Italië nog niet van Alitalia verlost

Het is makkelijk te begrijpen waarom de Italiaanse regering deze week opnieuw de keuze van een koper voor zijn belang van 49,9 procent in Alitalia heeft uitgesteld.

Het vernemen van wat de twee bieders bereid zijn te betalen voor de bijna failliete nationale luchtvaartmaatschappij moet nogal schokkend zijn geweest.

Air France-KLM, de Frans-Nederlandse luchtvaartmaatschappij, overweegt het belang te kopen tegen een korting van 56 procent ten opzichte van de laatste beurskoers, aldus persbureau Reuters. En de rivaliserende bieder Air One zou het liefst vrijwel niets betalen om zijn grotere concurrent in handen te krijgen.

Het is waar dat dit slechts een deel van het verhaal is. In de eerste plaats gaat Alitalia gebukt onder een schuldenlast van 1,2 miljard euro, dus de feitelijke kosten voor de koper zouden veel hoger uitvallen. In de tweede plaats moet de winnende bieder een claimemissie onderschrijven om de balans van Alitalia te schragen.

Hoe groot die claimemissie wordt, mag de koper zelf bepalen – en dit verklaart wellicht het grote verschil tussen deze biedingen, die absurd uiteenlopen.

Alitalia, dat dagelijks meer dan 1 miljoen euro verliest, is slechts waard wat de koper ervan zal weten te maken. En de maatschappij zal failliet gaan als het concern niet wordt overgenomen, aldus zijn nuchtere topman Maurizio Prato.

Maar de Italiaanse regering heeft al lang geleden iedere pretentie laten varen op te willen komen voor de aandeelhouderswaarde. Zij heeft het helemaal aan zichzelf te wijten als het verkoopproces op een farce uitdraait. Bedenk dat alle geïnteresseerde partijen zich een paar maanden geleden terugtrokken, na de eerste poging van de regering om haar belang te verkopen, omdat er zoveel haken en ogen aan zaten dat het een onmogelijke opgave werd.

De Italiaanse vakbonden, politici en zakenmensen hebben allemaal een mening over wie Alitalia zou moeten overnemen – en momenteel geven ze de voorkeur aan Air One, dat zegt de luchtvaartmaatschappij ‘Italiaans’ te zullen houden. Politici willen hun gratis vliegtickets niet kwijt, vakbondsleiders willen de werkgelegenheid beschermen en zakenmensen willen Milaan als knooppunt behouden. Alleen Prato denkt dat het plan van Air France zinvoller is.

Dat kan waar zijn, maar het is moeilijk te zeggen zolang de details van de plannen van de bieders niet bekend zijn. Maar wat wél zeker lijkt, is dat hoe groter de afstand tussen de koper en de Italiaanse politiek, des te groter de kans zal zijn dat het lukt om het concern er weer bovenop te helpen.

Pierre Briançon