‘Die Europese fusie komt er, al duurt het nog drie jaar’

Het bestuur van KPMG vindt een fusie met Britten, Duitsers en Zwitsers nog steeds noodzakelijk. „Maar we gaan het niet eerder doen dan als de partners er klaar voor zijn.”

Trots zijn ze het meest op het verloopcijfer bij KPMG, waar 4.281 mensen werken. „Slechts 14,4 procent”, benadrukken bestuursvoorzitter Ben van der Veer en bestuurder Jaap van Everdingen in een gesprek ter gelegenheid van de presentatie van de jaarcijfers van hun accountantsorganisatie. Ofwel 587 accountants en adviseurs vertrokken dit jaar, maar KPMG wist er weer 805 te werven. „De markt voor onze activiteiten is er”, aldus van Everdingen, „Hoeveel werk je krijgt, hangt af van de hoeveelheid mensen die je hebt en de kwaliteit van het werk dat ze leveren.”

Een mooie meevaller is het, die positieve score tussen in- en uitstroom in een jaar dat er veel commotie was binnen KPMG. In september haalde het bestuur van een van de Big Four op één stem na niet de vereiste meerderheid van tweederde van de partners om de Nederlandse maatschap te laten fuseren met de Britse, Duitse en Zwitserse zusterorganisaties tot een nieuw Europees KPMG. Een brief van enkele vooraanstaande partners die vreesden voor buitenlandse overheersing en strakkere leiding, had veel onrust gezaaid.

Het bestuur baalde, dat wilde de fusie graag, Van Everdingen zou in het bestuur van de Europese organisatie een plek krijgen. „Die fusie die komt er nog”, zegt hij, „maar niet eerder dan als de partners er klaar voor zijn”.

Het bestuur heeft kortom besloten de tijd te nemen. „Een werkgroep van partners heeft nu een onderzoek gedaan en we gaan dat de komende week bespreken met alle partners”, zegt bestuursvoorzitter Van der Veer. „Het stof is neergedwarreld, de organisatie is tot rust gekomen. Uiteindelijk zal dit niet meer dan een rimpeling in onze geschiedenis zijn.”

Hoe lang is het dan nog wachten op het aansluiten bij de Duitsers, Britten en Zwitsers, die op 1 oktober wel zijn samengegaan? Daar willen Van Everdingen en Van der Veer niets over zeggen. „Het kan een maand zijn, een jaar, of drie jaar.” Maar te lang moet het niet duren, want dan lopen partners die veel internationaal werken over naar de Europese organisatie. „Maar daar is nu nog geen sprake van”, zegt Van der Veer.

Rationeel gezien is er geen andere weg dan de internationale fusie, vinden zij. Het werk van de accountants is alleen maar internationaler geworden. Bovendien ziet ook KPMG door overnames klanten in buitenlandse handen overgaan. „We zien nu hoe snel grote bedrijven verdwijnen. En dat hoeft niet over te zijn. In principe is nog steeds ieder bedrijf behalve Shell een overnamekandidaat”, zegt Van der Veer. „Dat is zorgelijk. Als Nederland een provincie van Europa wordt, kalven onze activiteiten af. ”

Hij hoopt dat Nederland een springplank kan worden naar Europa voor het kapitaal uit China, Rusland en het Midden Oosten. „Wij hebben mensen in Dubai, Moskou en Shanghai, en die werken niet alleen voor onze Nederlandse klanten, veel ondernemende familiebedrijven, die in die landen willen investeren. Maar het vestigingsklimaat moet hier dan wel goed zijn en ook het belastingklimaat.” Van der Veer heeft wel hoop. „Helaas was de overname van ABN Amro er voor nodig, maar er worden nu wel goede discussies over gevoerd.”

Dat KPMG niet eerder de nationale maatschappen heeft laten fuseren, hangt samen met nationale wetgeving die dat in sommige landen in de weg stond. Europese regelgeving heeft dat doorbroken. De drie andere grote accountants – PriceWaterhouseCoopers, Deloitte en Ernst & Young – zijn nog niet zichtbaar naar een fusie gaan streven. Maar ze kijken goed naar wat er bij KPMG gebeurt. Van der Veer: „De bestuurders daar hebben ons ook eerlijk gezegd stevig te balen dat wij het er nog niet doorheen hebben gekregen. Het had in hun organisatie het gevoel van urgentie kunnen versterken.”