Doc is mijn vriend

TV-psycholoog ‘Dr Phil’ is zó Amerikaans, zó commercieel. Maar mooi dat hij het antwoord heeft op de vraag: hoe te leven.

Het zoontje van vrienden wil keer op keer de film Sneeuwwitje zien. Niet om Sneeuwwitje, maar om Doc, de opperste der dwergen. Als we hem vragen wat Doc zo bijzonder maakt, zegt hij: „Doc is mijn vriend.”

Ik heb ook zo’n vriend. In mijn dromen kom ik hem met enige regelmaat tegen, meestal op een vliegveld. Hij verstaat Nederlands, spreekt het ook heel behoorlijk, en is altijd blij me te zien. Veel tijd heeft hij natuurlijk niet. Na een omhelzing en een paar zinnen gaan dokter Phil en ik weer ieder ons weegs. Ik word dan altijd tevreden wakker.

Voor wie hem niet kent: dokter Phil is een kale, boomlange Amerikaanse psycholoog met een snor, wiens dagelijkse televisieshow een miljoenenpubliek trekt. De opzet is bijzonder simpel: Phil zit in een stoel tegenover iemand met een probleem. De ene keer zit er een vader die niet wil dat zijn zoon zich tot vrouw laat ombouwen, de andere keer een vrouw die eist dat haar man de hond wegdoet. Geen enkel probleem is Phil te machtig of te gering.

Hoewel ik al tientallen afleveringen van zijn show gezien heb, sla ik mezelf regelmatig met mijn vlakke hand op mijn dij als Phil een in mijn ogen onoplosbaar probleem in twee glasheldere zinnen analyseert en vervolgens zegt wat de beste oplossing is.

„This is not about the dog”, zegt hij tegen de vrouw die wil dat haar man de hond wegdoet. Het gaat niet om die hond, het gaat erom dat die man bij thuiskomst eerst zijn hond en dan pas zijn vrouw begroet. De vrouw voelt zich verwaarloosd. Dat ik daar zelf niet aan gedacht had!

„This is not about the dog”, zeg ik sindsdien als de man met wie ik mijn leven deel, me kapittelt over verkeerd opgevouwen vaatdoekjes.

„Dokter Phil zeker!”, zegt hij misprijzend terwijl hij zich losmaakt uit mijn omhelzing.

Want Phil roept veel ergernis op. Zo langzamerhand heb ik het afgeleerd zijn naam nog te noemen. Een enkele keer gebeurt het toch en dan is de reactie bijna onveranderlijk: „Dokter Phil! Kijk jij daar naar?”

Niemand kijkt naar dokter Phil. Ja, ze hebben het allemaal wel eens gezien, sterker nog, ze hebben toevallig net de aflevering gezien waar ik het over heb, maar ze kunnen niet geloven dat ik daar dagelijks naar kijk. Het is zo Amerikaans. Het gaat allemaal om geld. Het is zo commercieel. Het is allemaal ingestudeerd. Die mensen zijn zo dom. Ze willen alleen maar op de tv. Geloof ik dat nou echt allemaal?

Dat blijkt een grote zorg. Of ik het gelóóf. En hoe intellectueler en hoger opgeleid de mensen zijn, hoe meer zorgen ze zich maken over mijn geloof. Ze winden zich op, ze gaan met stemverheffing spreken.

Nu heb ik diezelfde opgewonden verontwaardiging eerder in mijn leven meegemaakt, in de tijd dat ik een werkloosheidsuitkering had. Ook toen bleken mensen die ik nauwelijks kende zich grote zorgen om mij te maken. Met dezelfde heilige overtuiging en dezelfde stemverheffing werd mij gezegd hoe verkeerd het was wat ik deed. Pas jaren later begreep ik waarom die mensen zo kwaad waren. Ik leek mezelf iets te permitteren wat zij zichzelf nog in hun dromen niet zouden toestaan. Want veel mensen gaan met tegenzin naar hun werk.

Zou er nu weer iets dergelijks aan de hand zijn? Vinden mensen Phil zo irritant omdat hij zichzelf iets toestaat wat zij ook wel zouden willen? Maar wat staat Phil zichzelf dan toe? Ik heb er lang over nagedacht en ik geloof dat ik het weet: zekerheid.

Bij veel mensen geldt het als prijzenswaardig als je ergens niet uitkomt. Menigeen zegt met welbehagen dat hij ‘geïnteresseerd is in vragen, niet in antwoorden’. Voor dergelijke mensen geldt een antwoord, een uitkomst, een oplossing, als een teken van oppervlakkigheid, ja, zelfs als iets suspects.

Ik ben eens naar een lezing van Dick Swaab geweest. In een glashelder betoog zette hij uiteen dat de kans op ziekten en verslavingen vaak erfelijk bepaald is. De reacties uit de zaal waren onthutsend: Swaab werd met hoon overladen. Interessant was dat hij uitsluitend werd aangevallen op dingen die hij niet gezegd had. Telkens stond er weer een spreker op die vroeg of Swaab iedereen met die genetische afwijking maar direct na geboorte in de gevangenis wilde gooien. Applaus.

„Ja, nature en nurture”, verzuchtte een vrouw naast me, „daar zullen we wel nooit uitkomen”.

Maar waarom was ze dan helemaal naar die lezing gegaan? Om te horen dat we er niet uit zouden komen?

Ik weet niet of er vragen bestaan waarop niet tenminste een voorlopig beste antwoord mogelijk is. En dokter Phil geeft me elke dag weer antwoord op de vraag der vragen: Hoe te Leven? Hij doet dat door mensen eerst een aantal uitspraken voor te leggen die ze zelf gedaan hebben. „Je slaat je kinderen elke dag? Met een zweep? Jij bent zelf ook geslagen door je vader. Vond je dat prettig?”

Zwijgend schudt de man zijn hoofd.

En dan komt de hamvraag: „Is it working for you? Gehoorzamen je kinderen je?”

„Nee”, antwoordt de man. Ze doen nog steeds niet wat hij wil. Nog altijd is het gazon niet in exact rechte banen gemaaid als hij om zes uur thuiskomt.

Het publiek gromt, sist en loeit, maar dokter Phil blijft onverstoorbaar. „Zou het dan niet beter zijn als je iets anders probeerde dan dat slaan? Hoe zou je het vinden als jouw kinderen niet weg vluchtten als jij thuiskomt, maar blij op je af renden? Als ik jou nou eens een paar simpele manieren gaf om ervoor te zorgen dat dat gebeurt. Zou je daar dan naar willen luisteren?” De man knikt sprakeloos, zijn ogen worden vochtig.

En dan legt Phil het uit.

Ik weet niet of die vader de karwats voorgoed zal opbergen. Phil is een imponerende man en ook de studiolichten, de camera’s en het publiek zullen bijdragen aan de ontvankelijkheid, de snelle overgave en ontroering. Maar er is een moment van inzicht geweest, en voor mij is er niets interessanters. Elke roman gaat erover: bekorten van het lijden door inzicht.

„Problemen zijn vaak bijzonder gecompliceerd”, zegt Phil. „Maar oplossingen zijn bijzonder eenvoudig. Léven naar die oplossing is iets anders – dat begint pas als je hier de zaal uitloopt.”

„Die mensen zijn zo dom”, rilde een vriendin die ik vergeefs aan Phil probeerde te krijgen.

Diezelfde vriendin ergerde zich jarenlang aan de vuile sokken die haar man door de kamer liet slingeren. Maar ze weigerde er iets van te zeggen. Haar man moest begrijpen hoe het voor haar was, en als hij het niet begreep, nu ja, dan was er toch niets aan te doen.

Ik kijk liever naar een halve idioot die iets aan zijn leven probeert te veranderen dan naar een hoogst intelligente man of vrouw die volhardt in de eigen overtuigingen.

Als je een Nederlands programma over een innerlijke transformatie zoekt, kom je al gauw uit bij de EO. Maar in het programma De Verandering gaat het altijd over een bekering en dat is nu eenmaal erg moeilijk in woorden te vatten. Bovendien zijn het verhalen achteraf, terwijl we bij Phil getuige zijn van het sublieme moment waarin het inzicht doorbreekt. Altijd via diezelfde methode: net zo lang vragen stellen tot die ander inziet dat het niet werkt wat hij doet.

Maar het is meer dan een truc, een methode. Andere psychologen die hun opwachting maken in het programma, lijken naast Phil bleke mummelaars. Phil straalt uit dat hij het wéét. Hij weet hoe het moet, leven. Hij is niet alleen psycholoog, maar evengoed rechter, zoals hij kortgeleden weer eens toonde tijdens een wel heel zonderlinge aflevering: een meisje had haar nog ongeboren baby ter adoptie aangeboden via internet en tientallen wensmoeders maandenlang aan het lijntje gehouden, totdat bleek dat er helemaal geen baby was. Geldelijk gewin was er niet geweest, het ging haar puur om het plezier van het bedrog.

In eerste instantie leek het me geen interessante kwestie. Vrouwen die zich zo voor de gek laten houden, zijn wel erg onnozel. Maar voor Phil zijn domheid en goedgelovigheid geen redenen om niet meer naar iemand te luisteren en mededogen te hebben.

In een aparte kamer ging hij vervolgens het gesprek aan met de bedriegster, een veel te dik meisje, dat als een brok beton in haar stoel zat, een pet diep over haar ogen getrokken. Phil kreeg geen vat op haar. Mechanisch herhaalde ze dat ze niet met de vrouwen in gesprek wilde, omdat die zulke gemene dingen over haar gezegd hadden op internet.

„Jij bent begonnen”, zei Phil.

Dit simpele kinderzinnetje gaf me een schok. Zo was het. God mocht weten welke complexen en pathologische afwijkingen de grondslag vormden voor haar handelwijze, maar één ding stond als een paal boven water: zij was begonnen.

Het is op zo’n moment dat Phil uit de rol van psycholoog stapt en zich opstelt als beoordelaar van goed en kwaad.

Hij doet dat vaker. Eens in de zoveel tijd is er een aflevering met de titel ‘Is this normal?’ Mensen vertellen daarin over licht afwijkend gedrag, zoals de vrouw die elke dag alle poezen van het park te eten geeft.

Phil heeft een vast rijtje vragen: Kost het je meer geld dan je hebt? Kom je te laat op je werk? Heb jij er last van of iemand anders in je omgeving? Nee?

Dan wordt de biechteling heengezonden met een glimlach.

Na een half leven getobd te hebben over mijn zonderlinge drang om bij iedereen meeëters uit te knijpen, heb ik nu besloten dat ik me er, zolang ik er geen onbekenden op straat over aanspreek („Meneer, mag ik even? We knappen er allebei zó van op!”) geen zorgen meer over maak.

Phil weet van goed en kwaad. In de leader van het programma zie je hem als een commando ten strijde trekken. „Let’s do it!” En dan gaat Phil weer een uur lang alles oplossen.

Ik kan maar één reden bedenken voor de grote scepsis die ik bij veel mensen bespeur: de onderliggende angst dat hij misschien gelijk zou hebben. Wij, bewoners van het avondland, die jarenlang geïnvesteerd hebben in kostbaar lijden, willen niet dat een blakende Amerikaanse psycholoog dat in één klap wegvaagt. Dat kan toch niet? Alles voor niets?

„Weet je wat erger is dan tien jaar lang lijden?”, zegt Dokter Phil in zo’n geval. „Tien jaar lijden en één dag.”

„Het voelt zo onnatuurlijk”, verzuchtte een vrouw die van Phil het advies gekregen had om zich wat tactvoller uit te drukken.

„Maar dat is juist heel goed!”, zei Phil. „Hoe onnatuurlijker het voelt, hoe beter het is.”

Zoiets hoor je een psycholoog niet vaak zeggen.

Maandag ga ik weer kijken. Phil is een vriend.