Exit Xhosa Nostra

De Zuid-Afrikaanse president Thabo Mbeki dreigt morgen op het congres van regeringspartij ANC als partijleider onttroond te worden door de van corruptie verdachte Jacob Zuma. „We doen niet aan stammenstrijd.” Bericht uit de Oost-Kaap.

Het propellervliegtuigje van South African Airways draait pirouettes op de vliegbaan van Umtata, de hoofdstad van de voormalige Transkei. De kist is twintig zitplaatsen groot, te klein voor een volwassene om er rechtop in te kunnen staan en te benauwd voor de nervositeit van de mannen in pak achterin. Ze praten haastig. Ze spreken Xhosa, de taal van de Oost-Kaap, de bakermat van de Zuid-Afrikaanse regeringspartij ANC. Aan de voet van deze glooiende groene heuvels in deze plattelandsprovincie groeiden bijna alle Zuid-Afrikaanse leiders op. Oliver Thambo, Nelson Mandela en de huidige president en partijleider Thabo Mbeki.

Voor de pakken voert een man met een zwarte pet, zo één als Leon Trotski had, het woord. Hij stelt zich voor als een Mbeki-man. Zijn naam wil hij niet noemen. Die geheimzinnigheid is Mbeki-mannen eigen. De Xhosa Nostra worden ze wel genoemd. Ze zijn een klasse van politici en zakenmensen die het goed hebben gedaan sinds het einde van de apartheid in 1994. Ze zijn voormalige ballingen, die de donkerste dagen van de apartheid uitzaten in het buitenland. Lusaka, Londen, Moskou. Daar studeerden ze en daar trainden ze, in het diepste geheim. Jonge anti-apartheidsstrijders als Mbeki wachtten er decennialang op het einde van de laatste blanke staat in Afrika en de overdracht van de macht. En nu, dertien jaar na de komst van de democratie dreigt die macht voor het eerst te worden afgenomen van de Xhosa’s. Sinds het einde van de apartheid heeft Zuid-Afrika niet eerder voor zo’n politieke aardverschuiving gestaan, als nu aan de vooravond van het ANC-congres in Polokwane, waar de stemgerechtigde leden volgende week een nieuwe partijleider moeten aanwijzen. De uitslag van de stemming is voor Zuid-Afrika net zo belangrijk als de aanstaande presidentsverkiezingen voor Amerikanen. In het 95-jarige bestaan van de partij is er niet eerder zo hard om de macht gevochten, en was de strijd nog nooit zo vilein. In een laatste poging de stem van het congres naar Mbeki toe te trekken, zijn zijn mannen naar Umtata gevlogen.

„Misschien kunnen we het tij nog keren, met heel hard werken”, zegt de Trotski-pet bij de bagageband. Er moet gelobbyd worden. Hij moet van deur tot deur. „We moeten langs bij de gedelegeerden thuis. We moeten ze recht in de ogen kijken. Dat hebben we te weinig gedaan in de afgelopen maanden. Veel te weinig. Er is iets gruwelijk misgegaan.”

Niemand zag het aankomen. Niemand nam het gevaar van Jacob Zuma serieus. De guitige Zulu die in 1999 vice-president mocht worden in het kabinet van president Mbeki werd nooit beschouwd als een serieuze kandidaat voor de hoogste post. Hij heeft niet eens een schooldiploma. Zuma was aangesteld als etalagepop, om de Zulu’s in en buiten het ANC tevreden te houden. Het doek leek voor hem definitief te vallen toen Mbeki hem in 2005 ontsloeg nadat Zuma’s financieel adviseur tot vijftien jaar celstraf was veroordeeld. Schabir Shaik zou steekpenningen van Europese wapenbedrijven hebben geregeld voor Zuma. Shaik zou Zuma hebben gebruikt om contracten voor zijn bedrijf binnen te slepen. Toen Shaik achter de tralies verdween, leken dus ook de dagen van Zuma geteld.

Dat was niet zo. Zelfs niet toen Zuma een er half jaar later van werd beschuldigd een seropositieve vrouw te hebben verkracht. Zuma werd vrijgesproken, de vrouw dook onder in Nederland. De reputatie van Zuma raakte verder beschadigd door zijn eigen toedoen. Zuma verklapte voor de rechter geen condoom te hebben gebruikt tijdens zijn vrijpartij met de vrouw van wie hij wist dat ze besmet was met hiv. Zuma had een warme douche na afloop genomen, zei hij, dat werkte ook goed. Zuma verklaarde dat vrouwen in korte rokken er om vroegen. Dat je een vrouw die je begeerlijk aankijkt niet kunt negeren, ook al is ze dertig jaar jonger en doodziek. En Zuma verklaarde een hekel te hebben aan homo’s, ondanks hun verdiensten in de strijd tegen de apartheid. „Ze moeten niet achter me komen staan”, liet hij zich ontvallen. Zuma zei wel te voelen voor de terugkeer van de doodstraf, ook al stierven tientallen partijgenoten tijdens de apartheid aan de galg.

En toch nomineerde een ruime meerderheid van de 4.000 gedelegeerden die deze week naar het ANC-Congres in Polokwane reizen Jacob Zuma. Vijf van de negen provinciale ANC-besturen schoven hem naar voren als de nieuwe partijleider. Ook de ANC-Jeugdliga, het oude nest van Mandela en Mbeki, nomineerde hem. En zelfs de Vrouwenliga verkoos Zuma boven Mbeki. Dat is dezelfde vrouwenliga die woedend was op Zuma wegens zijn schampere opmerkingen over vrouwen.

Maar nog veel opvallender was dat Zuma steun kreeg in de Oost-Kaap, het thuis van Mbeki. Bijna de helft van de gedelegeerden uit de provincie liet Mbeki weten hem geen derde termijn als partijleider te gunnen en nomineerden Zuma, de Zulu. Deze Xhosa’s keerden zich tegen Mbeki, de man met hetzelfde bloed als zij. Dat is verraad dat zelden voorkomt in de Afrikaanse politiek. Bijna overal en altijd geldt: eigen volk eerst. Waarom krijgt Zuma zelfs steun in de Oost-Kaap? Is die steun echt een stem vóór de omstreden Zuma? Of eerder tégen de zittende president Mbeki? De Oost-Kaap is de sleutel. Wie begrijpt waarom Zuma zelfs hier fans heeft, begrijpt zijn opmars in het hele land.

In Panzeroties restaurant aan Nelson Mandela Avenue in Umtata schept Siyakolwa Mlamli pap uit zijn ontbijtbord. Zo begint de regionale secretaris van het ANC in Umtata en omstreken zijn dag het liefst. Met koude pap. ‘100 % JZ’ staat er op Mlamli’s zwarte T-shirt. Het lachende gezicht van de partijleiderskandidaat krult mooi om zijn bolle buik. Zijn telefoon rinkelt onophoudelijk. „Bring me my machinegun”, klinkt het melodietje. Het is het lijflied van Jacob Zuma.

Verraad. Om dat woord moet Mlamli lachen. Natuurlijk weet hij dat hier alle grote namen van het ANC vandaan kwamen. Hij weet heus wat er van hem als Xhosa wordt verwacht. „Maar die tribale sentimenten mogen geen rol spelen in onze partij. We doen niet aan stammenstrijd.” Het is Mbeki die de boel heeft verraden, vindt Mlamli. Door zichzelf kandidaat te stellen voor een derde termijn als partijleider. „We hebben hem gewaarschuwd, maar hij wilde niet luisteren. Wij willen geen twee centra van de macht na de verkiezingen in 2009. De partijleider moet dezelfde man zijn als de president van het land. De grondwet staat niet toe dat Mbeki een derde termijn krijgt als president, dus moet hij ook als partijleider terugtreden. Zo simpel is het.” De Zuma-aanhang vreest dat Mbeki na 2009, als hij is afgetreden als president van het land, achter de schermen aan de touwtjes blijft trekken als partijleider. In buurland Namibië gebeurde dat al. Sam Nujoma nam ontslag als president, maar bleef baas van de regeringspartij. Eerder dit jaar werd pijnlijk duidelijk wie daar werkelijk de macht heeft, toen het konvooi van Nujoma op hetzelfde tijdstip een kruispunt passeerde als het konvooi van de nieuwe president. De chauffeurs van het staatshoofd doken onmiddellijk de berm in en lieten partijleider Nujoma, de vader van de natie, keurig voorgaan.

Zuid-Afrika mag geen Namibië worden, vinden de Zuma-aanhangers. Bovendien schrijven de tradities van het ANC voor dat de tweede man van de partij, de eerste man opvolgt. Het is een ongeschreven regel. Zo klom Mandela naar de top, en zo werd ook Mbeki in 1994 klaargestoomd voor de grote job van partijleider (vanaf 1997) en president van het land (1999). Mbeki had de bui kunnen zien hangen toen hij in 2005 Zuma ontsloeg als vice-president van het land en het bestuur van het ANC eiste dat Zuma vice-president van de partij zou blijven. Het was een hint die Mbeki misschien niet wilde zien.

„Thabo Mbeki is er door de jaren heen van overtuigd geraakt dat alleen hij Zuid-Afrika kan redden”, vertelde zijn biograaf Mark Gevisser twee weken eerder tijdens een kop koffie in Johannesburg. Gevisser had net zijn lijvige en langverwachte biografie van Mbeki gepubliceerd, en de kranten stonden er vol van. ‘The dream deferred’ is de ondertitel van het boek. Mbeki’s droom over een Afrikaanse renaissance, een revolutie tegen de armoede en de mislukking van het continent is nog niet uitgekomen. Volgens Gevisser is de president er in de acht jaar die hij aan de macht was van overtuigd geraakt dat het verwezenlijken van die droom aan niemand anders kan worden toevertrouwd dan aan hem. En al helemaal niet aan de ongeschoolde Zuma.

Maar het ontslag van Zuma als vice-president van het land schakelde Zuma niet uit, het maakte hem juist sterker. Bijna twee jaar later heeft het openbaar ministerie nog geen aanklacht tegen Zuma geformuleerd, en zo vlak voor het congres lijkt het sterk dat die aanklacht er nog komt.

„Ze roepen al zo lang dat Zuma schuldig is aan corruptie. Maar waar zijn de bewijzen? Voor ons is hij onschuldig tot het tegendeel bewezen is, klaar”, zegt Mlamli. Hij draagt die overtuiging zelfs op zijn rug. ‘Innocent untill proven guilty’, staat er op het T-shirt.

Het getreuzel van het openbaar ministerie bevestigt voor de Zuma-aanhang het vermoeden dat de beschuldigingen onderdeel van een politieke samenzwering zijn. Zo ga je niet met kameraden om, vindt de Zuma-aanhang. Mbeki zweepte de woede verder op toen hij in augustus de populaire staatssecretaris van gezondheid ontsloeg. Zij moest gaan omdat ze te kritisch was over Mbeki’s raadselachtige aidsbeleid, dat knoflook in plaats van medicijnen propageert. De staatsecretaris groeide in de afgelopen maanden uit tot anti-Mbeki mascotte. Ze zal de eerste zijn die in een mogelijk kabinet-Zuma zal worden aangesteld, wordt gefluisterd. Ook al vindt hij condooms nog zo weerzinwekkend, Zuma staat nu op de barricaden als een strijder tegen aids.

De zomerregens vullen de gaten in de wegen van Umtata met bruin modderwater. De oude regeringsgebouwen hebben geen spat verf meer op de muren. De stad oogt uitgeput en vervallen. Umtata was een verzinsel van de apartheidsregering, die de zwarten ‘onafhankelijkheid’ wilde geven in hun thuislanden, zoals de Transkei. Toen de apartheid verdween, verdween ook de status van Umtata als hoofdstad, samen met de ambtenaren en het overheidsgeld. „Kijk nou toch eens hoe het er hier uitziet’’, klaagt Mlamli, op weg naar zijn volgende bijeenkomst met ANC-gedelegeerden. „We hebben tien jaar lang gezeurd om nieuwe investeringen in onze regio. Maar Thabo had geen tijd.”

Thabo heeft nooit tijd. Zeker niet voor de Oost-Kaap. „Ik heb de Oost-Kaap en de Transkei heel bewust vermeden”, gaf hij eens toe in een interview tijdens een verkiezingscampagne. „Zoiets zal worden uitgelegd als patronage. Ik ben er geboren, maar ik wil er niet heen.” Zelfs zijn moeder Epainette neemt hem dat kwalijk. „Ik heb Thabo zo vaak op zijn donder gegeven dat hij zijn wortels niet moet verloochenen”, vertelde ze in 2004. De verharde weg die er toen net was aangelegd, was door haar betaald, niet door de regering. „Maar hij heeft geen tijd zegt hij”, klaagde Ma Mbeki met haar schelle stem. Tijdens een verkiezingscampagne in 1999 zette haar zoon zijn helikopter heel even aan de grond in Mbewuleni. Toen hij zich na een kop thee weer opmaakte voor vertrek, drukte moeder hem een zak snoep in zijn handen. „Hier, waarom deel je die niet uit aan de mensen?”, vroeg ze hem. Maar Thabo schudde zijn hoofd. Geen tijd. De zak snoep gaf hij aan zijn bodyguards.

Die afstandelijkheid nemen ze hem kwalijk in Umtata. „We zien hem nooit hier”, klaagt Mlamli. „Hij was hier even voor de gemeenteraadsverkiezingen twee jaar geleden. Maar dan gaat hij er niet voor zitten. Zuma wel. Hij blijft de hele dag én de hele nacht. Zuma annuleert zijn vlucht gewoon. Dat maakt het voor ons heel makkelijk om hem te benaderen. Hij is een man van het volk.”

Jacob Zuma bleef trouw aan zijn Zulu-tradities. Hij bezoekt nog regelmatig zijn huis in Nkandla, op het armoedige platteland van KwaZulu Natal. Hij weet wat armoe is, gelooft zijn aanhang. Zuma is praktiserend polygamist. Hij trouwde vier vrouwen, en scheidde er twee. Hij bouwde een school voor drieduizend kinderen. En tien huizen voor zijn directe familie.

Siyakolowa Mlamli stuurt zijn personenbusje de stad uit, de groene heuvels in. De ondergaande zon kleurt de huizen van klei en koeienstront oranje. Het lobbyen zo vlak voor het congres gaat tot ’s avonds laat door. Van deur tot deur gaan ze. De Mbeki-mannen zijn hier ook gezien de afgelopen dagen. Ze houden vergaderingen in het Holiday Inn hotel. „Ze schuiven met enveloppen vol met geld. Ze bieden regeringscontracten aan, overheidsbanen. Mbeki heeft een voordeel: hij heeft de staat achter zich.”

Het Zuma-kamp heeft niets te bieden. In een donkere huiskamer spreekt Mlamli een groep gedelegeerden toe, die deze week naar het congres in Polokwane zullen reizen. „Dank voor de nominatie van JZ”, zegt hij. „Wij onderschatten niet wat jullie voor ons gedaan hebben. Nu ben ik hier om jullie aan te moedigen om straks op het congres ook de juiste stem uit te brengen.” Niet het volk kiest deze week zijn leider, alleen de 4.000 gedelegeerden mogen dat. Hun stemmen zijn geheim. Niemand hoeft zich te houden aan de nominaties van de provinciale besturen. Maar het is wel een ANC-traditie.

De volgende dag gaat Mlamli op weg naar Queenstown. Confrontatie met de aartsrivaal. President Mbeki krijgt er een onderscheiding van de burgemeester. De tribune van het plaatselijke rugbyveld is volgepakt met publiek dat witte T-shirts draagt met de afbeelding van Mbeki erop. Mlamli snuift: „Rent-a-crowd.” Op het moment dat Mbeki het podium bestijgt, breekt een grote groep supporters door de barricaden van de beveiliging. Ze juichen „Thabo” en steken drie vingers in de lucht, een smeekbede voor een derde termijn Mbeki als partijleider. Mbeki oogt ongemakkelijk. Hij kijkt naar zijn handen, en dan naar de burgemeester. Oogcontact met zijn aanhang vermijdt hij. „Jacob Zuma heeft veel meer charisma”, grijnst Mlamli. „Hij maakt echt contact met de mensen. De president kan dat niet.”

De entourage van de president hoort het hem zeggen, en grijpt hem in de nek. „Hoe durf je hier campagne te voeren voor Jacob Zuma”, gillen de Mbeki-mannen. Bij de poort hebben ze hem al gedwongen zijn Zuma-shirt uit te doen. Mlamli grinnikt. Symptomen van een einde van een tijdperk, noemt hij die nervositeit. Naast hem staat Lulamine Mapholoba, de regionale secretaris van een district dat Mbeki heeft genomineerd. Vanwege zijn ervaring, zijn intellectualisme, zijn visie, legt hij uit. „We hebben hem nog steeds nodig.” Dat de meerderheid van het ANC er anders over lijkt te denken, is volgens hem het gevolg van fraude en corruptie in het Zuma-kamp. De beschuldigingen zijn wederzijds. Nog nooit heeft het ANC er zo verscheurd uitgezien als nu. Aanhangers van Zuma verbrandden afbeeldingen van Mbeki op straat. De rechter is ingezet.

Bestaat het ANC nog wel, straks op 20 december als het congres is afgelopen? Mlamli kijkt naar zijn collega, die hem net de huid nog vol schold. „Oh jawel, wie er ook wint straks in Polokwane we zullen de nieuwe leider met zijn allen steunen. Ook dat is traditie binnen het ANC.”