Shopocalypse

Sexy rood autootje, kerstboom, schutter. Waar ging het ook alweer om?

In alle Amerikaanse winkels bij elkaar passen de inwoners van Noord-Amerika, Zuid-Amerika en Europa samen.

Zulke oncontroleerbare, maar fijne feitjes zitten in de vrolijke documentaire What would Jesus buy? van Rob VanAlkemade, die hier nu in de bioscoop draait. Een activist-acteur, ‘dominee Billy Talen’, trekt daarin met zingende medestanders door Amerika. Dominee Talen heeft een wit pak en blond Elvis-haar. De rest is in lange toga’s gekleed: het ‘Stop Shopping Gospel Choir’.

Het zijn de weken voor Kerst. Billy en zijn koor zingen in winkelcentra, in kerken, bij Wal-Mart en Starbucks. Billy kondigt de ‘shopocalypse’ aan: ,,Don’t shop, and you shall be saved!”.

Dominee Billy is tegen de commercialisering van Kerstmis, de uitbuiting in sweatshops en het verlies van kleine middenstanders door de komst van grote ketens als Wal-Mart. Het nut van zijn missie kan hij wel relativeren: in de eerste beelden wordt hij met megafoon en al omver gelopen door een massa die een winkel instormt.

Ik was bijna te laat voor die scène, want we moesten eerst een kerstboom kopen (zestig dollar). En een kerststrik (vijf dollar). Een lot (vijftig dollar) om een ‘sexy rode Mini Cooper’ mee te winnen, ja dat moesten we eigenlijk ook kopen. Maar daar lag toch de grens en dat werd niet begrepen op de openbare school van mijn kinderen.

Op school doen de ouders onophoudelijk en assertief aan fundraising. Omdat niemand het overzicht nog heeft, raken soms enige tienduizenden dollars de weg kwijt in de boekhouding. Daar wordt dan niet te lang over getreurd, want it’s the spirit that counts.

Nu ook gewone Amerikanen een punt maken van globalisering, uitbuiting en het milieu, lijkt fundraising helemaal onstuitbaar. Omdat het overconsumptie in vermomming is, vermoedelijk. Hier mag je nog kopen, nee het móet.

Ik was tot mijn verbazing al eens met een doos vol sinaasappels in mijn armen uit school gestruikeld – vijftien dollar, help us out. Ouderavonden zijn nauwelijks fatsoenlijk te bezoeken zonder aanschaf van T-shirts met logo van de school (10 dollar) – en mogen we u even de sticker ‘Ik heb mijn bijdrage aan het Educatieve Noden Fonds geleverd’ opplakken? Die bijdrage is 450 dollar. De sticker is er voor de sociale druk op andere ouders.

In maart moeten we stapels boeken kopen – krijgt de school dan een percentage van. Daarna moeten we Chinees eten aan de overkant van de boekwinkel, want daarvan komt ook een deel ten goede aan de school. In mei volgt de roemruchte auction, de jaarlijkse veiling waar het, op alle scholen, om grof geld gaat. Oudercommissies zijn er maanden mee zoet, dure hotels stellen ballrooms ter beschikking. Je wordt geacht iets in te brengen dat voor veel geld kan worden geveild. En je moet in een mooie jurk komen en gratis wijn drinken zodat je onvoorzichtig wordt en stomme dure dingen gaat kopen, zoals een ‘hot yoga kit met groene thee’ (150 dollar) of nare kunstwerken.

Op het schoolplein, dat dus tijdelijk dienst doet als kerstboomverkooppunt, sloeg T. zich met de andere vaders manmoedig door de hem toebedeelde uren als vrijwilliger heen, terwijl de sneeuw in zijn schoenen smolt, de zaag niet zaagde en de diverse bomen moeizaam bleken vast te sjorren op alle auto’s. Daarna hebben we nog een boompje aangeschaft. Tevreden wilden we huiswaarts gaan. Wij hadden weer eens vrije tijd en geld in het onverzadigbare Washingtonse schoolsysteem gestoken!

Maar daar begon ze weer, mevrouw sexy rode Mini Cooper. Waarom wilden wij van haar eigenlijk geen lootje kopen? Waarom niet? Zo verlieten we het schoolplein toch nog met een schuldgevoel. Alleen wie nooit weigert te kopen, kan pas echt deugen.

Dominee Billy’s shopocalypse is intussen werkelijkheid geworden in Omaha, Nebraska, waar vorige week een jongen in warenhuis Von Maur acht klanten en zichzelf dood schoot.

Niemand heb ik hier iets horen opmerken over de manier waarop de ongedeerden daarna het warenhuis uit kwamen. Ze liepen in rijen, de handen in de lucht. Aan die handen schommelden nog steeds de luxe rode tassen, waarin warenhuis Von Maur de kerstinkopen verpakt.

Je koopt. Je hebzucht is gesust. Nu kun je naar huis met zo’n onhandige, maar rijk glanzende tas aan je arm. Plotseling begint iemand wild om zich heen te schieten.

Ik kan me vergissen, maar laten mensen zich dan niet op de grond vallen? Rennen of kruipen ze niet weg van het onheil, zo gauw ze kunnen? Helpen ze niemand, zodra de kust veilig is?

Waarom hadden die mensen dan die tassen niet losgelaten? Was dat, in wat hun laatste minuten hadden kunnen zijn, waar het dus echt allemaal om ging? Dominee Billy?