Column

Helikopterview

De piloot keek naar beneden, overzag de modderige Betuwe en werd overvallen door een vlaag van weemoed. Heftige weemoed. Zacht neuriede hij ‘Ik ging naar Bommel om de brug te zien’ en dacht aan oude beelden. ‘December’ was de titel van de oude schoolplaat waar hij in zijn jeugd zeker een jaar lang mijmerend naar had zitten loeren. .
Elk moment dat de les maar even saai was zwommen zijn ogen vanzelf naar de overvolle tekening. Bevroren sloten tussen ondergesneeuwde weilanden, sleeënde kinderen die net klaar waren met het maken van een heuse sneeuwpop met wortelneus, steenkoologen, een ontroerend mooie hoed, een dikke das om zijn nek en knopen op zijn buik. Stoere schaatsers bij een koek en zopie, die er zo lekker uitzag dat je de warme chocolademelk rook.

Uit de boerderijen kringelden slome rookslierten waaraan je zag hoe aangenaam en gezellig het er binnen was. Het televisieloze tijdperk. Internetloos genieten van een spelletje Mens erger je niet, het tikken van de sjoelbakstenen en het zachte geritsel van het opvouwen van de was. In de warme stal zuchtten de tevreden koeien.

De piloot vroeg zich af of hij nu naar de vooruitgang keek. De dichtgeslibde A2 met zijn slakkende file aan weerszijden, de droevige kantorennieuwbouw waar de tl-verlichting hagelwit uitspatte, de glazen vitrines barstensvol poenerige BMW’s en het plastic wegrestaurant. Op weinig plekken werd de welvaart duidelijker naar buiten gekotst dan hier. Natuurlijk Zaltbommel was nog mooi.

Het centrum dan. Historisch binnenstadje. Maar ook dat werd ontsierd door een Hema, een Intertoys en een Blokker. Alles is tegenwoordig Hema, Intertoys en Blokker. Alles is Geleen, Almere en Zoetermeer. Eenheidsworstenbroodjes etende families Gaastra drommen zich shoppend door de kerstdagen. Een hernia van het sjouwen van de etenswaren.

De piloot keek goed. Hij zag de modder veroorzaakt door de druilerige regen. Miezerig weer, noemde zijn oma dat. Hij kon wel janken. Janken om niks. Janken om alles. Om het gemis. Waar was de kou? Waar waren de schaatsen? De dikke truien? De sneeuw? De oorwarmers? En het advies van grootvader om een pak kranten onder je trui te doen omdat je dan lekker warm bleef? De kruik? Het stro in de klompen? De warme kachel? De soep op het petroleumstel? De piloot zag parkeerterreinen vol auto’s die allemaal op elkaar leken. Ook allemaal Gaastra’s. In de kantoren zaten mannen. Mannen in pakken. Inderdaad dat soort pakken. Mannen die vijf jaar geleden Jiskefets tegen elkaar spraken en goeiesmorgens tegen elkaar zeiden. Dat laatste hadden ze nu ingeruild voor goeiemoggel! En er zaten natuurlijk ook vrouwen! Vrouwen die op alle vrouwen leken of wilden lijken. Vrouwen die allemaal zacht twijfelden over wel of geen siliconen!

En toen zag de piloot de rendieren. Zeven elanden van lampjes trokken een slee met een juichende kerstman. De kerstman was ook van lampjes. De slee stond eenzaam in een modderig weiland. Een paar schapen keken op hun horloge terwijl ze tegen elkaar fluisterden dat het nog lang geen Kerstmis was. Een paard liep zijwaarts omdat het zo’n paard geworden was. Een Anky van Grunsvenhengst.

Zijwaarts dansen op muziek van Wibi. Kruidvatteriger kan het leven niet worden. Het paard huilde zacht. Zijn grootvader trok een schillenkar, zijn vader een ploeg en hij kreeg voor elke wedstrijd een nichterig permanentje in zijn manen. Dat vonden de mensen namelijk mooi. Elastieken sokken om zijn enkels en rare manen. Heel rare manen.

Hij dacht aan zijn komende kerstdiners. Hij zag een café met een kerstman aan de dakgoot. Hij zag zeven cafés met zeven kerstmannen aan de dakgoot. Hij zag tachtig cafés met tachtig kerstmannen*.en toen hield hij het niet meer. Hij zag de hoogspanningsmast, hij zag de draden* later zou hij zeggen dat hij ze niet zag, maar hij zag ze heel goed. Hij stuurde zijn helikopter naar beneden. Behendig en bewust. Dit was beter voor iedereen. De tranen biggelden over zijn wangen. Hij was gek. De rest gezond. Kerngezond.