Laat symbolische kwesties debat over integratie niet overheersen

Het Nederlandse migratie- en integratiedebat wordt momenteel gegijzeld door de aandacht voor allerlei symbolische kwesties. Er is te weinig aandacht voor de economische betekenis en noodzaak van migratie.

Godfried Engbersen

Hoogleraar sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

‘Hoe voorkomen we dat het eigene en het vreemde tegenover elkaar komen te staan. Dat is de fundamentele vraag van deze tijd”, stelt Paul Scheffer aan het einde van zijn studie. Het is een vraag die daarvoor al op diverse plaatsen is opgedoken in zijn betoog, net als het antwoord. En dat antwoord is dat een gearticuleerd zelfbegrip aan de basis staat van het integreren van vreemden. Pas als een samenleving haar eigen basisprincipes weet te formuleren én na te leven, kan zij eisen stellen aan nieuwkomers.

Scheffer bepleit in zijn boek een herformulering van het begrip burgerschap. Het is nu te veel een formeel-juridische status die onvoorwaardelijke rechten garandeert. Hij staat een benadering van burgerschap voor waarin een sterker accent komt te liggen op verplichtingen en loyaliteiten van burgers jegens het land van aankomst. Ook is er een normerende en toetredende rol weggelegd voor de overheid indien burgers hun opleiding niet afmaken, falen bij de opvoeding van kinderen, geen werk hebben en te weinig kinderen krijgen. Zijn pleidooi past in een trend waarbij immigranten moeten bewijzen dat ze volwaardig lid zijn van de Nederlandse gemeenschap. Deze trend geldt overigens niet alleen voor Nederland, maar, zoals Scheffer laat zien, ook voor andere nieuwe en oude immigratielanden. Nieuwe burgers worden niet alleen geacht kennis te hebben van de Nederlandse taal en geschiedenis, maar ook te tonen – in woord en daad – dat zij het verdienen om lid te worden van de nieuwe gemeenschap.

Maar de eisen die hij stelt aan de eigen burgers en de nieuwkomers zijn te hoog. Scheffers land van aankomst is dan ook niet aanwijsbaar op de wereldkaart. Hij is na een lange ontdekkingsreis door de oude en nieuwe wereld aangekomen in Utopia. Het land van aankomst is vergelijkbaar met het Nergensland van Thomas More.

More schreef zijn utopie aan de vooravond van de globalisering, na de eerste grote ontdekkingsreizen. Scheffer schrijft zijn utopie op het moment dat wereld in kaart is gebracht en (ongedocumenteerde) migranten uit alle delen van de wereld nu naar westerse landen afreizen. More schreef in het eerste boek van zijn utopie een satire over de misstanden in zijn tijd, waaronder het omheinen van gemeenschappelijke weidegronden waardoor arme pachters uit stelen gingen.

Scheffer bedrijft geen sociale satire, hij is een analyticus die op ingetogen toon het vraagstuk van moderne immigratie wil uitleggen. Er zijn veel meer verschillen, maar de overeenkomst met More is het utopisch karakter van Scheffers betoog. Hij vraagt te veel aan gevestigde burgers en eist te veel van nieuwkomers. Hij verlangt van burgers een gedeelde overeenstemming over wat de verbeelde gemeenschap Nederland is en hij stelt zich een overheid voor die er actief op toeziet dat nieuwkomers de vereiste kennis en loyale houding ontwikkelen om deelgenoot te worden van de Nederlandse gemeenschap.

Het eerste is geen gemakkelijke opgave, zeker als men verder wil reiken dan de Nederlandse grondwet. De recente debatten over het WRR-rapport Identificatie met Nederland of het kappen van de kastanjeboom in de tuin van het Achterhuis, getuigen daarvan. Deze debatten zijn waardevol, net als het initiatief tot historische canonvorming, maar ze hebben geen onmiddellijke relevantie voor het immigratie- en integratiebeleid.

Ook het formuleren van burgerschapseisen voor nieuwkomers is geen gemakkelijke opgave. Er zijn in de afgelopen jaren steeds hogere eisen gesteld aan het verlenen van toegang en toedeling van verblijftitels. Wie wil trouwen met een Nederlander of herenigd wil worden met zijn gezin moet nu een taal- en cultuurtoets maken in het eigen land. Die toets is er ook om te beoordelen of migranten de kernwaarden van de Nederlandse rechtsstaat onderschrijven. Maar wat zegt nu zo’n toets? Loyaliteit aan de basiswaarden van Nederland is moeilijk van te voren af te dwingen. Ook al heeft men in zijn proefwerk op de ambassade de juiste antwoorden gegeven op vragen over seksuele moraal in Nederland, het homohuwelijk en de gelijkheid tussen man en vrouw.

Het ‘dikke’ burgerschapsconcept van Scheffer, alsmede zijn zoektocht naar de Nederlandse identiteit, leiden tot een culturologisering van het migratie- en integratiedebat. Ik zou een praktischer en utilitaristischer migratie- en integratiebeleid willen bepleiten waarin de economische participatie van migranten centraal staat. Economische participatie genereert loyaliteit met het land van aankomst. Niet andersom. Dat is de allerbelangrijkste les van klassieke immigratielanden en -steden. New York en Londen danken hun vitaliteit aan het ontbreken van een culturele grensbewaking, en aan de afwezigheid van een verzorgingsstaat die permanente uitkeringsafhankelijkheid in de hand werkt.

Nu wordt dit ook door Scheffer onderkent, maar het blijven bijzaken in het geheel van zijn betoog. Zo toont hij zich een voorstander van het binnenhalen van hoogopgeleide kennismigranten uit Zuidoost-Azië en het weren van migranten uit Midden- en Oost-Europa. Een zelfde stelling keert terug in de recente notitie van VVD-kamerlid Henk Kamp. Maar terwijl beide heren toch vooral culturele thema’s aan de orde stellen, gaat achter hun rug de internationale migratie onverbiddelijk door. Overigens niet in de door hen gewenste richting.

Nederland is niet het favoriete land van aankomst voor kennismigranten. Als het gaat om buitenlandse studenten neemt Nederland een lage middenmoot positie in binnen de OECD-landen. Dat geldt ook voor het aantrekken van de highly skilled. In de periode 2003-2006 is het aantal werkvergunningen gestegen van 34.000 naar 74.000. Bijna 60.000 werkvergunningen zijn voor migranten uit de nieuwe EU-landen die vooral werken in de land- en tuinbouw. Migranten uit Amerika, Japan en Zuidoost-Azië doen Nederland amper aan. Nederland is inderdaad een ‘vermijdingsland’ zoals Scheffer ergens opmerkt, maar dan in een andere betekenis. Het is een land dat getalenteerde migranten mijden, mede door zijn economische en culturele geslotenheid.

Cijfers over het eerste kwartaal van 2007 laten inmiddels het recordcijfer zien van 30.000 werkvergunningen. Door het openstellen van de grenzen voor migranten uit Polen vervalt inmiddels de verplichting tot het aanvragen – en daardoor registratie – van een werkvergunning. Het zou mij niets verbazen als op dit moment meer dan 100.000 Polen in Nederland werkzaam zijn. Hier zou het debat over moeten gaan. En over het verbeteren van het taalonderwijs aan familiemigranten en toegelaten asielmigranten, waardoor zij een productieve bijdrage leveren aan de Nederlandse samenleving.

Het Nederlandse migratie- en integratiedebat wordt momenteel gegijzeld door de aandacht voor allerlei symbolische kwesties (burka’s, strafbaar stellen van hulpverlening aan illegalen, dubbele nationaliteiten, nationale identiteiten, naturalisatieceremonie, maatschappelijke stages). Er is te weinig aandacht voor de economische betekenis en noodzaak van migratie en hoe die kan worden bevorderd, ook met het benutten van de culturele achtergronden van migranten.

Van utopieën gaat een dwingende kracht uit. Het Utopia van Thomas More is door velen ingelijfd dan wel bekritiseerd als voorbeeld voor socialisme, utilitarisme, communisme, Brits imperialisme, bourgeois kapitalisme en katholicisme. Ook Scheffers utopia wordt door velen om verschillende redenen aan de borst gesloten. Ik zou zelf vooral aan willen sluiten bij die passages waarin iets gezegd wordt over de economische betekenis van migratie binnen het kader van een verzorgingsstaat. Engeland en Ierland hebben recentelijk laten zien hoe een meer open houding voor immigratie kan bijdragen aan economische groei en culturele vitaliteit. Zo’n open houding is niet zonder maatschappelijke risico’s, maar deze landen van aankomst dwingen uiteindelijk meer loyaliteit af bij immigranten dan gesloten samenlevingen met een te rigide economische en culturele grensbewaking.