Liefde op afstand

Elisabeth Hardwick is overleden. De Nederlandse pers deed alsof dat niet zo is.

Begin jaren tachtig kreeg ik een mooi boek in handen dat zich moeilijk liet definiëren: Sleepless Nights, door Elizabeth Hardwick. Geen roman was het, maar evenmin een autobiografie, al waren sommige passages onverbloemd autobiografisch. Door de listig-laconieke essayistische uitweidingen vergat je soms dat je een boek las waarin een verhaal werd verteld. Halverwege Sleepless Nights wist ik al dat ik heel lang van dit boekje zou gaan houden, en in één moeite door hield ik meteen van de schrijfster. Hardwick schreef luchthartig en secuur, onthecht en empathisch, spottend en liefderijk. En nergens zorgden die tegenstellingen voor onaangename wrijvingen in het verhaal.

Door één passage in Sleepless Nights raakte ik plaatsvervangend een tikje beschaamd. Tegen het einde van het boek ontmoet de ik-figuur een Nederlandse dokter en zijn Franse echtgenote, op bezoek in New York vanwege een congres. Het is 1973. De dokter heeft het tot lichte wrevel van de ik-figuur telkens over ‘wij in Nederland’. Waarna de dokter op akoestische toon aan het snoeven slaat.

Als de avond vordert, raakt de Franse echtgenote beschonken en begint ze aan een tirade over Nederland en de Nederlanders. Het ergste vindt de Française nog wel dat de Nederlanders zo lelijk zijn. Je kunt de mannen en vrouwen niet uit elkaar houden. Droogjes noteert Hardwick dat de handen van de dokter licht beginnen te beven. „Dit is niet echt wat ik een discussie zou willen noemen”, zegt hij zacht maar nadrukkelijk.

Als zijn echtgenote even weg is, fluistert de dokter: „Zoals je hebt gemerkt is ze op een rampzalige manier gaan drinken”. Hij heeft daar een verklaring voor: zijn buitenechtelijke avontuurtjes, bekent hij bedeesd. En dan volgt een prachtige zin: „De dokter leek troost te putten uit zijn poging de schuld op zich te nemen”.

Jaren later las ik Hardwicks essays. Die bleken nog beter dan haar ongrijpbare roman. In 1999 verscheen een keuze uit haar essays over Amerikaanse schrijvers: American Fictions. Ik kan hier nu benadrukken dat haar essays scherpzinnig, elegant en liefdevol zijn – maar ze zijn vooral mooi. ‘Mooie kennis’, noemde criticus Carel Peeters dit ooit. American Fictions is mooi, in de zin dat je het boek na lezing dichtslaat zoals sommige lezers een roman kunnen dichtslaan na een intense leeservaring: met een zucht. In vergelijkende termen: Hardwicks nonfictie vertoont een denkkracht als van Patricia de Martelaere, een droge humor à la Mensje van Keulen, en bezit eenzelfde springerigheid als de columns van M. Februari. Ik besef: iemand die al deze eigenschappen bezit komt dichtbij de ideale essayist.

Vorige week overleed Hardwick. Eenennegentig jaar oud is ze geworden. In de Amerikaanse pers verschenen respectvolle necrologieën. Benadrukt werd dat zonder haar inspanningen The New York Review of Books misschien nooit zou zijn opgericht. In 1961 en 1962 staakten de journalisten in Amerika. Maandenlang verschenen kranten sporadisch of in sterk afgeslankte vorm. Voor Hardwick en haar toenmalige echtgenoot, de dichter Robert Lowell, vormde die stilte in krantenland een uitstekende aanleiding om een tijdschrift te lanceren waarin uitsluitend boekbesprekingen en essays zouden staan, zonder de benepen eis van een maximum van, zeg, tweeduizend woorden per essay of recensie. Het mocht lang, en het mocht de diepte in. Samen met enkele anderen wilde Hardwick een kwaliteitsblad neerzetten dat intellectueel Amerika zou verbluffen – hetgeen uitstekend lukte. In de daaropvolgende decennia ontwikkelde Elizabeth Hardwick zich als het intellectuele geweten van The NYRoB. Voor het beste tijdschrift ter wereld – want dat is het – was zij inderdaad de ideale drijvende kracht.

Behalve in Amerika verschenen er ook necrologieën in de Engelse pers. The Guardian publiceerde een in memoriam dat op momenten iets wegheeft van een lang geheimgehouden liefdesverklaring. Dat deed me deugd – ik bleek niet de enige die in de greep was van een bekoring op afstand.

In de Nederlandse pers stond niemand stil bij Hardwicks overlijden. Geen profiel werd gepubliceerd, nog niet eens een drieregelig bericht, ook niet in deze krant. Wat is dat spijtig – en ook wel beschamend. Omgekeerd was Hardwick éen van de heel weinigen in Amerika met interesse voor de Nederlandse literatuur. Op haar instigatie schreef een jonge freelancer een essay in The NYRoB over The Following Story van Cees Nooteboom. Het was het eerste lange artikel sinds jaren in de Amerikaanse kwaliteitspers over een Nederlandse roman. Hardwick zelf schreef destijds over The Assault van Harry Mulisch. Zij noemde The Assault „een van de grote Europese romans van onze tijd”.

Komende kerstvakantie wil ik Elizabeth Hardwick gedenken op een manier die haar het beste eert: ik ga Sleepless Nights herlezen. Ik bereid me voor op een hernieuwde verliefdheid.