Eén koelkastje voor 7 man

Een 51-jarige Poolse grootmoeder pakt hier scheermesjes in. Ze wil dat Nederlanders weten hoe zij woont - zonder warm water.

„Dit zijn mijn kleinzoon en mijn kleindochter, vertelt een 51-jarige Poolse vrouw in haar Rotterdamse huis. „Ze zijn twee en drie jaar. Voor hen ben ik hier gekomen. Voor hen wil ik chocolade kunnen kopen.” In de kast die het bed van de rest van de kamer scheidt, staat een foto van twee lachende peuters.

De Poolse vrouw woont momenteel met zes landgenoten in een huurwoning nabij het Centraal Station van Rotterdam, die hun werd toegewezen door het uitzendbureau dat ook het arbeidscontract verzorgt. Drie vrouwen wonen op de begane grond, vier mannen in de kelder.

De grootste kamer boven is met kasten, gordijnen en een zithoek opgedeeld in een slaapgedeelte voor de Poolse grootmoeder en een deel voor een jongere vrouwelijke collega. De vrouwen hebben plaatjes van baby’s uit een reclamefolder gescheurd en aan de kast opgehangen; bij de mannen in de kelder hangen pin-ups van naakte vrouwen met enorme borsten.

De 51-jarige vrouw komt uit Opole, een provinciestad in het zuiden van Polen. Van haar man scheidde ze tien jaar geleden. Ze werkte haar hele leven, tot ze een jaar geleden haar baan verloor en niet meer aan de slag kon komen. De huur van het driekamerappartement waar ze met haar dochters gezin woonde, kon ze toen haast niet meer betalen.

In een fabriek in Hellevoetsluis pakt ze nu scheermesjes in, ze werkt in ploegendiensten. „Het werk is prima.” Ze verdient een kleine duizend euro per maand, vier keer zoveel als ze in Polen zou krijgen. De huur van 220 euro en de verzekering gaan er nog wel vanaf. Driehonderd à vierhonderd euro stuurt ze maandelijks op naar haar dochter in Polen, die in haar oude huis is achtergebleven.

Haar vrije tijd gaat grotendeels op aan het voorbereiden van haar lessen Nederlands, die ze op zaterdag volgt in een klasje met andere Polen. Ze wil een nieuw bestaan opbouwen in Nederland. „Ik vind Rotterdam geweldig. Ik heb een fiets, ik ben de stad al rond geweest.”

De Poolse zou weinig te klagen hebben, als ze een betere woning had. Er is in huis geen warm water, de verwarming werd pas aangesloten toen het echt koud werd en er is maar één koelkastje in de kelder, te weinig voor de zeven tot tien personen die in het huis wonen.

De televisie hebben de bewoners uit het grofvuil gevist. Ze pakt een haarspeld en prikt ermee in de gaatjes waar ooit de knopjes van de verschillende kanalen zaten. „De afstandsbediening”, grijnst ze.

De Poolse vrouw wil niet herkenbaar op de foto of met haar naam in de krant. Ze vreest dat haar klachten over de huisvesting haar problemen zullen bezorgen. In huis, waar een medebewoner nu al boos is dat ze uit de school klapt. Of op het werk. „Ik wil mijn baan niet verliezen.”

Maar ze wil wel dat Nederlanders weten hoe het er hier uitziet, en hoe zij en haar collega's wonen. Over anderhalve week is ze er hoe dan ook even uit. Kerst en Oud en Nieuw viert ze in Opole, met de kleinkinderen.