Op de brommer ontwijkt brandweerman de file

Wie de brandweer belt, moet steeds langer wachten op hulp. Dat kan beter, vindt de overheid. Wie slecht presteert, wachten wellicht sancties.

Het heeft de charme van de eenvoud: vrijwillige brandweerlieden moeten niet meer met de auto naar de kazerne, maar op de brommer. Op die manier zijn files te ontwijken, en kan de brandweer eerder uitrukken.

Het is maar een van de suggesties die de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (OOV) deze week vervatte in haar rapport over opkomsttijden van de brandweer. Die zijn namelijk veel te lang. Waar in de meeste gevallen niet meer dan acht minuten mag liggen tussen de melding van een brand of ongeval en de aankomst van de brandweer, duurt het vaak 12 tot 15 minuten. Dat kan mensenlevens kosten.

Ook minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA), onder wie de Inspectie OOV valt, levert een bijdrage aan kortere opkomsttijden van de brandweer. Zij beloofde deze week de al vijftien jaar geldende normen uit de Handleiding Brandweerzorg wettelijk vast te leggen. Dat zou moeten gebeuren in 2009, wanneer de nieuwe Wet op de veiligheidsregio’s van kracht wordt.

Per brommer naar de brand. Normen uit de vorige eeuw nog eens bij wet vastleggen. Is dat een aanpak om een structureel tekortschietende brandweer in het rechte spoor te krijgen?

Ja, zegt Stephan Wevers, commandant van de regionale brandweer Twente en bestuurder van de brandweerorganisatie NVBR. Door de normen wettelijk te verankeren heeft een brandweerkorps houvast als het met een gemeente praat over brandweerzorg – en hoe die te verbeteren. „Je haalt de vrijblijvendheid eraf. Nu kan iedereen die richtlijnen naast zich neerleggen. Uiteraard wijst geen gemeentebestuur ze expliciet af, maar ze worden grootscheeps genegeerd”, zegt Wevers.

En die suggesties van de Inspectie? Die moet je uiterst serieus nemen, vindt de commandant. Duidelijk is dat de opkomsttijden per jaar oplopen, maar de mogelijkheden om tijdwinst te boeken zijn nog lang niet uitgeput.

Vooral de fase voor de tankautospuit gaat rijden, biedt mogelijkheden. De verwerkingstijd van een melding is genormeerd op 1 à 1,5 minuut. Veel vaker blijkt het twee tot drie minuten te duren voor het juiste brandweerkorps via een centrale is gealarmeerd. Versimpeling van de procedure moet hier soelaas bieden, meent Wevers. In de VS wordt een melding in 20 tot 30 seconden verwerkt. Het zou in Nederland al veel helpen als 112 werd gebeld met een vaste telefoon. Zo’n melding komt altijd in de juiste regio terecht. Een mobiel telefoontje komt binnen bij het KLPD in Driebergen, en moet worden doorverbonden: dubbel werk.

Dan is er de zogeheten uitruktijd, de periode tussen alarmering van het korps en het vertrek uit de brandweerpost. Voor beroeps staat er een minuut voor, maar die verblijven in de kazerne. Het vrijwilligerskorps mag er 3 minuten over doen. Dat was begin jaren 90 haalbaar, maar tegenwoordig duurt dat overdag eerder 6 à 8 minuten. Met andere woorden: de tijd die nodig is om uit te rukken, overschrijdt vaak al de tijd die bedoeld is om de ‘plaats incident’ te bereiken. Dat komt bijvoorbeeld doordat de vrijwilligers steeds verder van de kazerne werken.

Ook hiervoor heeft de Inspectie OOV tips ter verbetering. Zo kunnen vrijwilligers overdag worden ingedeeld bij een kazerne in de buurt van hun werk, terwijl ze ’s avonds in hun woonomgeving opgeroepen kunnen worden. Daarnaast moeten kazernes overwegen blusvoertuigen paraat te houden op meer of betere locaties in hun regio, met bemanning in de buurt.

De brandweer zou ook de rijtijd naar incidenten kunnen bekorten door mee te praten over verkeersbelemmerende maatregelen. Maar in dat laatste traject ziet Wevers eigenlijk de minste perspectieven op verbetering. Toegegeven, rotondes, drempels en paaltjes bevorderen een snelle rit niet, maar ze hebben wel nut. Het is wat hij „de paradox van de verkeersveiligheid” noemt. Verkeersmaatregelen remmen de brandweer, maar ze zorgen er tegelijk voor dat hij minder hoeft uit te rukken.

Aan de opkomsttijdennorm zelf moet je niet sleutelen, vindt Wevers. Naarmate je langer onderweg bent, neemt de kans om levens te redden en schade te beperken exponentieel af. Natuurlijk, installatie van rookmelders, brandwerend bouwen en minder brandbare interieurs kunnen leiden tot een soepeler norm, maar daarvoor is grondig onderzoek nodig. „Pas je nu de norm aan, dan gaan ze direct weer achteroverzitten.”

Als de opkomstnorm in de wet is vastgelegd, biedt dat ook sanctiemogelijkheden, zegt Wevers. Gemeenten en korpsen die de beloofde prestatie niet leveren, kunnen in het uiterste geval hun brandweertaak verliezen aan ‘de regio’. De professionals van de regionale brandweer zouden de zorg beter onder controle hebben.

Daarmee komt de regionalisering van de brandweer een stap dichterbij. Bij de kabinetsformatie werd de wettelijke verplichting tot regionale samenwerking expliciet uitgesloten. De christelijke partijen in de coalitie, CDA en ChristenUnie, hechten sterk aan gemeentelijke autonomie, plaatselijke brandweerkorpsen én hun 27.000 vrijwilligers. Zij vrezen dat veel vrijwilligers stoppen als hun lokale korps verdwijnt.