via alsdedokterhetnietmeerweet.nl