Whiteread maakt lucht in keukenla zichtbaar

Tentoonstelling: Rachel Whiteread. T/m 13 jan 2008 in Wilhelm Lehmbruck Museum, Friedrich-Wilhelm-Strasse 40, Duisburg. Di t/m za 11-17u, zo 10-18u. Inl: www.lehmbruckmuseum.de

Als een kostbaar kleinood ligt het kunstwerkje opgeborgen in een vitrine van het Wilhelm Lehmbruck Museum in Duisburg. En dat terwijl Plaster Torso (1993) van de Britse kunstenaar Rachel Whiteread zo gemakkelijk is na te maken. U neemt een doodgewone rubberen waterkruik. Giet die tot de rand toe vol met vloeibaar gips. Even laten uitharden, het rubber openknippen, en klaar is uw kunstwerk.

Zo begon Rachel Whiteread (1963) zo’n twintig jaar geleden haar carrière: met het vastleggen van alledaagse objecten in gips. Haar allereerste beeld, Closet (1988), was een afdruk van de binnenkant van haar garderobekast. In het zwart gekleurde gips waren alle details perfect bewaard gebleven: van de nerven van het hout tot de contouren van de kromgetrokken planken. Later volgden afgietsels van de ruimte onder het bed waarin Whiteread geboren was (Shallow Breath, 1988), van de inhoud van een badkuip (Ether, 1990) en van diverse matrassen. Enkele daarvan zijn nu te zien in Duisburg, waar Whiteread geëerd wordt met een bescheiden retrospectief.

‘De kunstenaar van de negatieve ruimte’ wordt ze wel genoemd. Whiteread maakt tastbaar wat we niet kunnen zien: de leegte die zich boven en achter de boeken in een boekenkast bevindt bijvoorbeeld, of de lucht die zich in een keukenla heeft verstopt. „Ik breng de verloren ruimte in kaart”, zo heeft Whiteread haar werkwijze eens omschreven. Ze vereeuwigt tussenvormen in gips of polyesterhars. Ze maakt er als het ware fossielen van.

Vreemd genoeg komen al haar objecten je onmiddellijk vertrouwd voor. Een afdruk van een deur ziet er nog steeds uit als een deur – ook al zit hij voor het oog binnenstebuiten. Alle vormen en ruimtes die Whiteread afgiet, zijn ook echt gebruikt. De deuren zijn afkomstig uit diverse Londense huizen, de matrassen komen uit tweedehands winkels. Daardoor is elk werk geladen met herinneringen, niet in de laatste plaats die van de kunstenaar zelf.

Begin jaren negentig werden de kunstwerken van Whiteread opeens monumentaler. Nog steeds zocht ze de onderwerpen dicht bij huis, maar de schaalvergroting was verbluffend. Voor het beeld Ghost (1990) goot ze een complete woonkamer af in gips. Als mal gebruikte ze een klein Victoriaans rijtjeshuis in de Londense wijk East End, het soort arbeiderswoning waarin ze zelf ook was opgegroeid. Whiteread wilde „het gevoel van stilte in de kamer mummificeren”, verklaarde ze later.

Ook een heel huis bleek technisch mogelijk. In 1993 maakte Whiteread op een braakliggend terein in East End het beeld House, naar evenbeeld van een drie verdiepingen tellend huis dat als laatste van een rijtje afbraakwoningen overeind was gebleven. Het kunstwerk werd alweer na enkele maanden afgebroken, maar in Duisburg is op een twaalftal foto’s te zien hoe spectaculair het geweest moet zijn. Geen muur staat meer overeind, en toch is aan de stapeling betonblokken de plattegrond van het huis nog perfect af te lezen: rechts de trap naar de voordeur, in iedere kamer een schouw met een gaskachel, en aan de achterzijde een schuurtje.

Dankzij House kreeg Whiteread in 1993 als eerste vrouw de prestigieuze Britse Turner Prize toegekend. Een paar jaar later werd Ghost door Charles Saatchi geselecteerd voor zijn geruchtmakende tentoonstelling Sensation. Sindsdien is Whiteread een van de grote sterren van de hedendaagse kunst. Eind jaren negentig liftte ze mee op het succes van Young British Artists als Damien Hirst, Sarah Lucas en Tracey Emin. Toch hoorde ze ook weer niet helemaal in dit clubje thuis. Haar werk was misschien spectaculair, maar opruiend of provocerend was het nooit. Het ging Whiteread om begrippen als ‘intimiteit’ en ‘stilte’ – zeker niet om sensatie.

Bij het terugzien van haar vroege sculpturen in Duisburg valt op dat Whiteread veel meer verwantschap heeft met de Amerikaanse beeldhouwkunst. Haar stapeling van blokken verwijst naar Donald Judd of Sol LeWitt, en haar afgietsels van vloeren zijn een equivalent van de tegels van Carl Andre. Whitereads werk is een speelse, persoonlijke, misschien wel vrouwelijke variant op hun strenge minimalisme.

Het is doodzonde dat het Wilhelm Lehmbruck Museum de veelzijdigheid van haar oeuvre zo weinig recht heeft gedaan. Whitereads beelden zijn er weggestopt in kleine achterafzaaltjes en tussengangetjes. Klassieke werken ontbreken en worden alleen door middel van tekeningen en voorstudies gememoreerd. En waarom heeft het museum niet getracht om ook haar allernieuwste werk bij de tentoonstelling te betrekken?

Het schijnt dat Whiteread zich tegenwoordig gestort heeft op het verzamelen van poppenhuizen, waarmee ze desolate straten bouwt. Het was mooi geweest als we hadden kunnen zien hoe de kunstenaar, na al die jaren van megalomane projecten, weer op kleine schaal aan het werk is. Dan was de cirkel rond geweest.