In Fictie

De actualiteit spiegelt zich in de literatuur. Deze week de ontheiliging van de mummie-arm van Thorn en de roman Baudolino (2000) van Umberto Eco.

‘Het is het geloof dat de relieken echt maakt, en niet andersom.’ Deze mooie zin uit Umberto Eco’s roman Baudolino (2000) kreeg dinsdag een bijzondere echo door een bericht op de wetenschapspagina van deze krant. Onderzoekers van het Amsterdams Medisch Centrum hadden een aantal beroemde relieken uit de Abdijkerk van het Limburgse stadje Thorn onderzocht. De resultaten waren ontnuchterend: de mummie in de crypte was niet een bekende 18de-eeuwse kanunnik; de botten in een loden kistje waren waarschijnlijk niet van de 10de-eeuwse stichteres van de abdij; en de gemummificeerde onderarm was geen relikwie van de heilige Benedictus van Nursia (480-547) maar van een onbekende 12de-eeuwer.

Niet dat de gelovigen zich van die ontdekking iets zouden aantrekken, vertelde een inwoonster van Thorn die ook amateur-historica is: „De resultaten van de wetenschappelijke onderzoeken veranderen niets aan de religieuze waarde van het reliek. Er zijn zegeningen mee verricht en op de pilaar bij het Benedictusaltaar in de crypte zie je ook de sporen van eeuwenoude krassen. Mensen hebben het gruis meegenomen, omdat ze geloofden in de kracht ervan.”

Ach ja, wat maakt het uit, zou ook de titelheld van Baudolino hebben gezegd. Hij is een 12de-eeuwse avonturier die als een soort Forrest Gump van zijn tijd getuige is van de wereldgeschiedenis. Zo redt hij keizer Barbarossa het leven op het slagveld, levert hij het idee voor de heiligverklaring van diens verre voorvader Karel de Grote en stuit hij op de verborgen relieken van de Drie Koningen; niet alleen schenkt hij de Magi aan de kathedraal van Keulen, waar ze tot op de dag van vandaag nog liggen, ook geeft hij hun namen die makkelijker uit te spreken zijn dan degene die de kerkvaders voor hen hadden verzonnen. Zonder Baudolino hadden wij niet Kaspar, Melchior en Balthasar vereerd, maar bijvoorbeeld Zhrwndd, Hwrmzd en Awstsp.

Baudolino is een schelmenroman over de waanzinnige 12de eeuw, toen in de stadstaten in de Po-vlakte de basis werd gelegd voor de moderne democratie, en in de strijd tussen de wereldmachten het christelijk erfgoed flexibel was. Nieuwe relieken doken dagelijks op, in handen van terugkerende kruisvaarders of andere ondernemers, en in de wereldlijke en kerkelijke kanselarijen werden aan de lopende band subtiel vervalste oorkonden gefabriceerd.

In dit licht zal het geen toeval zijn dat de Thornse onderarm van ‘Benedictus’ afkomstig is uit de 12de eeuw. Zoals een personage in Baudolino zegt als hij geconfronteerd wordt met twee hoofden van Johannes de Doper: ‘Op heilige voorwerpen zijn menselijke criteria niet van toepassing. Welk van de twee relieken je me ook zou aanreiken, ik zweer je dat ik, als ik me erover zou buigen om het te kussen, de mystieke geur zou ruiken die er vanaf komt en zou weten dat dát het echte hoofd is.’

Umberto Eco: ‘Baudolino’. Vert. Yond Boeke en Patty Krone. Alleen tweedehands verkrijgbaar. Reacties: steinz@nrc.nl