‘Muziek zegt me wie je bent’

Leo Blokhuis, popexpert bij Top 2000 a GoGo, zoekt naar het onbekende verhaal achter liedjes.

‘Nu blijkt dat kerk en popmuziek voor mij prima naast elkaar kunnen bestaan’ Foto Merlin Daleman Nederland, Hilversum, 12-12-07 Leo Blokhuis. © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Zijn ogen glinsteren nog van het Led Zeppelin-concert, afgelopen maandag in Londen. Leo Blokhuis (46) was een van de weinige gelukkigen die aanwezig waren bij de eenmalige reünie van de Britse rockband. „Het was waanzinnig. Na bijna dertig jaar stond er nog steeds een echt bandje op het podium, met steengoede muzikanten – zeker gitarist Jimmy Page. Maar aan de andere kant...” In de kleine studio op het Hilversumse Mediapark zet hij het intro van Led Zeppelins Dazed and Confused op, direct gevolgd door het origineel, Dazed and Confused van Jake Holmes. „Page jatte alles bij elkaar en zette er dan doodleuk zijn eigen naam onder.”

Dat zijn de verhalen die Leo Blokhuis graag vertelt. Bij het televisieprogramma Top 2000 à GoGo, op Nederland 3, maar ook in zijn Plaatjesboek (2007) en de theatervoorstelling Harmonium waarmee hij nu met zijn partner, zangeres en actrice Ricky Koole, door het land toert.

Dag in, dag uit muziek luisteren en elk jaar tweeduizend volstrekt voorspelbare platen in december. Hoe houd je plezier in je werk?

„Veel mannen van mijn leeftijd zijn jaloers dat ik hier mijn beroep van heb kunnen maken. Natuurlijk is dit voor mij werk. Toch voel ik me bevoorrecht: ik ontdek nog steeds nieuwe dingen in muziek. Niets komt uit de lucht vallen. Als je denkt ‘dat was een geniale muzikant’, dan zijn er toch altijd weer bronnen waar zo iemand uit getapt heeft. Ik onderzoek dat graag. Niet om iemand te ontmaskeren, maar om verbanden te zien en orde aan te brengen in die enorme zee van liedjes.”

De Top 2000 verveelt dus nooit?

„Het mooie is: bij elke gemoedstoestand die je hebt, zijn er liedjes die inslaan als een bom. Soms zijn er liedjes die je al lang kende, en die klinken op een dag alsof ze speciaal voor jou geschreven zijn. Dan is het een nummer dat je compleet van je sokken blaast. Zolang je zelf niet stilstaat in je leven, blijft dat iets dynamisch. En zolang ik die kracht van muziek voel, houd ik dat speelse genoegen in mijn werk. Muziek zegt iets over wie je bent. Als ik bij mensen op bezoek kom, loop ik ook vaak meteen naar de cd-kast toe om te zien wat voor vlees ik in de kuip heb.”

Wat staat er in je eigen platenkast?

„Te veel. Ik heb pas vier verhuisdozen lp’s weggedaan. Ik had 16.000 cd’s, en daarvan heb ik er laatst ook tweeduizend weggegooid. De meeste platen heb ik geplugd gekregen (platenmaatschappijen geven cd’s aan dj’s om te draaien op de radio, MH). Ricky kan heel streng zijn. Maar in dit geval keek ze me lief aan en vroeg: ‘wordt het niet eens tijd om...’ Ik heb de platen heel erg intuïtief weggedaan. Van UB40 bijvoorbeeld, heb ik alleen de eerste interessante platen bewaard. Het laatste driekwart gaat eruit. Hop weg!”

De samenwerking met Matthijs van Nieuwkerk in de Top 2000 à GoGo lijkt je op het lijf geschreven.

„Matthijs is iemand die graag zo blanco mogelijk een uitzending in wil. Hij wil zich niet druk hoeven maken over allerlei pophistorische feitjes, daarvoor had hij iemand als backup nodig. En dat werd ik. Zodat Matthijs op zijn manier fris de uitzending kan maken, want zo komt hij het beste tot zijn recht.”

Je groeide dankzij het tv-programma uit tot een mediapersoonlijkheid, je werd de popautoriteit van Nederland. Is dat wennen?

„Tja, ik werd maandag nog gebeld door RTL Nieuws, of ik even wat wilde zeggen over de dood van Arne Jansen (zanger van Meisjes met Rode Haren). Ik ken Arne Jansen niet goed genoeg om daar commentaar op te geven, dus dat heb ik ook niet gedaan. Maar toen James Brown doodging, heb ik me wel rustig laten interviewen. Als mens was hij wellicht niet altijd even braaf, maar in zo’n laatste eerbetoon wilde ik graag nog eens de grootheid van de artiest aanstippen. Wellicht schaffen mensen dan toch nog even The Best Of James Brown aan. Als ik dat in Het Journaal zeg, hoop ik de kijkers iets bij te brengen: deze artiest is een verrijking voor jullie leven. Hij is meer waard dan dat ene liedje Sex Machine op een verzamel-cd. Ik gun mensen die verrijking en dat geluk.”

Je klinkt als een liedjesdominee, die zijn geluk wil delen met anderen.

„Uiteindelijk raakt muziek me in mijn diepste ik, en dan ontkom je niet aan wat bombastisch taalgebruik. Dat gebeurt in de kerk waar ik vandaan kom natuurlijk ook. Aan de andere kant gun ik het de artiesten. Net zoals ik onze theatervoorstelling het verhaal vertel over Dazed and Confused van Led Zeppelin, dat dus eigenlijk gejat is van Jake Holmes. Ik gun de mensen die bron, en ik gun Jake Holmes het podium.”

Iemand reageerde juist boos op je weblog omdat je die obcsure Holmes had geopenbaard.

„Ik begrijp heel goed wat die meneer bedoelt. Eigenlijk wil je dat je allerliefste nummer niet bij iedereen bekend is, en zeker niet dat het in de top 10 van de top 2000 staat. Er zitten ook nummers in onze voorstelling waarvan Ricky en ik ons afvroegen of we die wel zouden weggeven. Omdat ze ons zo dierbaar zijn. Liedjes die iets betekenen in je relatie, ze geven je het gevoel dat het ons liedje is. Als je wilt kun je onze theatervoorstelling zo samenvatten: Leo geeft college en Ricky zingt mooie liedjes. En Leo vertelt aan het einde nog een persoonlijk verhaaltje van anderhalve minuut. Klaar. Maar voor ons zitten er veel meer lagen in.”

Je sprak net over de kerk waar je vandaan komt. Je groeide op in Wezep, op de Veluwe. In hoeverre heeft die achtergrond je beïnvloed?

„Mijn vader was dominee in Wezep en ik kom uit een goed gereformeerd nest. Ik werd verliefd op popmuziek en ik nam tegelijkertijd mijn geloof heel serieus. Een tijdlang ervoer ik dat als een conflict. Ik heb afscheid moeten nemen van een soort benepen angstdenken: angst voor alles dat niet van ons is. Angst om van de waarheid afgeleid te worden, om geïndoctrineerd te worden met onzuiverheid.

Er blijken veel mensen in zo’n spagaat gezeten te hebben. Na de voorstelling komt er altijd wel iemand naar me toe. Iemand voor wie de dominee of God de boeman was. Of ze brengen hun ervaring in herinnering dat je op zondag in een gebouw zat waarvan de deuren bij wijze van spreken op slot gingen. Dat beklemmende gevoel herkennen veel leeftijdsgenoten.”

Is dat het Jan Siebelink-effect?

„Nederland is een oercalvinistisch land. Dat plichtsgetrouwe, altijd de angst om fouten te maken. Jan Siebelink schreef daar inderdaad een beklemmend boek over, Knielen op een bed violen. Dat heb ik nog steeds niet uit kunnen lezen. Daarvoor raakt het me te veel. Ik herken er veel in, daar word ik echt boos om. Maar ik wil niet alleen mijn omgeving daarvan de schuld geven. Ik heb mijzelf als tiener ook allerlei beperkingen opgelegd, omdat het nou eenmaal makkelijker is om op die leeftijd mee te gaan met de heersende gedachten. Terwijl nu blijkt dat kerk en popmuziek voor mij prima naast elkaar kunnen bestaan.”

Hoe verenig je de grootsheid van een artiest als James Brown met zijn minder goede kanten?

„James Brown is inderdaad een paar keer gearresteerd. Maar misschien is de deze week overleden Ike Turner een beter voorbeeld. Dat is een eersteklas boef, heeft ook in de gevangenis gezeten. Maar Ike was wel een van de echte uitvinders van de rock ’n’ roll. Een heel, heel, heel erg belangrijke pionier. Die kant vind ik mateloos fascinerend. Maar het beeld dat wij van Ike Turner hebben is totaal door Tina ingevuld. Een ex die op kousevoeten is weggeslopen en later met verf is gaan gooien, dat is niet de meest betrouwbare bron.”

Is er voor het echte rock ’n’ roll gevoel wellicht iets fouts nodig?

„Fout zou ik het niet willen noemen. Eerder een gevoel van rebellie en dat is niet perse verkeerd. Die rebelse geesten zijn nodig om verandering te bewerkstelligen. Er is behoefte aan een soort vrijdenken. Dat is dus precies het omgekeerde van waar ik vandaan kom. Iedereen die maar braaf in de lijn van zijn voorganger blijft, daar worden we niet wijzer van.”