Legitimiteit Servisch bezit Kosovo is discutabel

In `Onafhankelijk Kosovo is rampzalig` (Opiniepagina, 4 december), beschrijft Jelena Guskova van de Russische Academie van Wetenschappen ons naderend onheil: heroïnetransport via Kosovo, witwasoperaties, handel in wapens en seksslaven en aanmoediging van terrorisme. Europa zou zeer bezorgd moeten zijn, maar wij herinneren ons nog te zeer de massale uitdrijving van Kosovaren uit hun land door het Servische leger en zijn criminele milities. En de indrukwekkende VPRO-documentaire `Milosevic on Trial` van 5 december, heeft ons geheugen nader opgefrist, zoals de beelden van de massamoord op de burgers van Racac.

Over het Servische wangedrag horen we niets van Jelena Guskova - en dat dateert niet van het regime van Milosevic. Er is een lange geschiedenis van Servische onderdrukking en territoriale toe-eigening. De legitimiteit van het Servische bezit van Kosovo is discutabel. Het is niet, zoals Elsevier van 8 december beweert, dat Kosovo sinds de Balkanoorlog van 1913 aan Servië toebehoort. Het verdrag van Londen is nooit geratificeerd. En evenmin kan de vrede van Versailles, waarmee de Eerste Wereldoorlog werd afgesloten, een basis zijn voor de Servische claim: Kosovo behoorde sindsdien tot de nieuw gevormde staat Joegoslavië - en dus niet tot Servië.

De verdraaiing van de geschiedenis is steeds het kenmerk geweest van de Servische Academie van Wetenschappen en heeft daarmee legitimiteit verleend aan Milosevic. Kennelijk laat de Russische Academie zich meeslepen. Dit instituut bewijst zijn geloofwaardigheid geen dienst door zich zo onvoorwaardelijk voor het Servische karretje te laten spannen.