We moeten op een nieuwe manier leren omgaan met mens, dier en milieu

Er is de afgelopen jaren veel fout gegaan op het gebied van voedsel en landbouw. Een analyse van de belangrijkste problemen, en suggesties voor een oplossing.

Foto Evelyne Jacq Nederland, Ijsselstein, 15-04-2004 Melkveehouderij . Na een winter op de stallen te hebben doorgebracht zijn de koeien in de weiden losgelaten. boerenbedrijf, agrarische sector, melkkoe, gras. Foto: Evelyne Jacq Jacq, Evelyne

Michiel Korthals

Hoogleraar Toegepaste Filosofie, Wageningen Universiteit. Auteur van het boek ‘Voor het eten’ (2006) en van de gedichtenbundel ‘Letters eten lekkers’ (eigen beheer).

Er zijn duidelijke aanwijzingen dat het voedselsysteem volkomen in de war is. Huiveringwekkende beelden van de duistere binnenkant van de voedselsector krijgen hedendaagse consumenten niet alleen te zien via films als Our daily bread van Nikolaus Geyrhalter, We feed the world van Erwin Wagenhofer, en Super Size Me van Morgan Spurlock.

Alles wat er op het landbouwgebied de laatste jaren is gebeurd – met goede of met slechte bedoelingen – is verkeerd uitgepakt. De landbouwpolitiek heeft geleid tot nog meer grootschalige bedrijven die onder hoge druk staan om kippen, varkens en koeien te leveren die steeds meer vlees en melk te produceren tijdens nog kortere levens.

Het vraagstuk rond voeding en landbouw draait om de enorme kloof tussen consumenten en producenten en om de gebrekkige overheidsregie. De consumenten hebben zich in de luren laten leggen met de zeer beperkte vrije keuze tussen een goedkoper of minder goedkoop product. Ze kunnen nauwelijks invloed uitoefenen op smaak, milieukwaliteit en ‘sociale’ kwaliteiten van de voedselproductie.

Ook in het kieshokje heeft de burger geen macht, want voeding en landbouw zijn geen thema. Het Nederlandse landbouwministerie heeft de afgelopen decennia een beleid van pappen en nathouden gevoerd, en heeft de trends tot grootschaligheid en tot afbraak van de grondgebonden landbouw bevorderd.

De voortdurende nadruk van het ministerie op zorgen dat partners zelf iets doen en de weigering om te zorgen voor ethisch verantwoorde producten legt alle verantwoordelijkheid bij de machtigste marktpartijen. Die laatsten kunnen ongehinderd doorgaan met vette, energierijke en ethisch kwestieuze voeding op de schappen te plaatsen. Je hoort de uitvluchten van collectieve onverantwoordelijkheid: de overheid kan niet ingrijpen; de markt doet wat de consument wil; de burger wil wel maar heeft geen invloed; en de consument vertrouwt niemand dus koopt het goedkoopste.

Het kind van de rekening zijn de dieren, de natuur (milieu), ontwikkelingslanden en de volgende generaties, die worden opgezadeld met een systeem van voedselproductie dat niet let op smaak, natuur, milieu, dierenwelzijn en menselijke maat. Hiernaast schets ik zes fundamentele problemen in de landbouw, gevolgd door negen suggesties voor een oplossing.

Zes fundamentele problemen van de huidige landbouw

1De intensieve veehouderij wordt door velen als onmenselijk gezien. De suggestie wordt gewekt dat het dierenwelzijn er bij de biologische pluimveehouderij beter aan toe is. Maar in feite is het dierenwelzijn bij de biologische veehouderij vaak slechter geregeld en kampt de biologische varkenshouderij met veel meer zieke dieren.

2Steeds meer voedingsproducten krijgen het label ‘gezond’ of iets dergelijks. Of het nu gaat om ‘ik kies gezond’, ‘past bij een gezonde leefwijze’, of ‘gezonde keuze’. Maar tegelijk wordt steeds duidelijker dat veel van die claims ondeugdelijk zijn, en meestal berusten op eenzijdig onderzoek. De alcoholische-drankensector subsidieert onderzoek naar de positieve gezondheidseffecten van wijn, de melksector naar die van melk en melkproducten. Onderzoek naar negatieve effecten van voedingsmiddelen vindt weinig plaats. Ook neemt extreem overgewicht, leidend tot kanker, diabetes 2 en hart- en vaatziekten, nog steeds toe: er moet dus iets met dat zogenaamde gezonde voedsel aan de hand zijn.

3 De problemen rond Fair Trade. Met als meest bekende kwestie de perikelen rond het chocolademerk Tony Chocolonely dat pretendeert ‘slaafvrije’ chocola te produceren, en door concurrenten van oneigenlijke concurrentie wordt beschuldigd omdat er geen slaafvrije chocola bestaat. Wordt ons voedsel voorzover het uit ontwikkelingslanden komt altijd geproduceerd door slaven? Zijn fairtradeproducten dus eigenlijk bedrog?

4De kluwen van problemen verbonden met vis en visserij. Vette vis (zoals zalm, haring en makreel) is gezond, zegt het Voedingscentrum. Maar de zeeën zijn bijna leeg en over veertig jaar is er geen commerciële visserij meer mogelijk. Daar bemoeit het Voedingscentrum zich niet mee. De mechanismen leidend tot overbevissing zijn volop aan het werk en lijken door welke machtige regering dan ook niet te stoppen. Stop dus met vis eten. Geniet van groenten en fruit.

5Een onoplosbare trits van problemen die wordt uitgelokt door het simpele advies milieubewust en dus lokaal te kopen om de milieukosten van transporten te vermijden. Stel je voor dat je met een dergelijk simpel advies in één keer zou kunnen bijdragen aan allerlei mooie uitgangspunten als duurzaamheid, energiebesparing, kwaliteit van lokale omgeving en directe controle op productieprocessen. Het zou zo gemakkelijk zijn. Maar wat als lokaal met grote energie-intensiteit wordt geproduceerd? Koop je de lokale appels als er bij de teelt ervan veel kunstmest wordt gebruikt? Wat doe je als blijkt dat er toch weer een ingrediënt van heel ver weg moet komen? Is het niet zo dat voor lamsvlees dat uit Nieuw Zeeland hier naartoe verscheept minder energie wordt gebruikt dan lamsvlees uit Noord-Nederland?

6De gemeenschappelijke landbouwpolitiek van de EU (CAP). Als er één ding duidelijk is, dan is het wel dat de CAP er helemaal niet op uit is gezondheid en milieu (duurzaamheid) te bevorderen. De website farmsubsidies.org geeft aan dat het grootste deel van de 1,2 miljard euro aan Europese landbouwsubsidies in 2005 voornamelijk terechtkwam bij grote ondernemingen als Campina, Friesland, AVEBE, Nestle, Interfood en Frico (ieder meer dan 50 miljoen per jaar). Deze subsidies gaan naar melk, maïs en suikerbieten. Met hun lage prijs dragen deze producten in grote mate bij aan de toename van overgewicht. De CAP betekent ook dat de goedkope, EU-gesubsidieerde tomaten naar Afrika worden geëxporteerd. De werkeloze Afrikaanse boeren proberen vervolgens Europa binnen te komen om daar, als ze geluk hebben, werk te vinden in de tomatenkassen.

Is het dus goed dat de huidige CAP wordt afgeschaft? Helaas, met de nieuwe CAP ligt een andere catastrofe op de loer: de verloedering van het landschap door het verdwijnen van de grondgebonden landbouw en de versterking van de fastfood-eetcultuur. De landbouw zal uit Nederland verdwijnen. De nieuwe subsidieregeling zal in nog sterkere mate de grondgebonden melkveehouderij verjagen. Zonder inkomenssteun en exportsubsidies zullen in 2023 alleen al in Friesland maximaal 1.500 van de huidige 4.500 Friese melkveebedrijven overblijven. Tegen die tijd zal een gemiddeld bedrijf meer dan tweehonderd dieren tellen: de betonkolossen zullen het platteland vullen! Ook de eetcultuur wordt hierdoor getroffen, want de nieuwe subsidieregeling maakt suiker- en energierijke voeding opnieuw goedkoper: alsof we daarop zaten te wachten met de nog steeds groeiende trend van overgewicht en obesitas.

En dan is er nog een andere ontwikkeling: de jacht naar biobrandstofgewassen. Gealarmeerd door de voorspellingen over mondiale verandering van het klimaat, willen regeringen en ondernemingen laten zien dat ze hun best doen om de gevolgen van de broeikasgassen te verminderen door de productie van biobrandstofgewassen te stimuleren. In de VS ging in 2006 20 procent van de maïs naar ethanol. Mondiaal zijn de gevolgen van de jacht naar biobrandstoffen op landbouw al lang te merken. De prijzen van graan, soja, en maïs zijn in 2007 verdubbeld. De 27 EU-landen hebben besloten dat in 2020 20 procent minder CO2 moet worden uitgestoten en dat biobrandstoffen 10 procent uit moeten maken van de energieproductie. Dit zal nog eens de prijzen van gewassen de pan uit laten rijzen en wil ook een grotere druk op beschikbare landbouwgronden teweegbrengen. Omdat de huidige technologieën om energie uit gewassen te maken nog lang niet CO2-neutraal zijn, zijn deze beleidsvoornemens misleidend. Erger is dat ze een desastreus effect hebben op land en watergebruik en op de voedselveiligheid van arme boeren, nog altijd minimaal een derde van de huidige wereldpopulatie. Dit is een strijd tussen autorijders en arme boeren in het Zuiden.

Het meest serieuze probleem van de klimaatverandering wordt niet aangepakt: de opbrengsten van de landbouwgronden in het Zuiden zullen volgens het IPCC in 2020 gehalveerd zijn door de te verwachten extreme verdroging.

... en negen aanbevelingen

1Steun grondgebonden landbouw in Nederland op alle fronten.

Grondgebonden landbouw betekent afwisselend weilanden met zwart-witte of bonte koeien, geriefbosjes, houtkaden, hakhoutwallen, sloten en bruggetjes. Grondgebonden landbouw is ambachtelijk. Natuurlijk kunnen er computers worden gebruikt, modern vervoer of genetische technieken of gsm. Ambachtelijk is niet anti-technologisch. Maar het blijft grondgebonden: ‘buiten’ speelt een essentiële rol en de natuur is niet alleen op het beeldscherm te zien.

Er zijn veel goede argumenten waarom grondgebonden landbouw in Nederland moet blijven en waarom landbouw en natuur niet alleen behang mogen zijn.

Het is een grote vergissing te denken dat door alleen naar natuur te kijken je kunt beseffen wat natuur is. Wanneer je de natuur alleen ziet als behang of decor, zonder er daadwerkelijk bij betrokken te zijn (hoe dan ook, als wandelaar of fietser, als spelend kind, als leerling en student, als tuinier, als boer) dan leidt dat tot overschatting van de eigen mogelijkheden en verwaarlozing van de specifieke kenmerken van de natuur.

Door te beleven hoe planten groeien of een dier eten zoekt, merken mensen dat het natuurleven eigen wegen kent, en niet totaal maakbaar is. Mensen leren zo op allerlei manieren hun zintuigen te gebruiken.

Mensen leren via actieve betrokkenheid met landbouw en natuur dat ze afhankelijk zijn van natuurprocessen en dat deze een belangrijke betekenis hebben en zin kunnen geven aan je leven.

Wanneer grondgebonden landbouw een plaats heeft in de samenleving, ontstaat er ook een ander voordeel. Wat dichtbij wordt geproduceerd, kan gemakkelijker volgens de eigen maatschappelijke normen worden gestuurd en gecontroleerd.

Iedere grondgebonden boer die verdwijnt, is er één te veel.

2 Communicatie en educatie over landbouw en natuur is een must.

Laat kinderen van de grondgebonden landbouw leren. Processen van geboorte, groei en verval oefenen op kinderen een ongekende fascinatie uit (en niet alleen op hen natuurlijk). Maak smaaklessen tot een verplicht onderdeel op alle scholen.

3Vermijd dat voeding als brandstof wordt beschouwd.

In veel expliciete en impliciete boodschappen van overheid en bedrijfsleven wordt voeding als brandstof gezien. Ook in de berichten van het Voedingscentrum wordt voeding alleen maar gewogen, geteld en gemeten. De kwaliteit van de voeding doet er voor het Voedingscentrum niet toe, zoals blijkt uit de bekende kandidaten voor zijn jaarlijkse voedingsprijs, een industrieel yoghurtje of zoutig soepje. Maar het is een grote fout voeding als louter brandstof te zien: voeding heeft een multifunctionele betekenis, omdat het mensen met de natuur en hun lichaam in contact brengt, sociale contacten bevordert en de identiteit van mensen bepaalt.

4Bedrijfsleven en overheid dienen totale duidelijkheid te geven over herkomst en productiewijze van producten en dienen af te zien van irrelevante reclame voor zogenaamd gezond voedsel.

Nog steeds is er weinig transparantie in de keten, terwijl de hoeveelheid geld die besteed wordt aan reclame ontzagwekkend is (jaarlijks wereldwijd ongeveer 40 miljard). Dwing de sterkste ketenpartners, zoals de supermarkten en de grote voedingsbedrijven, meer duidelijkheid te geven over waar hun voedingsproducten vandaan komen, en schrijf voor dat ze eentiende van hun reclame uitgaven besteden aan onafhankelijk geproduceerde informatie. Verbied televisiereclame voor junkfood.

5Slecht de barrières waar ethisch bewuste consumenten telkens op stuiten.

Uit enquêtes blijkt dat veel consumenten zich bezorgd maken over de voedselproductie: het kan hierbij gaan om het welzijn van dieren, maar ook om de verslechterde kwaliteit van het landschap, onrechtvaardige handel of nadelige invloed op het milieu. Ethisch verantwoord consumeren en produceren neemt vele vormen aan, maar er zijn talrijke barrières. De kloof tussen hoe burgers willen consumeren en hun werkelijke koopgedrag geeft aan dat er barrières zijn: als je ethisch inzichten hebt waar je je aankopen op wilt baseren, kun je daar over het algemeen niet naar handelen.

Het is te gemakzuchtig de consument te verwijten dat deze inconsistent handelt of zelfs hypocriet oordeelt. De ethisch bewuste consumenten hebben grote moeite goede informatie en goede producten te vinden.

Traceerbaarheid van bijvoorbeeld vleesproducten, maar ook van ander voedsel is nu vooral gericht op verhindering van besmetting en verontreiniging. Ethische traceerbaarheid helpt consumenten bij hun streven naar een meer morele consumptie door duidelijk te maken welke afwegingen producenten hebben gemaakt met betrekking tot dierenwelzijn, milieueffecten, fair trade, gezondheid en prijs. Betrek consumenten bij het vaststellen van ethische traceerbaarheid van dierenwelzijn, milieueffecten en fair trade.

6Volledige traceerbaarheid is goed, ethische traceerbaarheid nog beter, maar deze vormen van informatie dienen ook te worden gecoördineerd, gecontroleerd en geëvalueerd.

Zorg voor goede certificatie- en evaluatiesystemen van traceerbaarheidsschema’s en keurmerken. Steeds meer nieuwe logo’s, vooral gezondheidskeurmerken, duiken op. Er is een opwaartse (Europese) druk (ook voelbaar in de VS en Canada) in de richting van meer dierenwelzijn, milieu en fair trade, en die leidt tot een wildgroei aan keurmerken. Als je bijvoorbeeld een fairtradeproduct koopt, weet je niet of het ook milieuverantwoord is. Deze chaos kan alleen worden teruggedrongen door onafhankelijke evaluatie daarvan en een goede coördinatie. Er is grote behoefte aan een systeem dat keurmerken evalueert. Deze evaluatie- en certificatiesystemen hoeven niet door de overheid te worden ingericht; consumentenorganisaties of groepen betrokken burgers en boeren zouden dat net zo goed kunnen doen.

7Laat ethische kwaliteit van de voedingsproducten een duidelijk verschil maken en certificeer dat verschil.

Laat boeren concurreren op kwaliteit en niet op prijs! Laat de ambachtelijke grondgebonden boeren niet vallen onder de kwaliteitsschema’s van de grote industriële spelers. Er is een evaluatiesysteem nodig dat grondgebonden boeren met hun producten beoordeelt, zodat deze producten grotere bekendheid kunnen krijgen. Boeren maken allerlei verschillende producten maar die verschillen worden door de fabrikanten vaak tenietgedaan. De melk van boeren die hun koeien uitsluitend gras geven, dient later duidelijk als grasmelk te worden verwerkt en in de winkel als zodanig herkenbaar te zijn.

8Maak duidelijke, streekgebonden plannen hoe de teruggang van grondgebonden boeren tegen te gaan en laat de uitvoering van deze plannen controleren door consumentengroepen.

Deze plannen moeten ook hulp bieden aan boeren die willen overstappen naar grondgebonden landbouw, zodat starters en ‘overgangers’ meer hulp (financieel, belastingtechnisch en inhoudelijk) krijgen en geef consumenten de mogelijkheid deze groepen te helpen.

9Maak het mogelijk dat consumenten financiële en andere voordelen krijgen als ze grondgebonden boeren steunen via acties als adopteer een kip, koe, boom, boerderij, grasveld, of boomgaard.