‘Voor Foekje is het goed zo’

De atletiekunie heeft de vorige week overleden oud-atlete Foekje Dillema postuum eerherstel verleend. Haar neef Foeke Dillema denkt dat ze daar heel blij mee is.

Foeke Dillema, de 57-jarige neef van Foekje Dillema, denkt dat de oud-atlete zeer tevreden over haar rehabilitatie door de atletiekunie (KNAU) zou zijn geweest. „Ik zei tegen mijn vrouw: ‘Ik zie Foekje nu boven met haar stok zwaaien en roepen: Het is goed zo’.”

Het eerherstel werd haar verleend door directeur Rien van Haperen, die donderdag in een gesprek met Foeke Dillema de excuses van de KNAU overbracht en meldde dat Foekje Dillema’s uitslagen weer in de ranglijst aller tijden worden opgenomen.

De Friese atlete kreeg in 1950 na een omstreden seksetest een startverbod bij wedstrijden voor vrouwen. Het verhaal gaat dat Jan Blankers, de echtgenoot van Fanny Blankers-Koen, de kwade genius achter Dillema’s verwijdering uit de atletieksport was. De Friezin, die op indrukwekkende wijze het Nederlands record op de 200 meter van Fanny Blankers-Koen had afgenomen, zou een ongewenste concurrent zijn geweest.

Het verhaal wil dat Foekje Dillema zo gebukt ging onder haar uitsluiting dat ze er nooit meer over wilde praten. Waarom heeft u de kwestie weer onder de aandacht gebracht?

Foeke Dillema: „Ik heb daartoe niet het initiatief genomen. Omrop Fryslân benaderde me met de vraag of ik wilde meewerken aan een poging tot rehabilitatie.”

Handelt u daarmee in de geest van Foekje Dillema?

„Ja, zeker weten. Ik heb Foekje ooit wel eens gevraagd wat ze ervan zou vinden als wij na haar dood om eerherstel zouden vragen. ‘Het interesseert me niks wat je dan doet’, zei ze toen. ‘Ik ben er dan toch niet meer.’ Maar reken maar dat ze het prachtig zou hebben gevonden.”

Enig idee waarom ze zelf nooit het initiatief voor rehabilitatie heeft genomen?

„Daar was ze niet capabel en mondig genoeg voor. Dat bleek ook wel in de televisie-uitzending van Wilfried de Jong, die haar thuis opzocht. Ze kon haar gevoelens niet goed verwoorden, terwijl ze er best wat over had willen zeggen. Ik heb haar naderhand ook gezegd: ‘Had mij dan gebeld’.”

Hoe komt het dat u als neef zo close met Foekje Dillema was?

„Ik kwam vanaf mijn zevende bij haar over de vloer. Ze beschouwde me als haar zoon. Mijn vrouw en ik hebben haar de laatste jaren van haar leven bijgestaan, omdat ze geen contact meer had met haar broers en zussen. We namen haar op zondagmiddag wel eens mee voor een uitstapje. Man, dan genóót ze. Foekje leefde heel teruggetrokken, terwijl ze graag contact maakte. Ze lag ooit met plezier in het ziekenhuis; dan kon ze vrienden maken.”

Heeft de affaire met de KNAU haar leven daadwerkelijk geruïneerd?

„Ja, het was de rode draad door haar leven. Het was ook zó kwetsend. Neem van mij aan dat de treinreis naar huis, nadat ze in 1950 van haar uitsluiting op de hoogte was gesteld, de langste reis van haar leven is geweest. Sindsdien sprak ze er met niemand meer over. Wat dat aangaat was ze safer dan de bank.”

Haar medailles zijn ook weer boven water. Hoe is dat gebeurd?

„We wisten dat Foekje die in een kwade bui ooit aan een oud-oom had meegegeven, zo van: als je er belang bij hebt, neem ze maar mee. Die man is inmiddels 82 jaar en woont in Nieuw-Zeeland. In een interview met Omrop Fryslân heeft hij zich bereid verklaard de medailles terug te geven. En ook nog foto’s uit die tijd; die had ze hem ook meegegeven. Ik ben er blij mee. Nee, ik houd ze niet zelf. Ik denk dat ik ze aan een sportmuseum schenk.”

De atletiekunie heeft ook toegezegd een krans op haar graf te leggen. Wanneer gebeurt dat?

„Waarschijnlijk in januari. Er liggen nu twee bloemstukken op het graf. Ik heb met Van Haperen afgesproken dat we die eerst laten verwelken.”