Kennis bij kinderen via de handen uit het hoofd halen

Aan het eind van groep 4 zijn sommen van het type 6+3+7 = ?+7 nog te moeilijk. Maar als je kinderen zo’n som hardop laat oplossen en hen aanspoort er gebaren bij te maken, snappen ze de uitleg daarna beter en kunnen ze de sommen wel maken. Dat ontdekten vier psychologen van de universiteit van Chicago (Journal of Experimental Psychology, november).

Een van de psychologen, Susan Goldin-Meadow, deed eerder baanbrekend onderzoek naar de kracht van gebaren. In een van haar experimenten goot ze water van een hoge smalle beker in een brede lage beker en vroeg kinderen of de hoeveelheid veranderd was. De kinderen waren nog klein, ze redeneerden: in de brede beker staat het water lager en daar zit dus minder in. Maar in de gebaren die ze daarbij maakten was te zien dat sommige kinderen heel goed in de gaten hadden dat de vorm van de bekers verschillend was. Goldin-Meadow ontdekte dat kinderen die zo’n mismatch laten zien, in feite toonden dat ze onzeker waren of ze wel gelijk hadden. Ze waren daardoor meer ‘rijp om te leren’ dan kinderen die het ook fout zagen maar bij wie woord en gebaar overeenkwamen. Interessant was dat leerkrachten dat onbewust ook zagen: zij gingen juist deze kinderen meer oplossingsstrategieën aanreiken.

In het nieuwe onderzoek wilden de psychologen nagaan of het mogelijk is om impliciete kennis (die blijkt uit zo’n mismatch) naar boven te halen door kinderen op te dragen gebaren te maken bij het hardop oplossen van een som. Ze selecteerden 106 zevenjarige kinderen van scholen uit de omgeving van Chicago, die sommen van het type 6+3+7 = ?+7 nog niet konden maken. Ze legden de kinderen zes sommen voor, die ze hardop moesten uitrekenen. Een deel van de kinderen moest er gebaren bij maken, de andere kinderen moesten hun handen juist stil houden. Uit de opgetekende gebaren – bijvoorbeeld: de ene hand op de 7 links en de andere hand op de 7 rechts leggen – maakten de onderzoekers op dat sommige kinderen (niet allemaal) correcte oplossingsstrategieën gingen gebruiken, ook al kwamen er foute uitkomsten uit.

Het experiment werd herhaald met zeventig nieuwe kinderen. Maar deze kinderen kregen na de sessie uitleg over hoe je zo’n som moet oplossen en gingen daarna nog een keer vergelijkbare sommen maken. Het bleek dat de kinderen die gebaren hadden moeten maken, bijna twee keer zoveel sommen goed maakten. Gebaren laten maken blijkt dus een goede manier om kennis die al ‘ergens’ aanwezig is naar boven te halen. En het wordt nog effectiever als de leerkracht er onmiddellijk gebruik van maakt. Marlies Hagers