De klimaattop van Bali eindigt met veel drama

Nieuwsanalyse

Tot net voor het slot van de Bali-top waren de spelers het oneens. Na boegeroep gingen de VS om.

Leiderschap, daar ging het om in het laatste uur van de klimaatconferentie op Bali. Twee weken lang hadden de Verenigde Staten geroepen dat zij natuurlijk het leiderschap in de strijd tegen klimaatverandering op zich zouden nemen. „De VS zullen leiden en zullen blijven leiden, maar leiderschap vereist ook dat anderen volgen”, had James Connaughton, een belangrijke milieuadviseur van president Bush, tijdens de conferentie gezegd. Maar tot een uur voor het einde van de conferentie, toen die al lang in ‘blessuretijd’ was beland, leek daarvan geen sprake.

Het zou toch niet waar zijn, dat de regeringsleiders zonder een akkoord zouden moeten vertrekken? De Nederlander Yvo de Boer, secretaris van de conferentie, had vanaf het begin gewaarschuwd dat we niet te veel mochten verwachten en al blij moesten zijn als er een agenda voor de komende onderhandelingen zou worden gemaakt. Nu dreigde die er op het laatste moment niet te komen. Het werd zelfs de kalme De Boer even te veel. Toen China hem beschuldigde van manipulatie, verliet hij in tranen de zaal.

In de achterkamertjes werd naarstig gezocht naar compromissen. VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon sprak als een strenge vader de zaal vermanend toe. Het gemor van Europa, dat meer wilde, werd luidruchtiger. De verontwaardiging van de ontwikkelingslanden groeide.

En toen gebeurde het. Toen de Amerikanen een Indiase interruptie kritiseerden, ontplofte de doorgaans serene vergaderzaal. Amerika werd uitgefloten en overladen met boegeroep. Kevin Conrad, onderhandelaar van het kleine en in het klimaatdebat onbeduidende Papua New Guinea, wees het grote Amerika terecht. „Als u, om welke reden dan ook geen leiding wilt geven, laat dat dan over aan de rest van ons”, zei hij. „Please, get out of the way.” – Gaat u alstublieft uit de weg.

Vervolg Bali: pagina 5

Een routekaart, maar zonder duidelijke bestemming

Niet lang daarna kwam het verlossende Amerikaanse woord van onderminister Paula Dobriansky: „We geloven dat we een gezamenlijke visie hebben en we willen doorgaan”, zei ze „We join consensus” – we sluiten ons aan bij wat is afgesproken. ‘Bali’ was gered.

Tevredenheid alom. Ban Ki-moon prees de „geest van flexibiliteit en compromisbereidheid”. Volgens de Portugese minister van Milieu, Humberto Rosa, die namens de Europese Unie de onderhandelingen leidde, was dit „precies wat we wilden”. De Britse premier Gordon Brown noemde het akkoord een „vitale stap voorwaarts” en de Nederlandse minister van Milieu, Jacqueline Cramer, vond dat was aangetoond dat „iedereen bereid was in te leveren”.

Deze opluchting heeft alles te maken met de dramatische laatste uren van de conferentie. Want na alle grote woorden in de aanloop naar de conferentie valt het resultaat tegen. Als klimaatverandering werkelijk de uitdaging van de 21ste eeuw is, als miljoenen mensen erdoor getroffen kunnen worden en alles kwijt dreigen te raken wat ze bezitten, als klimaatverandering een bron van oorlogen kan worden en allerlei onvermoede bedreigingen met zich meebrengt, dan is het resultaat mager.

Op Bali is bereikt wat de bedoeling was. Er ligt een agenda voor onderhandelingen die in 2009 moeten resulteren in een nieuw klimaatverdrag. Maar het ‘Bali Action Plan’, zoals het akkoord heet, is in de twee weken dat erover is gesproken ontdaan van alle scherpe kantjes. Doelstellingen over het terugdringen van broeikasgassen zijn verplaatst naar een bescheiden voetnoet, waar niemand zich iets van hoeft aan te trekken. Want zoals de Amerikaanse onderhandelaar Harlan Watson voortdurend op Bali zei: wat je in een akkoord opschrijft, kan heel gemakkelijk een eigen leven gaan leiden.

En de ontwikkelingslanden kregen wat ze wilden: niet te veel verplichtingen en de toezegging van geld om hun tropische bossen (die als een spons voor kooldioxide fungeren) te redden en overdracht van technologische kennis om hun snel groeiende kooldioxide-emissies binnen de perken te houden.

Milieuorganisaties zijn dan ook teleurgesteld. „We zeiden dat we een routekaart nodig hadden”, zei Tony Juniper van Friends of the Earth. „Maar deze conferentie is er niet in geslaagd om een bestemming aan te geven.”

De optimisten van Bali zullen erop wijzen dat ook de VS hun handtekening hebben gezet onder een tekst waarin staat dat „een grote reductie van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen is vereist om het uiteindelijke doel te bereiken” en gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen, en waarin ook is vastgesteld dat uitstel van deze reductie grote gevolgen kan hebben voor het klimaat. Dat is meer dan de VS ooit hebben gezegd.

Maar twee jaar voor onderhandelingen over een dergelijk ingewikkeld verdrag is niet veel, zeker omdat het risico bestaat dat de gesprekken oeverloos worden en niet naar een concreet resultaat toewerken. Want voor zo’n resultaat zal toch ooit een antwoord moeten worden gegeven op de vraag: welke verplichting wil ieder land, dus ook de VS en ook China, op zich nemen om klimaatverandering tegen te gaan? Zijn die landen bereid maatregelen te nemen ook als dat ten koste gaat van economische groei en stijgende welvaart?

In het slotwoord van Bali staat dat „leiders degenen zijn die de toekomst vormgeven”. En dat op Bali het leiderschap is getoond „dat nodig is om een duurzame toekomst voor ons allen te creëren”. Dat zal de komende twee jaar moeten blijken.