‘Straks zal ik ja zeggen’

Nico Kerssens (1979) werd vorige week zaterdag tot diaken gewijd. Hij werkt in de parochie Haarlem Centrum-Oost. „Als ik weer opsta, voel ik me als herboren.”

Vrijdag 7 december

Na een nacht waarin ik een hele tijd wakker heb gelegen, sta ik om 6:30 op. Normaal gesproken slaap ik aan een stuk door, maar vannacht dus niet. Zouden het de zenuwen zijn voor morgen?

Om 7:00 kom ik in de eetzaal, waar Kees mij lachend opwacht en mij een goede morgen wenst. Ik ben enigszins verbaasd, want we zouden toch tot na de Heilige Mis stil blijven? Als even later Paul binnen komt, geeft hij ons een hand: “proficiat” (Dat het u verder moge helpen).

Tijdens het ontbijt blikken we terug op de afgelopen retraite. Vanaf maandag zijn we met z’n drieën in het klooster van de Carmelitessen in Sittard. In de stilte hebben we ons voorbereid op de diakenwijding die morgen al is. Morgen al... Ik schrik een beetje, wat eens zo ver weg leek, is nu ineens heel dichtbij gekomen.

Na het ontbijt gaan we naar de kleine kapel waar we het ochtendgebed en de lezingendienst uit het brevier bidden. Het geeft een bijzonder gevoel om zo samen te bidden, omdat je straks samen dezelfde toekomst ingaat. Na de H. Mis nemen we afscheid van de zusters en vertrekken naar Haarlem.

In Breukelen stoppen we voor het middageten, de laatste maaltijd die we zo samen zullen eten. Aan de ene kant ben ik uitgelaten omdat het morgen de grote dag is, aan de andere kant zit ik ook te denken aan hoe het dan allemaal zal gaan.

Op de pastorie in Haarlem-Oost, waar ik woon, drinken we koffie. Ik blijf hier achter, de anderen gaan verder naar het seminarie. Snel pak ik mijn tas uit: de vuile was eruit, de schone spullen erin. Verder doe ik al mijn overhemden en stropdassen in de tas, want die heb ik straks toch niet meer nodig. Vervolgens pak ik de trein naar Wormerveer, mijn laatste nacht wil ik thuis slapen om morgen ‘vanuit huis te trouwen’. Even later komt Paul (16) mijn broertje thuis. Hij begroet me met ‘moggel’, maar ik begrijp niet helemaal wat hij bedoelt. Later begrijp ik hem, als hij vertelt over de tv-reclame van inktvip en transploft.

Thuis vier ik een vrijgezellenavond en Paul probeert me gek te maken met wat er allemaal morgen fout kan gaan. ‘Zijn je schoenen schoon van onderen?’. Af en toe word ik wat stil, omdat het morgen zover is. Om 23:30 ga ik naar bed.

Voordat ik ga slapen bid ik de Completen (dagsluiting) uit het brevier. Ik sta stil bij de zin: In Uw handen Heer, beveel ik mijn geest. Gij zijt mijn verlosser getrouwe God. Het is de tekst die voor op het kaartje voor de diakenwijding staat. In Uw handen Heer, beveel ik mijn leven, de dag van morgen, mijn toekomst. Want U bent een getrouwe God.

Zaterdag

Ik slaap in de kamer van Peter. Aan de muur hangen foto’s van zijn vriendin. Vaak heb ik gezien hoe ze samen gelukkig zijn. Vandaag kijk ik toch met heel andere ogen naar de foto. Straks zal ik ja zeggen, maar niet tegen het huwelijk, maar voor het celibaat. Weet je wel waar je aan begint? Ja, ik kies voor een leven in dienst van God en zijn Kerk. Een leven zonder huwelijksrelatie, om helemaal vrij te zijn. De liefde die ik van God heb ontvangen, geef ik niet exclusief aan één persoon, maar aan iedereen om mij heen.

Na het middageten ga ik mij omkleden, het gele overhemd wordt vervangen door een zwarte met priesterboord. De boord laat ik nog even achterwege tot na de wijding. Het voelt wat onwennig, en een beetje verlegen keer ik terug naar de woonkamer.

Voor de wijdingsmis ga ik nog even naar de stiltekapel, om alles aan God over te laten.

Dan begint de wijdingsmis, enigszins gespannen loop ik door de kathedraal en ga op mijn plaats zitten. Na 10 minuten zakt de spanning. Dan wordt mijn naam geroepen en ik antwoord met ‘Ja, hier ben ik’. Bij de litanie van alle heiligen liggen we plat op de grond. Bij ‘Nicolaas’ gaat er een huivering door me heen. Als ik weer opsta, voel ik me als herboren, er gaat een soort tinteling door mijn hele lichaam.

Na de H. Mis kniel ik weer neer in de stilte en met enige aarzeling ga ik op weg naar de plaats waar de mensen mij zullen feliciteren. Het voelt nog wat onwennig.

Na het feliciteren is het feest op het seminarie. Tijdens de maaltijd doe ik mijn jasje uit en stroop de mouwen op. Zo loop ik het liefste rond, ook nu ik diaken ben.

Zondag

Vandaag mag ik voor het eerst als diaken assisteren in de H. Mis. Ik merk dat ik meer bezig ben om de taak goed te vervullen dan met het vieren van de H. Mis.

’s Middags ga ik door de duinen fietsen, ik ben hier graag om te genieten van de schepping. In de stilte en rust gaan de afgelopen dagen nog even door me heen en ik dank God voor alles wat Hij voor me heeft gedaan.

’s Avonds lees ik de vele kaarten die ik heb gekregen, mensen die me feliciteren en beloven om voor me te bidden. Ik ben onder de indruk van al deze kaarten en wensen: ik sta er niet alleen voor, achter mij staan vele mensen die voor mij bidden.

Maandag

’s Morgens werk ik aan mijn eerste preek. Het valt niet mee, morgen zal ik voor het eerst preken, maar wie ben ik dat ik iets mag zeggen tegen mensen die veel ouder en wijzer zijn dan ik? Wat ga ik deze mensen meegeven? Na een tijdje stop ik ermee en ga iets anders doen.

’s Middags is een uitvaart en ik mag de gebeden bij het graf uitspreken. De teksten staan in een boek, maar ik gebruik ook mijn eigen woorden. Het is niet gemakkelijk om de juiste woorden te vinden, zodat ik de familie hoop en troost kan bieden.

Vervolgens ga ik wat boodschappen doen. Het voelt toch anders, boodschappen doen met een boord om. Misschien zullen mensen erop reageren of er iets van zeggen, maar dat gebeurt niet. U moet nu niet denken dat ik pontificaal met mijn boord rondloop, ik loop er niet mee te koop , mijn jas zit dicht, maar waar normaal het bovenste knoopje loszit, zit nu een wit stukje.

’s Avonds is een vergadering van het herdenking comité van Parkwijk, om de komende dodenherdenking te bespreken.

Dinsdag

’s Morgens schrijf ik de preek voor straks af. Dan gaat de telefoon, hoe het met het dagboek gaat. Ik moet bekennen dat ik daar nog helemaal geen tijd voor heb gehad, ik beloof vanmiddag iets op te sturen. Maar wanneer? De dag zit vol. Ik zucht, misschien lukt het toch.

Om 10:00 is de Adventsviering voor het ouderenpastoraat. De preek gaat goed, maar ik ben meer bezig met of ik goed over kom, of de mensen mij kunnen verstaan, dan dat ik uit mijn hart preek.

Terug op de pastorie plof ik vermoeid op een stoel. Dan hoor ik dat de afspraak van vanmiddag niet doorgaat, dat brengt wat lucht, zodat ik kan werken aan het dagboek. Toch wel lastig om je gedachtes op papier te zetten.

Mijn broertje belt: Mgr. Eijk is aartsbisschop geworden. Het is niet helemaal verrassend, ik had er al een beetje op gerekend. Mijn gedachten gaan terug naar de lessen van Mgr. Eijk, hoe hij de moeilijke onderwerpen als euthanasie en klonen heel open met ons besprak. Met een beetje humor wist hij de droge en serieuze stof te verlevendigen. Ik heb alle vertrouwen in hem als nieuwe aartsbisschop.

’s Avonds is de afsluiting van de Alphacursus. De afgelopen 10 weken hebben 15 mensen zich verdiept in het geloof. Vanavond wisselen we ervaringen uit. Ik denk terug aan mijn eerste Alpha, vier jaar geleden, die veel voor mij betekend heeft. Ik mocht mijn vanzelfsprekend geworden geloof verwoorden aan mensen voor wie het helemaal niet vanzelfsprekend was. Ik ben toen anders in mijn geloof gaan staan, mijn geloofsbeleving werd persoonlijker en ik ben anders gaan bidden. Het gevolg was ook dat ik anders ben gaan kijken naar de priesterroeping. Is dit wel wat ik wil, waar ga ik straks ja tegen zeggen. Dat jaar besloot ik om het seminarie een jaar te verlaten en in een parochie te gaan wonen, om zo de praktijk beter te leren kennen.

Woensdag

Vandaag reik ik aan verschillende mensen de Heilige Communie thuis uit. De mensen vertellen me dan waar ze mee bezig zijn, hoe zij in het geloof staan. Het zijn mooie getuigenissen en ze zetten me vaak aan het denken. Zo vertelt een mevrouw dat ze God nooit iets vraagt, ze leeft vanuit de dankbaarheid tot God. Kon ik maar zo leven zoals zij...

’s Avonds assisteer ik als diaken bij de Heilige Mis met twee Filippijnse paters, een drie heren mis dus. In alle rust en eenvoud vieren we de H. Mis, vol van het geheim wat zich op het altaar voltrekt. Ik geniet hiervan, het betekent meer voor me dan een pontificale mis met groot koor.

Donderdag 13 december

Tijdens de H. Mis preek ik uit het hoofd, mensen geven mij complimenten omdat ze vinden dat ik iets heb gezegd dat hun aansprak. Als ik dit hoor, word ik een beetje verlegen.

’s Middags bezoek ik een mevrouw met longproblemen. Haar zoons hebben wat rommel gemaakt om de kerstspullen op te hangen, maar van haar hoeft het niet. Het confronteert mij met de werkelijkheid: niet iedereen zit te wachten op het kerstfeest, met de bijbehorende versiering. Ik zeg haar wat kerst voor mij betekent: het gaat niet om de versiering, de ballen en de boom, maar om de Zoon van God die mens is geworden. In alle kleinheid en eenvoud is hij geboren om mens onder de mensen te zijn.