Geëmancipeerde gordijnen

Gordijnen van Inside Outside, het ontwerpbureau van Petra Blaisse, zijn wereldwijd te vinden in musea en woonhuizen. „Ze hangen niet alleen gehoorzaam voor het raam.”

Ja, ja en nee.Ja, Petra Blaisse heeft als meisje het ouderwetse handwerken geleerd: breien, punniken, naaien, smokken, ze kan het allemaal. „Nooit gedacht dat het iets met mijn werk te maken zou hebben.”

Ja, er zijn wel degelijk overeenkomsten tussen de gordijnen en tapijten die zij met haar bureau Inside Outside ontwerpt voor binnen en de tuinen voor buiten. Inside én outside.

En nee, haar werk wordt niet door architecten misbruikt om problemen op te lossen waar ze zelf niet zijn uitgekomen. „Wij kunnen voor relatief weinig geld flexibele, grootschalige oplossingen bieden voor licht, sfeer, akoestiek, klimaat en ruimtelijke indeling. Zeker nu de budgetten in de architectuur steeds krapper worden is het goed dat architecten dat ontdekken.”

Na haar studie aan de kunstacademie werkte Blaisse samen met de conservatoren toegepaste kunst van het Stedelijk Museum in Amsterdam. „Daar leerde ik hoe je een object een context kunt geven door licht en kleur.” In 1987 ging ze zelfstandig verder met het inrichten van tentoonstellingen, onder meer voor het architectenbureau OMA van Rem Koolhaas, en in 1991 vestigde zij haar bureau Inside Outside. In 2000 besteedde het Storefront for Art and Architecture in New York een expositie aan haar werk; vorig jaar verscheen een oeuvre-overzicht in boekvorm over haar werk, uitbundig vormgegeven door Irma Boom.

Inmiddels hangen er in theaters, musea, culturele centra en woonhuizen over de hele wereld monumentale doeken van Petra Blaisse. Het zijn unica’s op ontzagwekkend formaat, op maat gemaakt voor één specifiek gebouw en voor een specifiek doel. Of beter gezegd, voor verschillende doelen: het kunnen akoestische voorzieningen zijn, of scheidingswanden. Ze kunnen het comfort dienen, bijvoorbeeld in een woonhuis, of het licht temperen of verduisteren.

Blaisse gebruikt verrassende materialen, variërend van ragfijne voile tot vilt, en van visnet tot fluweel. Die worden vaak op een net zo verrassende manier verwerkt, soms juist met ouderwetse technieken als breien en smokken. „Als je iets van zacht materiaal wilt maken dat sterk en toch flexibel is, dan moet je die geijkte technieken de revue laten passeren. Vouwen, plooien, weven – het komt allemaal in zowel de biologie als de architectuur terug.” Voor de Prada-winkel van OMA in New York bijvoorbeeld breidde zij samen met een medewerkster een tien meter hoge buis van zilverkleurige voile, een sound sock noemde ze het, die als een zachte zuil om de geluidsinstallatie in de winkel hing. Het Mercedes-Benz museum in Stuttgart van Ben van Berkels UN Studio kreeg een half doorzichtig gordijn van groene vinnen op een stevige ondergrond van ‘zuurkool’, een wirwar van draden gedoopt in lijm. Vorige maand zijn in het Haus der Kunst in München 1.200 vierkante meter dunne doeken opgehangen met de plattegrond van het museum erop.

Blaisse heeft met haar werk ‘de emancipatie van het gordijn’ teweeggebracht, zegt zij. „In onze samenleving staat het gordijn van oudsher symbool voor een soort burgerlijke decoratie. Dat ‘emanciperen’ bedoel ik heel letterlijk: onze gordijnen hangen niet alleen gehoorzaam voor het raam of het toneel, maar maken zich er los van.” Als voorbeeld noemt ze het huis dat Koolhaas ontwierp voor een gezin in Bordeaux, waarvan de man in een rolstoel zat. De gordijnen kunnen van binnen ook naar buiten worden meegenomen, de rails lopen door in het plafond van het terras. Dat geldt ook voor de rails waar de schilderijen aan hangen: de bewoners kunnen de wanden van hun kamer doortrekken naar buiten.

In haar ontwerpen voor twee gebouwen van OMA wordt duidelijk hoe zij interieur en exterieur verbindt. Voor de Kunsthal in Rotterdam bijvoorbeeld ontwierp ze een geluidsdoek dat in opgerolde toestand iets weg heeft van de boomstammen die een andere zaal van het gebouw lijken te stutten. De natuur stroomt het gebouw als het ware binnen vanuit het Museumpark, dat mede door Blaisse is vormgegeven. En Koolhaas’ openbare bibliotheek in de Amerikaanse stad Seattle kreeg tapijten met flamboyante grafische patronen van wuivend gras: buiten wordt heel letterlijk binnen neergelegd.

In Almere, in het nieuwe stadscentrum dat door OMA is ontworpen, gaat binnenkort een ondergrondse ‘parkeertuin’ van haar bureau open. Je kunt er van bovenaf door een insnede in de grond op kijken. Tuinen en interieurs hebben alles met elkaar te maken, zegt zij. „Zowel in een gebouw als in een tuin gaat het om routing, beweging, hoe je mensen door die ruimte heen leidt”, zegt zij. „In feite ben je aan het organiseren hoe ze communiceren.” Wel zijn het heel verschillende tijdsdimensies. „Op het moment dat je textiel ophangt zetten de slijtage en het verval al in, met tuinen is het andersom. Op het moment dat je ze aanlegt, begint het pas.” Ze heeft tuinen ontworpen, of is ermee bezig, in uiteenlopende plaatsen als Chicago, Seoul, Riga, Shenzen en Dubai.

Nieuw werk van Inside Outside in Nederland zit er aan te komen. Zij werken aan tuinen in Haarlem en Amsterdam. Ze zullen ook voor een synagoge die het bureau SeArch in Amsterdam nu bouwt, een gordijn voor een hoge glazen wand van de gebedsruimte ontwikkelen. En nu komt Blaisse ook weer terug bij haar oude vak, het inrichten van tentoonstellingen: eind mei gaat de vaste opstelling open die zij ontwerpt voor pronkstukken uit de collectie schilderijen en meubels van het Centraal Museum Utrecht.

www.insideoutside.nl. Boek: Inside Outside (Uitg. NAi Publishers, 504 blz.) Prijs 35 euro.