Vermijding of confrontatie?

Geloof wat je leest en hoort, en je denkt dat je getuige bent van een heftige strijd tegen het fascisme - door fascisten. Wie bedreigt nu eigenlijk wie? Wie mag zich het echte slachtoffer noemen: de goedwillende moslim die vrijwel dagelijks in de media gestigmatiseerd wordt en wiens geloof steevast wordt aangewezen als de bron van alle kwaad - of de ‘hardwerkende’ Hollander die zich na een halve eeuw ontkerstening en zelfontplooiing geconfronteerd ziet met religieuze opvattingen die het dagelijkse sociale verkeer blijvend dreigen te ontregelen?

Bezoek een willekeurige discussieavond over het integratievraagstuk en je loopt tegen dezelfde verhalen aan: die van jonge Turken die het vijandige klimaat te veel is geworden en hun geboorteland Nederland de rug toekeren - of dat van de geschrokken hbo-student die van zijn islamitische medestudenten te horen kreeg dat de Zweedse cartoonist die het hoofd van de Profeet op een hondenlijf heeft gemonteerd, terecht bedreigd wordt.

Wanneer iedereen geneigd is zichzelf als aangevallen te zien, heb je een gedeelde emotie: angst. Het is de angst voor de ander die lijkt te weten wie hij is, terwijl jij het zelf juist niet meer weet. Het is de angst om los te raken van alles wat jou aan de jouwen bindt, de angst om jezelf te verliezen in een omgeving waarin iedereen fundamenteel anders is dan jij. Wat gezocht wordt is dan een nieuw houvast. Dat houvast heet identiteit.
Geen wonder dat het niet opschiet met die dialoog tussen culturen. Dialoog, dat wondermiddel van de zachte krachten, wordt juist als bedreigend ervaren. Een dialoog nodigt uit tot relativeringen - het wegstrepen van jouw overtuigingen tegen die van een ander. Dat is precies wat niemand wil.

In Nederland heeft de vermijding plaats gemaakt voor afwijzing. Wie op zoek gaat naar zijn eigenheid, vindt de eigenheid van de ander al snel onverdraaglijk; en dus keert de overtuigde Hollandse nationalist zich af van alles wat met de islam te maken heeft - en gaat de islamitische fundamentalist in zijn nieuw ontdekte hang naar zuiverheid met zijn rug naar de ontaarde Nederlandse samenleving staan.

Toch, als ik kiezen moet tussen de twee houdingen tegenover wat ik maar kortweg het islamdebat zal noemen - de houding van zachtmoedige vermijding van weleer of van de vaak hysterische confrontatie, dan ben ik er snel uit. Dan maar de confrontatie, hoe moe je af en toe ook wordt van de verbale bagger die over je wordt uitgestort. Want juist omdat alles gezegd en geroepen, geschreeuwd en gebitst wordt, blijft ook niets weersproken. Iedere stem krijgt een tegenstem.

Al die onverzoenlijke debatten kun je beschouwen als een noodzakelijk proces van gewenning. Die gewenning vindt overal plaats; de autochtoon beseft eindelijk echt dat moslims voortaan blijvend aanwezig zullen zijn in de Nederlandse samenleving. De meeste moslims maken in wezen hetzelfde proces door: ook zij wennen aan het idee dat zij onlosmakelijk deel uitmaken van de Nederlandse samenleving, met alle tegenwerking en persoonlijke ambivalentie en verscheurdheid die daarbij hoort.

De uitkomst van dat proces is onzeker. Het is gemakkelijk en verleidelijk om je af te keren van de complexe realiteit, om volledige aanpassing te eisen, of juist iedere vorm van aanpassing uit te sluiten. Maar juist omdat de onverzoenlijke houding van de extremisten telkens weer onrealistisch blijkt te zijn, dat de behoefte aan zuiverheid aan beide uitersten, van zowel de Hollandse islamofobe monoculturalist als de radicale moslimfundamentalist, uiteindelijk slechts leidt tot isolement, hysterie en agressie - juist dat besef schept ruimte voor degenen die zich tussen die twee extremen in bevinden. Dat is het prettige aan die Hollandse confrontatie: op een gegeven moment is iedereen overal mee geconfronteerd. En dan moet je toch weer verder. Het is ook heel goed mogelijk dat juist de Hollandse ‘islamcritici’ er uiteindelijk aan bijdragen dat Nederland en de islam in de ogen van het grootste deel van bevolking kunnen samengaan. Ook vijandigheid schept op een zeker moment vertrouwdheid.

Je zou er bijna optimistisch van worden. Maar voorwaarde is dat je je niet laat gijzelen door de standpunten van je tegenstanders. Wanneer de positie van extremisten moet worden aangevallen, is het verleidelijk om niet langer vanuit de werkelijkheid te redeneren, maar vanuit ideologie. Wie Wilders wil bestrijden, is geneigd reële sociaal-culturele problemen te bagatelliseren. Veel islamcritici die gematigde moslims blijven oproepen afstand te nemen van hun radicale geloofsgenoten, wringen zichzelf in alle bochten om maar de rabiate stellingnamen van Wilders niet te hoeven veroordelen - liever schelden ze op Doekle Terpstra. Wanneer je kritiek hebt op de agressieve omgang met het erfgoed van de Verlichting door islamcritici, betekent dat nog niet dat je de uitgangspunten van de Verlichting ontrouw hoeft te worden. Net zo is het heel goed mogelijk je kritisch te uiten over de sociaal-culturele pijnpunten die door islamofoben gebruikt worden om alles wat moslim is tot wezensvreemd te verklaren.

Het gaat erom die open geest te houden en verdedigen - te verdedigen tegen de schreeuwlelijken die in naam van de vrijheid iedere nuancering afdoen als lafheid en gebrek aan overtuiging, maar ook te verdedigen tegen de hang naar helderheid in jezelf, de verleiding om het jezelf gemakkelijk te maken door te kiezen voor simpele vijandbeelden. Wanneer we niet toegeven aan de simpele tegenstellingen van de extremisten, zolang we het opbrengen om moeilijke kwesties moeilijk te laten zijn, is er een kans dat confrontatie, via polarisatie, leidt tot acceptatie.

Verschenen in Opinie & Debat, NRC Handelsblad