A’dam houdt seksindustrie maar wil af van criminaliteit

Oud beroep, maar nieuw beleid. Onder die leus pakt Amsterdam de uitwassen van prostitutie aan. Om te beginnen: een pooierverbod en voor de vrouwen een pas.

Chinezen. Daar moet Jan Otten – grijze krullen tot op zijn schouders, stevig postuur – het van hebben. Met bussen vol komen komen ze naar zijn sekstheater Casa Rosso op de Amsterdam Wallen. Met zijn eigen reisbureautje organiseert hij de reizen. Eerst naar het Van Gogh museum en dan naar zijn theater. Hij heeft er een Chinees meisje voor in dienst genomen dat de zaken regelt.

Maar de laatste tijd krijgt hij voortdurend dezelfde vraag uit het buitenland, vertelt Otten. Bestaan de Wallen nog wel? Want ook zijn buitenlandse klanten hebben inmiddels gehoord dat de gemeente Amsterdam allerlei plannen heeft met de Wallen. Voorlopig bestaan we nog gewoon, antwoordt Otten altijd.

Volgend jaar moeten alle ondernemers op de Wallen gescreend zijn met de wet Bibob. Ook horecazaken, sekswinkels en coffeeshops moeten aantonen dat zij niet betrokken zijn bij criminele activiteiten. Lukt dat niet? Geen vergunning. De gemeente Amsterdam verwacht dat een groot deel de zaak zal moeten sluiten. En daarna zullen er maatregelen genomen worden om de seksbedrijven die overblijven op een aantal plekken te concentreren. Zonering, heet dat in ambtelijk jargon.

En nu wil Amsterdam de activiteiten in de bordelen ontdoen van de criminaliteit, maakte burgemeester Cohen bekend. Want, zo zegt hij, er is nog steeds sprake van vrouwenhandel en gedwongen prostitutie. Begin dit jaar rolde de politie een netwerk van vrouwenhandelaren op. Die vrouwen werkten onder meer op de Wallen. Ze moesten de namen van hun pooiers op hun lichaam laten tatoeëren en werden geregeld mishandeld. De afschaffing van het bordeelverbod in 2000 moest nu juist dit soort praktijken voorkomen.

Daarom wil Amsterdam nieuwe maatregelen, staat in de nota Oud beroep, nieuw beleid. De belangrijkste is het pooierverbod. Want pooiers zijn nog steeds actief op de Wallen. Vaak zijn ze van Marokkaanse afkomst. Maar ook zijn er professionele Oost-Europese netwerken, blijkt uit onderzoek. Vrouwen achter de ramen worden voortdurend in de gaten gehouden, moeten hun geld afdragen en worden gecontroleerd op hun gedrag en de manier waarop ze klanten binnenhalen.

Voortaan moeten pooiers een verbod krijgen om in de buurt van raambordelen rond te hangen. En in samenwerking met het openbaar ministerie en de fiscus wil Amsterdam zwarte lijsten van criminele straatpooiers aanleggen en ze vervolgens strafrechtelijk of via de fiscus aanpakken. De loverboys kunnen zo makkelijk worden aangepakt. Want de kans dat zij een vergunning aanvragen voor hun ‘werk’ is nihil.

Vorig jaar begon de gemeente Amsterdam met een schoonmaak van de Wallen. Vier exploitanten van raambordelen kregen geen nieuwe vergunning. Zij zouden hun vergunning gebruiken voor criminele activiteiten. Onder hen Charles Geerts, de grootste en bekendste seksondernemer in het Wallengebied.

Uit de nota van de gemeente blijkt ook dat een deel van de raamprostitutie de afgelopen jaren verschoven is naar de escortbranche. In 1999 waren er zo’n 500 escortprostituees in Amsterdam actief, inmiddels zijn dat er meer dan 1.000. Terwijl die branche nauwelijks gecontroleerd wordt. Want voor een escortbureau is op dit moment geen vergunning nodig. En dus komt daar ook uitbuiting en mensenhandel voor.

Dat moet anders. De gemeente wil dat escortbedrijven voortaan ook een vergunning moeten hebben. Een mogelijkheid die Amsterdam nog onderzoekt is de invoering van een pasjessysteem in de escortbranche. Iedere escortgirl moet zo'n pasje hebben. Escortbureaus mogen alleen nog vrouwen aan het werk hebben met een pasje. Ook in hotels zou het ‘prostitutiepasje’ verplicht moeten worden. En uiteindelijk biedt zo’n kaartje ook de mogelijkheid om de klant aan te pakken. Hij moet vooraf om het pasje vragen. En wordt hij betrapt met een escort zonder pasje, dan is ook hij strafbaar.

Lees de prostitutienota op nrc.nl/binnenland