Ben Bot 1

Ben Bot betreurt de invasie in Irak. zo laat hij weten in het interview in Zaterdag &cetera van 8 december. Maar de beslissing was niet van hem, want hij was toen geen minister. Te zijner rechtvaardiging diene het volgende. Mijn rust na 18 jaar Europees Parlement, waar ik mij bezighield met de Interne Marktwetgeving, werd wreed verstoord toen ik opeens, onverwachts, in mei 2002 in de Tweede Kamer terechtkwam. Daar speelde de kwestie Irak, het debat was juridisch omdat er geen directe resolutie van de Veiligheidsraad was, en minister De Hoop Scheffer, een scherpzinnig jurist, sprak van ‘ultimum remedium’ (uiterst redmiddel). Bij interruptie heb ik wegens de zwakke juridische grondslag er ‘ultissimum remedium’ (alleruiterste redmiddel) van gemaakt, en vervolgens namens de LPF-fractie van 26 leden voorgestemd, terwijl ik de militaire operatie kansloos vond. Je kunt een onzichtbare vijand niet bestrijden: wij in Nederlandsch Indië 1945 — 1949, de Fransen in Indochina, de Amerikanen in Vietnam, de Britten in Palestina, enz. Waarom dan toch voor? In het Europese Parlement was ik gewend aan verdeeldheid tussen Lidstaten, maar deze scherpe tegenstelling die door de partijen heenliep was nieuw voor mij: Labour Engeland hartstochtelijk voor, Gerhard Schröder namens de Duitse socialisten mordicus tegen, behoudende Berlusconi voor Italië voor, conservatief Chirac Frankrijk uitgesproken tegen, Spanje de rechtse Aznar eerst voor, daarna onder de socialist Zapatero tegen. Al deze landen waren trouwe bondgenoten van Nederland, en ik wilde niemand tegen de borst stuiten. Vandaar mijn typisch Nederlandse tussenstandpunt: voor een beperkte periode van één jaar met een beperkt aantal militairen (1.200) meedoen, en daarna einde oefening.

Minister Bot trof het resultaat aan het eind van de weg, geplaveid met ondeugdelijke juridische argumenten, aan. Hem treft geen enkele blaam.