Nooit meer het plezier van ‘it giet oan’

Na dertien jaar trad Henk Kroes gisteren af als voorzitter van de Vereniging De Friesche Elf Steden. „De stempelposten moeten blijven.”

Met zijn vrouw Swaentsje had hij aan de keukentafel zitten brainstormen. Henk Kroes (69) zocht in 1997 een toepasselijke aankondiging voor de vijftiende Elfstedentocht. „Je weet dat zo’n zin altijd zal worden herhaald. Ik zocht een kort statement en een echte Friese uitdrukking.”

Het werd een term uit de kaatswereld ‘It giet oan’ – het gaat los – waarmee hij schaatsminnend Nederland in vervoering bracht. Door de vijftiende Tocht der Tochten over tweehonderd kilometer Fries natuurijs kreeg Kroes landelijke bekendheid. Zelfs in het buitenland wordt hij herkend. Door landgenoten weliswaar. Vervelend vindt hij het niet. „Mensen associëren je met iets plezierigs. Toen ik eens in Nieuw-Zeeland over straat liep, riep een man: ‘Oh, Foppe de Haan! Mijn vrouw zei toen: ‘nee jongen, dit is een andere sport’.”

Kroes, boerenzoon uit Goëngahuizen, oud-ijsmeester van de Elfstedenvereniging, schaats- en fietsliefhebber, trad gisteren na dertien jaar af als voorzitter van de Vereniging De Friesche Elf Steden. Hij was 37 jaar bestuurslid.

De kwiek ogende Kroes zit aan een houten tafel in zijn monumentale woning, een oude pastorie in Boazum. Boven de deur van zijn werkkamer hangt een grote kleurenfoto van een groepje schaatsers dat over het ijs zwiert. Een wand is gevuld met boeken. Op tafel liggen stapeltjes tijdschriften. Ledenblad Vanellus van de Bond van Friese Vogelbeschermingswachten en Wordt vervolgd van Amnesty International. Maar ook Kroes’ biografie De stayer, die gisteren bij zijn afscheid is gepresenteerd. Hij pakt de Friese editie De skoskerinner. „Dat is iemand die van de ene op de andere ijsschot springt. Maar ook iemand die met verschillende dingen tegelijk bezig is. Dat woord past bij me.”

Kroes kondigde twee jaar geleden zijn afscheid als voorzitter aan. Rayonhoofden moeten er met zeventig jaar uit. Aan die leefttijdsgrens wilde ook hij vasthouden. Aanblijven tot het jubileum in 2009, als de vereniging zijn eeuwfeest viert, wilde Kroes niet. „Dat vind ik obligaat. De continuïteit van de vereniging is belangrijk, niet ik als persoon.”

Door zijn vertrek bijtijds kenbaar te maken, had hij tijd een opvolger te zoeken en in te werken. Dat is gelukt. Oud-onderwijsbestuurder Wiebe Wieling (51) voldeed aan alle criteria, vindt Kroes. „Hij is Fries, heeft affiniteit met schaatsen, wil de Elfstedentraditie voortzetten en kan leiding geven aan het bestuur. En hij heeft twee Elfstedentochten uitgereden.”

Zelf heeft Kroes geen Elfstedenkruisje. In de strenge winter van 1963 werd hij tijdens de barre tocht bij Franeker van het ijs gehaald. De oud-voorzitter had zijn opvolger graag willen inwerken tijdens een nieuwe Elfstedentocht. „Dan had ik hem nog meer kunnen instrueren. In het bestuur zit nu alleen nog Jan Zijlstra, die een Elfstedentocht heeft mee helpen organiseren. Dat kan lastig zijn. Er zijn natuurlijk wel draaiboeken, maar soms heb je een bepaald gevoel bij sommige ervaringen als je ze al eens hebt meegemaakt.”

Henk Kroes werkte bij Provinciale Waterstaat toen hij in 1969 werd gevraagd als routecommissaris in het bestuur van de Vereniging De Friesche Elf Steden. Later werd die functie bekend als ‘ijsmeester’, een term die volgens Kroes is verzonnen door Trouw-journalist Haro Hielkema. In 1982 leek er voor het eerst sinds 1963 weer een Elfstedentocht aan te komen.

„Ik vergeet nooit die persconferentie in een van de cafés van de veemarkthal in Leeuwarden”, herinnert Kroes zich. „Dat was de eerste keer dat we er een organiseerden. Het zaaltje zat bomvol. We schrokken ons wezenloos. Hoe we met de media moesten omgaan, wisten we amper. We zaten op een podium en er stond een camera op ons gericht met felle lampen. Daardoor zagen we niet wie er een vraag stelde. Dus vroegen we: ‘kunt u zeggen wie u bent?’ Bleek het Theo Koomen te zijn! De hele zaal lachte ons uit.”

Toen het Elfstedenbestuur daar wereldkundig maakte dat een Elfstedentocht niet verantwoord was, „donderde iedereen over ons heen. We durfden niet, werd er gezegd. Drie jaar later bleek het tegendeel. In 1985 ging het schaatsfestijn wel door. De Leeuwarder Courant kopte groot: ‘It sil heve!’ Het was de spannendste tocht die Kroes meemaakte als bestuurslid. „Hij ging door, maar het was op het randje. Er lag veel water op het ijs, het regende een beetje en de temperatuur steeg boven nul.”

Een groot nadeel waren de gebrekkige verbindingen, vertelt Kroes. „Mobiele telefoons bestonden nog niet. We konden niet snel contact leggen met de rayonhoofden, want die stonden vaak op het ijs. ’s Avonds belden EHBO’ers ons totaal in paniek op dat er iemand in een wak was gevallen. Ze vonden dat we de tocht moesten afblazen, omdat het te gevaarlijk werd. Ik bleef rustig. Maar mijn rayonhoofd kon ik niet te pakken krijgen. Een enorme handicap. Gelukkig bleven ongelukken uit.”

Op het volksfeest dat spontaan ontstond, blikt hij tevreden terug. Heel anders was dat het jaar daarop, in 1986. Kroes ergerde zich aan de lallende feestvierders die niet voor de schaatsers kwamen, maar vooral voor hun eigen lol. „Ze applaudiseerden als een schaatser onderuit ging, dat stond me tegen. Ik kwam in Bartlehiem, maar niemand verstond mijn Fries daar. De tocht was ons uit handen genomen.”

In 1994 volgde Kroes ir. Jan Sipkema op als voorzitter. Twee jaar later leek er serieus sprake van een nieuwe Elfstedentocht. Althans, die indruk wekte Kroes. Op basis van zelf vergaarde informatie liet hij doorschemeren dat de schaatsen uit het vet konden. Maar na raadpleging van de rayonhoofden bleek de ijsvloer in het noorden en zuidwesten van de route vol windwakken te liggen. Een teleurgestelde Kroes moest het verzamelde nationale en internationale journaille meedelen dat een tocht onmogelijk was. „Ja, ik baalde ongelooflijk. Ik had wat ingetogener moeten zijn. Ik had verwachtingen gewekt, uiterst vervelend.” NOS-verslaggever Harmen Roeland vroeg of hij ging aftreden. Kroes: „Geen haar op mijn hoofd die daaraan dacht. Waarom ook? Ik had geen foute beslissing genomen, maar was alleen iets te enthousiast geweest.”

Vervelender voor hem was dat achteraf, op basis van de weersvoorspellingen, de tocht wel verreden had kunnen worden. Weermannen als John Bernard en Harry Otten kritiseerden Kroes. De eerste schreef in deze krant: ‘Friezen hebben geen kijk op vriezen.’ Kroes: „Daar heb ik me toen ongelooflijk aan geërgerd. Zij bemoeiden zich met zaken waar ze geen verstand van hadden. Wij beoordelen het ijs, dat kunnen zij niet van afstand. We kondigen pas een Elfstedentocht af als het ijs er ligt en niet op basis van weersvooruitzichten. Pas als de ijsvloer er is, worden die cruciaal.”

Het jaar daarop nam hij revanche. Binnen 36 uur werd de vijftiende editie van de Elfstedentocht aangekondigd. Het had weinig gescheeld. Het Sneker rayonhoofd Jan de Jong vond het ijs namelijk te slecht en wilde geen verantwoordelijkheid dragen voor het doorgaan van de tocht. Kroes nam die vervolgens op zich, onthult hij in zijn biografie. IJsmeester Piet Venema steunde hem.

Zestienduizend toerrijders en honderden wedstrijdrijders bonden vervolgens de schaatsen onder bij de Zwette in Leeuwarden. Organisatorisch was het een vlekkeloze tocht. Voor enige ophef zorgde de diskwalificatie van oud-olympisch kampioen Piet Kleine, die in Hindeloopen een stempelpost miste. Er gingen stemmen op om het stempelen af te schaffen. Kroes geeft toe dat rijders zonder kunnen. „Marathonrijders hebben een chip, waardoor ze overal te volgen zijn. Maar het stempelen hoort bij de traditie. De Elfstedentocht is een schaatstocht van de ene stad naar de andere. Je start in Leeuwarden en haalt je eerste stempeltje in Sneek. Ik vind dat dit zo moet blijven.”

Zoals ook de commercie buiten de deur moet blijven. De NOS mag het evenement traditiegetrouw uitzenden tegen nul euro uitzendrechten. Ja, de vereniging zou er een flinke duit aan kunnen verdienen. Maar dit heeft ook een keerzijde, beklemtoont de voorzitter. „Wie er geld insteekt, kan eisen stellen. Dan zouden we bijvoorbeeld voorzieningen voor vips moeten maken. Dat vergt extra organisatie. In de Verenigde Staten worden marathonwedstrijden op tv onderbroken door reclameblokjes. Op zo’n moment wordt ook de wedstrijd stilgelegd.”

Nee, de vereniging wil onafhankelijk blijven. Daarom ook is er bewust nooit ingegaan op verzoeken om goede doelen te steunen. De natuurmens Kroes – hij was jarenlang directeur van de Friese natuurbeschermingsorganisatie It Fryske Gea – werd onlangs benaderd door het Wereld Natuur Fonds. Maar dat past niet bij de strakke doelstelling van de vereniging: het organiseren van een schaatstocht. „Bovendien krijg je dan discussie binnen de vereniging over zo’n goed doel.”

Liever zou hij iets doen om het schaatsen weer populair te maken bij de jeugd. Want zijn grootste zorg geldt niet de organisatie, („we hebben goede afspraken met de overheden”) maar het uitblijven van strenge winters. „Onze kinderen groeien niet meer op met natuurijs. Schaatsen is geen volkssport meer. Kinderen gaan hooguit naar een ijshal. Als vader hen kan brengen.”

Nu hij voorzitter af is, verheugt hij zich op lange fietstochten. Kroes maakte er diverse over de hele wereld. Al dan niet voor een goed doel. Zoals voor een onderwijsproject in Ghana, waarvoor hij 10.000 kilometer aflegde. „Ik fiets omdat het de mooiste manier is om een landschap te leren kennen.” Ook de fysieke uitdaging spreekt hem aan. „Ik wel een prestatie neerzetten.” Zo doorkruiste hij in 1999 met volle bepakking het Amerikaanse continent van kust naar kust.

Ook hoopt hij zijn schaatsen weer onder te binden om ontspannen te kunnen toeren. „Zonder dat ik routes hoef te controleren.” Maar ja, dan moet het eerst wel flink gaan vriezen. En lange, strenge vorstperiodes zijn zeldzaam, constateert hij spijtig. Zodat de onvermijdelijke vraag valt. Of hij nog hoop heeft op een zestiende editie van de Elfstedentocht in een eeuw waarin de klimaatverandering voor steeds grilliger weersomstandigheden lijkt te zorgen? De nuchtere Kroes gelooft er in. „Klimatologen voorspellen nog drie Elfstedentochten voor 2040. Dat kan dus ook in 2008, 2009 en 2010 zijn. Extreme weersomstandigheden blijven altijd bestaan. Ik verwacht zeker nog een nieuwe Elfstedentocht.” Glimlachend: „Ik weet alleen niet wanneer.”