Bovenmatig drankgebruik van de jeugd

Hieronder volgen twee reacties op de uitnodiging om ervaringen met het bovenmatig drankgebruik van de jeugd te beschrijven. ‘Ineens waren we allemaal dronken, werden we betrapt, dropen we af.’

Betere handhaving

Bingedrinking is van alle tijden en plaatsen. Dat de ‘jeugd van tegenwoordig’ het steeds jonger en vaker doet is niets anders dan een van de uitwassen van de vroege 21ste eeuw. Alles is nu voorhanden: de voorbeelden en het benodigde geld. Je krijgt als het een beetje meezit je minute of fame op YouTube als het ook nog gefilmd is door je vrienden. In bepaalde kringen is het een stoere aantekening op je sociale cv en de ouders weten niet waar kindlief uithangt, of zijn onwetend trots op hun waaghals of ze menen dat op het wildebrassen een vruchtbaar advocaten- of artsenleven zal volgen.

Ook ik ben als ouder van een dochter niet zonder zonden. Ik heb voordat ze het wettelijk zelf mocht wel eens haar wiet gekocht bij de coffeeshop. En ze laat zich wel eens vollopen, gelukkig nooit leidend tot coma of andere ongelukken.

Is er een oplossing? Moet de regering iets doen? Ik meen van niet. Er zijn al genoeg regels en wetten, laat men die eerst maar eens goed naleven: geen alcoholverkoop beneden zekere leeftijd (16 jaar mag wel 18 worden), betere handhaving schenkverbod aan minderjarigen, betere controle door campinghouders, ook tijdens festivals! Verder is elke ouder verantwoordelijk voor de opvoeding van zijn kinderen en zal groepsdwang in de jeugdcultuur nooit verdwijnen.

Zo lang rokers met longkanker en sporters met blessures in onze collectieve gezondheidszorg geholpen worden, dienen ook bingedrunken jongeren hun coma in het ziekenhuis te mogen uitslapen.

Anna M Vos, Dokkum

Evolutie

Tijdens een kamp met leraren en leerlingen kregen wij, dat wil zeggen: ik, de mooiste en hij, de snelste jongen van de klas, de plaatselijke neringdoende zo ver ons een fles whisky te verkopen. Toen er ineens een leraar binnen kwam vallen, wist de goede kruidenier niet hoe snel hij die fles onder de toonbank moest verstoppen. Mét vloeibare buit trokken wij hotelwaarts.

’s Avonds wij tweetjes sneaky naar de jongedamesverdieping. Daar werd al snel de fles geopend, alsook onze kelen. Niet veel later viel het meisje op wie ik al lang een tweetal oogjes had vastgepind in mijn armen, om me net voor de allereerste kus bijna onder te spugen. Ineens waren we allemaal dronken, werden we betrapt, dropen we af. Het heerlijke meidenspul bleef boven. In de gangen wankelde een al even dronken dikke leraar. O ja, economie gaf die. Uit pure frustratie hebben wij hem even de vette huid vol gescholden.

’s Ochtends was alles vergeten. Iedereen leek te lijden aan een collectieve black-out, die griet, de leraar en de rest. Maar ik, ik mis haar nog steeds. O ja, we waren 15 en 16, én het was 1976. Nu zijn ze 13 en 14, tjonge jonge! Evolutie! Toch?

Wouter Krijbolder, ’s-Hertogenbosch