Dantons dood is een grabbelton

Theater: Dantons dood, naar Georg Büchner, door het Noord Nederlands Toneel. Bewerking en regie: Koos Terpstra. Gezien: 15/12 Machinefabriek, Groningen. Daar t/m 22/12. Info: 050-3113388 en www.nnt.nl.

Acteur Ludo Hoogmartens neemt een pluk publiek terzijde en vertelt – over zijn zoontje dat op sterven lag en over de steun van zijn vrienden.

Even later zit Hoogmartens aan een gedekte dis op de bühne. Hij speelt Danton, een kopstuk van de Franse Revolutie. Naast hem Robespierre (Yorick Zwart), die andere Revolutieleider. Ze zeggen niets, maar ze kloppen elkaar zacht op de schouders en je voelt: dit is het soort vriendschap waarover Hoogmartens het had.

Het Noord Nederlands Toneel doet z’n best om Büchners stuk Dantons dood dicht bij de acteurs te brengen. En dicht bij het publiek. Intieme bekentenissen komen daarbij evengoed van pas als grove schokeffecten.

Beschenen door spookachtig licht tilt de tafelende Danton een stolp op - maar inplaats van een mals kippetje snijdt hij een hoofd aan, het hoofd van een vermoorde man. Zo verbeeldt Terpstra de nachtmerries die Danton plagen. Duizenden vermeende tegenstanders van de Revolutie heeft hij de dood in gejaagd en nu heeft hij schoon genoeg van het bloedvergieten. Maar Robespierre wil de strijd voortzetten, met behulp van terreur.

De vriendschap slaat in vijandschap om. Robespierre, streng en consequent, komt lijnrecht tegenover Danton te staan, die er een ruimere moraal op na houdt, met een ereplaats voor het genot: behalve zijn vrouw (Guus Boswijk) bezoekt hij ook een hoertje (Aafke Buringh). Robespierre beschuldigt Danton van aristocratische zedeloosheid en een anti-Danton-campagne barst los.

Hier heeft Terpstra ruimschoots de gelegenheid om zijn stokpaardjes van stal te halen: de domheid van het volk èn de slechtheid van de media. Op video volgen we een opiniepeiling over de twee leiders en de makers van een tv-programma hebben van te voren al bepaald dat Robespierre zal winnen.

Terpstra vertaalt haast alles naar het hier en nu. Een tentoonstelling van achttiende-eeuwse kostuums herinnert aan museale opvoeringspraktijken – waar Terpstra hard tegenaan schopt. Het geweld van zijn hoofdpersonen is overgegaan op de regisseur: met alle mogelijke middelen ramt hij zijn boodschap erin en zelfs zijn humor is drammerig.

Deze Dantons dood bestaat uit een lange reeks nummers. Begeleid door keiharde muziek die van barok op hardrock overspringt. Sommige nummers zijn raak. Als Robespierre een toespraak houdt die met Martin Luther Kings beroemde zin ‘Ik had een droom’ begint, dan hebben we wat om over na te denken. Over de manipulatieve kracht van àlle volksmenners bijvoorbeeld. Maar als de acteurs namens zichzelf over kunst aan het filosoferen slaan, dan schieten we daar niets mee op.

Terpstra bewerkte het drama uit 1835 zo drastisch dat er weinig van overblijft. Weinig Büchner althans en weinig van diens taal. Te veel soorten onrecht worden op één hoop gegooid en eigenlijk is alles in deze voorstelling tè. Er is te veel water en te veel vuur, te veel cabaret en te veel film, te veel visie en te veel beeldenstorm. Het voordeel van zo’n grabbelton? Je komt amper toe aan verveling.