Rode wijnsaus voor bij vlees

Voor 4 personen:2 eetlepels extra vergine olijfolie200 gram sjalotjes, in plakjes1 groot takje verse tijm2 laurierbladen2 tenen knoflook, in plakjes1 fles volle rode wijn (7,5 deciliter)2 eetlepels sherryazijn 7,5 deciliter zelf getrokken wild- of gevogeltebouillonzeezout en versgemalen peper

Iets in het seizoen, klassiek, trendy, gemakkelijk, ingewikkeld? In de loop der jaren maakte ik kerstrecepten die in al die categorieën vallen, maar steeds meer stel ik een heel belangrijke voorwaarde. Omdat ik op de dag zelf niet uren in de keuken wil staan, moet het recept, of een aanzienlijk deel ervan, van tevoren te maken zijn. Dit recept voor deze luxe rode-wijnsaus voldoet aan deze voorwaarde.

Er zijn slechts drie aandachtspunten. Ten eerste moet de bouillon zelf getrokken zijn, omdat bouillon van een tablet bij inkoken alleen maar zout wordt. Koop een goede rode wijn die u graag zou drinken. Die proeft u in de saus. Maak de saus in een brede, zware koekenpan. Hoe groter het oppervlak van de pan, hoe sneller het vocht zal inkoken.

Verhit de olijfolie in een grote koekenpan op een laag tot matig vuur. Voeg de plakjes sjalot toe en laat ze onder af en toe omscheppen circa 15 minuten zachtjes fruiten tot ze gaar en goudgeel zijn. Voeg de tijm, de laurierbladen en de plakjes knoflook toe en laat onder af en toe omscheppen nog een paar minuten fruiten.

Giet er de wijn en azijn bij. Draai het vuur hoog en laat het vocht onder af en toe te roeren tot circa 1 deciliter inkoken. Dit duurt circa 20 minuten.

Giet er de bouillon bij en breng op hoog vuur aan de kook. Draai het vuur middelhoog en laat alles ongeveer 20 minuten zachtjes koken.

Plaats een grote zeef boven een pan en giet de inhoud van de koekenpan in de zeef. Giet de vloeistof terug in de koekenpan.

Laat opnieuw inkoken tot circa 2 deciliter, waarbij u regelmatig naar boven drijvend schuim afschept. De saus moet nu mooi, dik en glanzend zijn. Proef en breng op smaak met zout en peper. Bewaar tot ongeveer 3 dagen in de koelkast of een paar maanden in het vriesvak.

Kim Maclean