Centraal verwarmd door de euro

De waardering van verworvenheden legt het in de regel af tegen het tellen van tekortkomingen. Dat is niet meer dan menselijk. Wat verworven is wordt al snel voor vanzelfsprekend gehouden, en de aandacht gaat dan snel uit naar datgene dat nog ontbreekt of waarover ontevredenheid bestaat.

Dat geldt ook voor de Europese integratie. Rond de ondertekening van het verdrag van Lissabon, deze week, ging de aandacht vooral uit naar het laatste gesteggel over Europees volkslied of vlag, de afzondering waarin de Britse premier Brown zijn uitzonderingen binnenhaalde, of naar de erg Nederlandse vraag of dit nu een Grondwet is of niet.

Deze week kende ook twee gebeurtenissen, die op het eerste gezicht weinig met elkaar te maken hebben, maar waarin een van de grootste recente verworvenheden van de Europese integratie een onvermoede hoofdrol speelt. België beleefde een nieuwe episode van de impasse waarin het land is geraakt in zijn poging een nieuwe regering te vormen. De tweede gebeurtenis was de ingreep door vijf van de belangrijkste centrale banken ter wereld, die nieuwe noodmaatregelen aankondigden om de internationale kredietcrisis te bestrijden. Om een acuut geldtekort tegen de jaarwisseling te voorkomen pompen zij opnieuw tientallen miljarden in de interbancaire geldmarkt.

De Europese verworvenheid die beide gebeurtenissen met elkaar verbindt is de euro. In de periode van voor 1999, toen de EU-landen hun nationale munten nog hadden, zou een schok als de kredietcrisis de Europese economie waarschijnlijk uiteen hebben gereten. Beleggers zouden zijn gevlucht in de Duitse mark, met in het kielzog de gulden, en ze zouden in hun afkeer van risico’s ook munten als de Franse franc en zeker de Italiaanse lire naar beneden hebben hebben gespeculeerd. De economische en politieke spanningen die dat teweeg had gebracht waren zichtbaar in het tijdperk 1992-1995, toen de euro nog een ver vooruitzicht was en Europa speelbal was van de valutamarkt.

Er is weinig fantasie voor nodig om te bedenken wat er in die omstandigheden was gebeurd met het huidige België: een staat die in de ogen van beleggers bezig zou zijn uiteen te vallen, onbestuurbaar werd geacht en bovendien in het niet benijdenswaardige bezit is van de naar verhouding één na hoogste nationale schuld van de hele EU. België zou zijn afgeslacht, de rentes zouden torenhoog moeten zijn opgevoerd om speculatie te ontmoedigen, en uiteindelijk zou een serie devaluaties van de Belgische franc de economie in een inflatiespiraal hebben kunnen storten. Tijd om een oplossing te vinden zou het land niet zijn gegund.

Feit is dat Europa de kredietcrisis, zeker dankzij de euro en de slagvaardige gemeenschappelijke Europese Centrale Bank, tot nu toe goed doorstaat. België heeft grote problemen, maar ontloopt door de euro in ieder geval de extra complicaties die onrust rond de Belgische franc zou hebben gegeven.

Nu de vorst in Nederland toeslaat, denkt niemand aan de zoemende cv-ketel die vanzelfsprekend zijn werk doet, totdat hij stuk gaat, of aan elektriciteit, totdat een helikopter tegen een mast vliegt . Ook de monetaire unie en de euro functioneren op dit moment vlekkeloos, en juist daarom blijven ze onopgemerkt. Het is een van die verworvenheden van de Europese integratie die inmiddels als iets vanzelfsprekends worden gezien. In een tijd waarin de EU, soms ook terecht, met scepsis wordt bekeken en vooral wordt afgerekend op haar tekortkomingen, is dat iets om af en toe ook eens bij stil te staan.

Wat vindt de krant en wat vindt u? Discussieer mee over het hoofdredactioneel commentaar op nrc.nl/commentaar