Rusland neemt grafschennis in Berlijn hoog op

Duitsland is in verlegenheid gebracht doordat monumenten voor gesneuvelde Sovjet-militairen worden toegetakeld. De schade wordt steeds groter.

13.200 gesneuvelde soldaten liggen er op de Sovjet-begraafplaats in Berlijn-Pankow. Maar wat een plechtig en goedverzorgd militair monument zou moeten zijn, is geschonden en beroofd. Dieven en vandalen zijn in deze stille uithoek in noordelijk Berlijn nietsontziend tekeergegaan. Tot grote ergernis van Rusland en tot verlegenheid van de Duitse autoriteiten.

Het monument in Pankow is de grootste begraafplaats voor Sovjet-militairen in Berlijn. De twee andere monumenten die Moskou na de Tweede Wereldoorlog voor zijn gevallen soldaten in Berlijn liet oprichten, liggen in de wijken Tiergarten (2.500 gesneuvelden) en Treptow (7.200). Het monument in Treptow is internationaal bekend door de enorme bronzen soldaat die – met kind op de arm – een hakenkruis vertrapt. Ook hier worden regelmatig vernielingen aangericht.

Maar het vandalisme, de diefstal en de plunderingen op de begraafplaats in Pankow zijn groter van omvang. Een bezoek leert dat vele tientallen bronzen lampen zijn ontvreemd of van hun wandsokkel zijn geslagen. Met grafornamenten is hetzelfde gebeurd. Bronzen gedenkplaten van aanzienlijke omvang – tachtig bij honderd centimeter – zijn uit de wand gebikt die het grafveld omringt.

Koperen letters van vijftien centimeter, die samen herdenkingsteksten vormden op muren en sokkels, zijn gestolen. Alleen hun omtrek op het marmer is nog zichtbaar. De bijkomende schade door het gebruik van breekijzers en hamers is groot.

Viktor Sasonow, eerste ambassaderaad van de Russische ambassade in Berlijn, zegt dat zijn land de grafschennis zeer hoog opneemt. Of het nu diefstal is, vandalisme of neonazisme doet volgens hem niet ter zake. „Wat het ook is, wij beschouwen het als politieke daden. Dit schaadt het aanzien van Rusland.”

Op deze „politieke daden” heeft de Bondsrepubliek een politioneel antwoord. Er wordt aangifte gedaan, de schade wordt geïnventariseerd en rechercheurs stellen een onderzoek in. Dat zijn tot nu toe tijdrovende kwesties geweest, die weinig resultaat opleverden. Anke Wünnecke laat namens de Berlijnse dienst voor oorlogsmonumenten weten dat „de daders door de bank genomen onbekend blijven”.

Voor Moskou is schending van Sovjet-Russische militaire begraafplaatsen in het buitenland een toenemend probleem. Sinds de rellen dit voorjaar bij een Sovjet-monument in de Estse hoofdstad Tallinn, waarbij een dode en gewonden vielen, worden ernstige graf- en monumentschendingen op het hoogste niveau afgehandeld en gerapporteerd aan president Poetin.

De zaak in Tallinn betrof het bronzen beeld van een soldaat dat op gezag van de Estse autoriteiten moest worden verplaatst. Russische burgers kwamen daartegen in opstand. Het Kremlin sprak van „staatsvandalisme” en kondigde niet nader omschreven maatregelen aan ter bescherming van militaire monumenten in het buitenland.

In de hele Bondsrepubliek zijn circa 3.600 militaire begraafplaatsen en monumenten van de Sovjet-Unie. Veel daarvan liggen in de voormalige Oost-Duitse deelstaten.

Alleen al in de strijd om Berlijn sneuvelden meer dan 80.000 soldaten van Stalins Rode Leger. De buitenlandse oorlogsbegraafplaatsen behoren tot de tastbare resten van het Sovjet-verleden en vormen een wezenlijk deel van de gemeenschappelijke identiteit van het uiteengevallen rijk.

Duitsland is wettelijk verplicht de graven te onderhouden. Permanente bewaking is te duur; de politie voert regelmatig controles uit. Bewaking met videocamera’s wordt overwogen, aldus Anke Wünnecke van de betrokken dienst op het Berlijnse stadhuis. Maar de grootte van de percelen maakt dat videobewaking „vermoedelijk weinig doeltreffend” zal zijn.

Anders dan de Russische ambassade ziet zij de grafschennis niet als een (louter) politieke daad. De diefstal van voornamelijk bronzen ornamenten en grafplaten en het feit dat er hele teksten van koper zijn ontvreemd, duiden volgens haar op financiële motieven. Eerder dit jaar werden in Berlijn tientallen putdeksels gestolen, waarschijnlijk wegens de hoge metaalprijzen.

Het kapotslaan en in brand steken van graven en het besmeuren ervan met graffiti neemt volgens Wünnecke niet toe; de diefstal van monumentaal koper en brons van begraafplaatsen wel.

De Russische ambassade heeft intussen een verdubbeling van het aantal schendingen vastgesteld. In Berlijn en Brandenburg zijn dit jaar 31 maal oorlogsmonumenten en oorlogsgraven besmeurd, verbrand of geplunderd, tegen vijftien keer in 2006. Met toenemende ergernis wordt ook geconstateerd dat de schendingen van een grotere dimensie zijn.

Alleen al de schade aan het monument in Berlijn-Pankow loopt dit jaar in de vele honderdduizenden euro’s. Deze militaire begraafplaats, gelegen aan de Germanenstrasse in de buurt van het S-Bahnstation Wilhelmsruh, gaat volgend jaar dicht en wordt op last van de gemeente geheel gerenoveerd. Pas in 2010 zal het monument weer voor bezoekers toegankelijk zijn.

De burgemeester en de Senaat van Berlijn hebben „met zorg en spijt” kennis genomen van de schennis van Sovjet-monumenten in de hoofdstad. Russen die in Berlijn wonen, menen dat de Duitse autoriteiten de aard en de omvang van het vandalisme en de plunderingen onderschatten.

„Naast roofzucht spelen anti-Russische sentimenten vermoedelijk ook een rol”, zegt een Russische ambtenaar die al jaren in Berlijn komt, maar niet eerder zoveel geschonden Sovjet-monumenten zag.