Niemand kan zich verschuilen

Honkbalkenner en schrijver George Vecsey is sceptisch over de sanering van het Amerikaanse honkbal waar president Bush op hoopt. Maar: „Als de politiek deze kans laat liggen is er iets grondig mis.”

President George Bush heeft gisteren de hoop uitgesproken dat met de publicatie van het rapport van voormalig senator George Mitchell over het gebruik van stimulerende middelen in het Amerikaanse honkbal een streep wordt gezet onder het steroïdentijdperk. „Steroïden”, zei de president, „hebben het spel besmeurd”.

Dat laatste is ongetwijfeld waar, het eerste lijkt onwaarschijnlijk. De schok dat naast homerun koning Barry Bonds nu ook topwerper Roger Clemens en zo’n tachtig andere profspelers in verband worden gebracht met het gebruik van stimulerende middelen is daarvoor te groot.

De aandacht richt zich vooral op Clemens. The Rock, zoals zijn bijnaam luidt, geldt als één van de beste werpers uit de Amerikaanse honkbalgeschiedenis. Hij vormde het hart van de New York Yankees die van 1998 tot 2000 drie keer op rij de World Series wonnen. De persoonlijke trainer van Clemens heeft hem, aldus Mitchell, in deze periode zeker zestien keer ingespoten met steroïden. De 45-jarige werper, die dit seizoen zijn loopbaan afsloot, heeft de beschuldigingen woedend van de hand gewezen.

Daar komt hij niet mee weg, denkt George Vecsey. Vecsey (68), schrijver van het standaardwerk Baseball. A History of America’s Favorite Game (2006), noemt Clemens „in psychologisch opzicht een rinoceros”. „Hij zal proberen de beschuldigingen op lompe wijze van zich af te schudden, maar zijn omgeving zal toch willen weten hoe het precies zit.”

In een hoofdredactioneel commentaar schreef de New York Times gisteren dat Clemens nu zijn verkiezing tot de prestigieuze Hall of Fame kan vergeten. Bovendien zou er een asterix, een sterretje, achter zijn kunstmatig opgepompte prestaties moeten worden gezet, een teken dat ze besmet zijn. Vecsey, zelf een sportcolumnist voor de Times, is het er niet mee eens.

„De vraag is: Hoe ga je hiermee om? Zet je een sterretje achter alle overwinningen die hij heeft behaald in de jaren waarin hij volgens Mitchell steroïden kreeg ingespoten, achter zijn hele carrière of alleen achter wedstrijden waarvan is bewezen dat hij ze onder invloed speelde? Het lijkt mij dat het laatste zou moeten, maar probleem is: die wedstrijden zijn niet precies vast te stellen. En bovendien, wat doe je met de records van andere spelers die door Mitchell worden genoemd? Allemaal sterretjes?”

Vecsey is niet ontevreden met het rapport. „Ik ben onder de indruk van de onderbouwing van de beschuldigingen. Bovendien: dit spul wordt niet voor niets verboden. Er gaan mensen aan kapot. Dat zal ik ook schrijven in mijn volgende column: enkele spelers die door Mitchell worden genoemd vertoonden bizar gedrag op het veld. Neem Clemens: hij gooide enkele jaren geleden een gebroken honkbalknuppel naar een speler. Nu denk je: was hij onder invloed?

„Voormalig honkballer Jim Bouton heeft in een boek [Ball Four, red.] ooit uitgelegd wat het slikken van greenies [een soort amfetamine] met hem deed. Hij was niet toerekeningsvatbaar. Er zijn mensen die zeggen: ‘Atleten zijn uitstekend betaalde gladiatoren, laat ze toch experimenteren. Desnoods tot de dood erop volgt.’ Mijn antwoord daarop is: we hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het behoud van onze sportcultuur. Er zat gisteren bij de presentatie van het rapport door Mitchell een echtpaar in de zaal dat een zoon heeft verloren omdat hij onder invloed van steroïden zelfmoord heeft gepleegd. Deze jongen had niet, zoals Clemens en Bonds, een persoonlijke trainer in dienst om hem te begeleiden. Er zou een signaal vanuit moeten gaan: dopegebruikers kunnen de controle over hun gedrag verliezen. Met fatale gevolgen.”

Bush sprak de hoop uit dat de publicatie van het rapport wordt beschouwd als het begin van een ‘schone’ honkbalsport. Vecsey is sceptisch: „Hoe staan we er nu voor? We hebben nu een goed beleid voor het testen van steroïden. Maar gebruikers van groeihormonen (HGH) gaan nog vrijuit. HGH blijft voorlopig vrijwel niet te traceren. Spelers die willen experimenteren zullen nu dus naar HGH grijpen. Cheating will go on. Maar door de publiciteit weten we nu in elk geval dat het gebeurt. Niemand kan zich meer verschuilen achter onwetendheid.”

Niet alleen Bush heeft op het rapport van Mitchell gereageerd. Een commissie van het Congres houdt, waarschijnlijk volgende week al, een hoorzitting met Mitchell, honkbalvoorzitter Bud Selig en vakbondsleider Donald Fehr. Vecsey: „Ik hoor nu de geluiden al weer: een dog and pony show van politici die voor het oog van de camera’s zo nodig weer eens de sportcultuur door de mangel moeten halen. Daar ben ik het niet mee eens. Als de politiek deze kans laat liggen is er iets grondig mis.”