Genieten van een fonds op naam Genieten van fonds op naam

Het door het Buziau Geesink fonds gesponsorde planetarium. Foto Deborah Roffel Fotografie Deborah Roffel Koninklijk Eise Eisinga Planetarium te Franeker Rubriek De Aankoop (pagina Vermogen) De Aankoop: een cultuurfonds waarmee een museum is ondersteund. Om in te leiden, dit is het verhaal: De volgende aanvraag is dit jaar door het cultuurfonds behandeld en ondersteund: > ‰'Â 2.500 aan de Stichting Koninklijk Eise Eisinga Planetarium, Franeker, voor de uitbreiding en herinrichting. ÊHet Eise Eisinga Planetarium is sinds 1781 gehuisvest in het oorspronkelijke woonhuis van Eise Eisinga. In de afgelopen 225 jaar is niet alleen de collectie sterk gegroeid, Êmaar ook het aantal bezoekers. Tegenwoordig trekt het museum ruim 35.000 bezoekers uit binnen- en buitenland. Om voor de collectie en de bezoekers voldoende, kwalitatieve, ruimte te creeeren wil het Planetarium uitbreiden met het naastgelegen pand De Tuinkamer. Het huidige pand van Eisinga kan zoveel mogelijk teruggebracht worden in de oude staat (met naast aandacht voor het Planetariummodel van Eisinga ook aandacht voor zijn tijd en tijdgenoten), in het naastgelegen pand ontstaat dan ruimte voor exposities en een filmzaal met educatieve ruimte. Voor meer informatie zie de website: www.planetarium-friesland.nl. Adres is: Eise Eisingastraat 3 * 8801 KE Franeker * tel. 0517-393070 Roffel, Deborah

Jarenlang was Els Geesink (68) donateur van het Prins Bernhard Cultuur Fonds, toen ze met haar vriendin Louise Buziau (65) besloot een fonds op naam op te richten: het Buziau Geesink fonds. De eerste gelukkige is het Eise Eisinga planetarium in het Friese Franeker.

Waarom was u donateur van het Prins Bernhard Cultuur Fonds?

„We zijn altijd al geïnteresseerd geweest in kunst, muziek en architectuur. Elk fonds op naam heeft een specifiek doel. Wij willen graag bijzondere projecten steunen voor kleinere musea met een landelijke uitstraling, zodat ze aankopen of restauraties kunnen doen.”

Hoe kwamen jullie bij het Eise Eisinga planetarium?

„Dat planetarium doet een beroep op het Prins Bernhard Fonds. Daar wordt besloten uit ons fonds te doneren. Dat gaat niet via ons.”

Het Prins Bernhard Fonds is dus eigenlijk een koppelaar?

„Precies. We hebben – heel toevallig – jaren geleden het museum in Friesland bezocht. We weten dus precies waar ons geld heen gaat.”

En waarom wilden jullie een eigen fonds?

„We kunnen wel wachten tot we dood zijn voor we ons geld nalaten, maar dan heb je er niets meer aan. Nu zien we wat ermee gebeurt, hebben we daar vast de voorpret van.”

Is het niet luguber om vast met jullie laatste wil bezig te zijn?

„Is het eng om een testament op te stellen als je nog leeft? Het is noodzakelijk. In ons fonds hebben we vijf keer 10.000 euro gestort. We hebben geen kinderen, geen auto en geen eigen huis. Dat zijn de zaken waar mensen normaliter het meeste geld aan kwijt zijn. En we leven sober, hebben bijvoorbeeld geen koffieapparaat. Koffie maken we nog altijd met kokend water en een los filter.”

Jullie hebben nooit de behoefte een espressomachine te kopen?

„Dat soort producten is niet aan ons besteed. We hebben genoeg spullen, zijn heel gelukkig zo. Dat wil niet zeggen dat we niet een keer dure handschoenen kopen als we in de Bijenkorf zijn. Maar thuis werd altijd gezegd: ‘bezit is het eind van het verlangen’. Dat is ook zo. Al mogen we graag reizen.”

En jullie kunnen goed sparen.

„Het is niet dat we rijk zijn, maar als je altijd 10 procent van je inkomen apart hebt gezet, hou je wat over. In Amerika zeggen ze: pay yourself first. Ook dat hebben we van huis uit meegekregen. We willen daarnaast graag onafhankelijk zijn voor het geval we ooit verzorging nodig hebben. Dan hoeven we niet per se dat ene merk rollator te nemen omdat dat ons wordt aangeboden, maar kunnen we onze eigen keuze maken.”

Volgt er nog een huldiging van Buziau en Geesink in Friesland?

„Nee, alsjeblieft niet. Het is leuk als we een uitnodiging krijgen wanneer de verbouwing daar van het museum klaar is, maar dat hoeft niet. We genieten er zo ook wel van.”

Willemijn van Benthem