Alleen nog bootjes

Een vissersdorp wordt gemoderniseerd. Het is veranderd in een vlakte vol puin.

Door mijn raam waait een zwoele, vissig ruikende bries binnen. Over de baai van Haichou tuffen houten visserscheepjes. Aan de overkant bewegen oranje kranen van een containerhaven. Het pension waar ik logeer, staat vrijwel op dezelfde plaats als waar Johan Schotman woonde, gedurende de jaren 1922 en 1923, toen hij in dienst was van het Nederlandse Syndicaat voor China. Hij zorgde voor de gezondheid van een team ingenieurs en landmeters die vanuit dit eiland de baai in kaart brachten om het ontwerp voor een haven te kunnen maken.

Schotman was arts, net als Slauerhoff, en net als Slauerhoff zou hij over zijn verblijf in China publiceren. Alleen raakte Johan Schotman totaal in vergetelheid. Ik ben door zijn trilogie Het vermolmde boeddhabeeld naar dit eiland, Lian Dao, gelokt en het is mijn favoriete bestemming in China geworden. Vorig jaar was ik hier voor het eerst. Toen werd ik betoverd door het dorp op de oostelijke punt. Ik was er heen gegaan omdat Schotman erover schreef. Hij bezocht er een Chinese patiënt, want hij bekommerde zich niet alleen om de buitenlanders van het Nederlandse Syndicaat. „In een hoek, achter een mand met graan en naast een stinkende hoop netten ligt op een mat, aan den rieten vloer uitgestrekt, de zieke oude stakker.” Het dorp, schreef hij, bestond uit niets dan „raamloze hokken, met daken van vuilgrauw en verweerd riet, vol gaten, en met stenen bezwaard”.

Inmiddels ging het de vissers voor de wind, zag ik vorig jaar. Huisjes, opgetrokken uit brokken graniet, hadden soms twee verdiepingen. Op de gevels waren namen en mobiele nummers van visgroothandels te lezen. Vanuit alle vensters was de oceaan te zien die eeuwig deinend aanrolde. Wel lagen in de baai nog steeds houten scheepjes aan hun anker te rukken, net als in de tijd van Schotman.

Vandaag zal meneer Zhao Ming mij erheen begeleiden. Hij is gemeenteambtenaar en verantwoordelijk voor de afdeling ‘behoud van immaterieel erfgoed’. Ik wil iemand proberen te vinden die zich Johan Schotman nog kan herinneren. Meneer Zhao Ming, die een beetje op Mao Tse Toen lijkt, arriveert in een auto met chauffeur. „In het oostelijke dorp is het een en ander veranderd”, begint hij voorzichtig. „Never mind”, zeg ik. „Alles verandert in China.” Maar op de aanblik die ik voorgeschoteld krijg, ben ik niet voorbereid. We stoppen in een bocht van de weg, we hebben uitzicht op de halvemaanvormige baai. Vrijwel alle visserswoninkjes blijken met de grond te zijn gelijk gemaakt. Ook de moestuintjes, veroverd op de steile bergwand, zijn weg. Het Oostelijk Dorp is veranderd in een vlakte vol puin. „Maar waarom?”, is alles wat ik kan uitbrengen. „Er komt iets voor toeristen”, weet meneer Zhao Ming. Het is duidelijk waarom de gemeente alleen een afdeling heeft voor het behoud van immaterieel erfgoed: al het materiële moet eraan. Alleen de visserscheepjes liggen er nog, rollend op de golven.

Bij een van de zeldzame woninkjes die nog staan, aan de rand van het voormalige dorp, kloppen we aan. Rond een tafel zitten vier vrouwen met mahjong stenen voor zich. Hun mannen zijn op zee. „Een schande is het”, vindt de vrouw des huizes. Zij en haar man hebben het aanbod van de gemeente nog niet aanvaard. Die wil per vierkante meter ruim tweehonderd euro uitkeren, haar erf meet tien bij elf. „Voor dat geld is een flat te krijgen in de stad”, sust meneer Zhao. „Een flat die half zo groot is als dit”, dient de vrouw hem van repliek. En voor de deur van een flat kun je geen schip ankeren. Hun bron van inkomsten is in gevaar. Net nu het de vissers goed gaat, net nu ze de armoede die Schotman optekende van zich hebben afgeschud, wordt alles hun afgenomen. „Het is niet goed voor het dorp, maar het is goed voor de vooruitgang van China”, probeert meneer Zhao een positieve wending te geven.

We rijden verder want er is nog een bezienswaardigheid die hij me wil laten zien. We stappen uit en ik volg hem een heuvel op. Jonge paartjes zijn elkaar op de top aan het fotograferen met de machtige oceaan op de achtergrond. „Weet je wat hier gebeurd is?”, vraagt meneer Zhao Ming. „Geen idee”, antwoord ik lusteloos. „Hier is de as uitgestrooid van onze grote leider Deng Xiaoping.” Op Lian Dao, het eiland van Schotman? „Waarom hier?”, vraag ik. „Dat zal over vijftig jaar onthuld worden”, zegt meneer Zhao Ming. „We weten het gewoonweg niet.” Beneden ons liggen de resten van het Oostelijk Dorp. Deng Xiaoping is de Chinese leider die de Open Deur politiek invoerde, hij begon met de moderniseringen die tot de ondergang van dit dorp hebben geleid. „Was Deng Xiaoping een goede leider of een slechte leider?”, vraag ik. Uit de grond van zijn hart verzucht meneer Zhao Ming: „Zonder Deng Xiaoping was ik niemand. Zonder hem had ik nooit Engels kunnen leren. Zonder hem zat ik thuis met de deuren dicht.’’