Prostaateiwit PAP in sperma vergroot kans op hiv-besmetting

Een prostaateiwit dat ruimschoots in sperma voorkomt, vergemakkelijkt de overdracht van hiv, het virus dat aids veroorzaakt. Het eiwit, prostatic acidic phosphatase (PAP), vormt in het sperma kleine vezels die de hiv-partikels binden. Het gebonden virus kan cellen makkelijker infecteren dan wanneer het vrij in het sperma aanwezig zou zijn. Deze ontdekking van Duitse onderzoekers werpt nieuw licht op de manier waarop hiv bij seksueel contact wordt overgebracht. Bovendien biedt ze aanknopingspunten om de verspreiding van hiv langs deze weg te voorkomen (Cell, 14 december).

Sperma dat bij een zaadlozing vrijkomt bestaat voor pakweg twee procent uit zaadcellen. De bulk wordt gevormd door stoffen uit de prostaat en de bijballen die de zaadcellen moeten beschermen in het zure milieu van de vagina.

De onderzoekers zochten stoffen in sperma die de overdracht van hiv zouden belemmeren. Daartoe bekeken ze van alle 294 in het zaadvocht voorkomende peptiden en kleine eiwitten of die de infectiekracht van het virus beïnvloeden. Zij deden dit door mengsels van virus en eiwit toe te voegen aan kweken van T-cellen en macrofagen, de afweercellen die het voornaamste doelwit van het virus vormen.

De meeste eiwit-viruscombinaties hadden nauwelijks invloed op de infectiekans. Alleen PAP en een aantal grote fragmenten van dit eiwit sprongen er fors uit. Ze bleken de infectiekans niet te verkleinen, maar juist sterk te vergroten. Er was vijf tot zeven keer minder virus nodig om een gegeven aantal afweercellen te infecteren. Omdat dit resultaat hen nogal verraste, herhaalden de onderzoekers de test met synthetische PAP-fragmenten. Het resultaat was exact hetzelfde.

De PAP-fragmenten bleken met het virus een complex te vormen dat de onderzoekers SEVI doopten: semen-derived enhancer of virus infection. Een SEVI brengt het virus naar de doelwitcellen en helpt deze binnen te dringen. Opvallend was dat de SEVI’s het meeste effect hebben als de concentratie van het virus in het sperma betrekkelijk laag is: de normale situatie bij hiv-geïnfecteerde mannen.

De onderzoekers gaan nu op zoek naar stoffen die de vorming van SEVI’s kunnen remmen of voorkomen. Een potentiële toepassing van de SEVI’s op een heel ander vlak is in de gentherapie. Onschadelijk gemaakte virussen worden daarbij gebruikt om een genezend gen in zieke cellen te brengen. Als de SEVI’s het voor andere virussen ook makkelijker maken om cellen te infecteren, zou dat deze vorm van therapie wellicht vereenvoudigen. Huup Dassen