Zelfs brilletje heeft magie

Lyrisch is David Wille van veilinghuis Sotheby’s over de vijftiende-eeuwse madonna met kind, een eikenhouten beeld van 66 bij 52 centimeter. „Doorgaans kijkt Jezus voor zich uit. Hier kijkt het kind zijn moeder aan en wijst iets aan in de bijbel – mogelijk zijn eigen lijdensverhaal.”

De collectie van de vorig jaar overleden kunsthandelaar Robert Noortman en zijn weduwe Angelique wordt komende week geveild. De madonna uit de Utrechtse school is een van de topstukken met een richtprijs van 30.000 tot 50.000 euro en een grote kunsthistorische waarde. Maar er zijn ook tal van gebruiksvoorwerpen die worden geschat op een paar honderd euro, zoals een bankstel, enkele kandelaars en een kastje.

Al deze voorwerpen sierden het Belgische kasteel van de familie Noortman op. Net als de Afrikaanse beelden, de hedendaagse schilderijen, de houten Inuït-brillen, het Hollandse zilverwerk, het exotentableau, de talrijke trompe l’oeuil-schilderijen en nog veel meer. Voor de buitenstaander lijkt het geheel een ratjetoe.

Toch is er wel degelijk samenhang, bezweren de experts van Sotheby’s. De Noortman-collectie is een persoonlijke variant van de klassieke ‘Wunderkammers’, de baaierd aan voorwerpen waarmee welgestelden in de vroege renaissance de wereld trachten te doorgronden. „En Noortman verzamelde alles op basis van een mooie vorm en een grote schoonheid”, zegt Albertine Verlinde, „Of het nu een Schotse waterkruik is van een paar honderd euro of een topstuk als de zestiende eeuwse terracotta buste.” Deze laatste wordt geschat op 60.000 tot 80.000 euro.

Het belangrijkste bindmiddel is echter de naam Noortman. Voor verzamelaars is de herkomst heilig, de ‘pedigree’ zoals dit wordt genoemd. „Iedereen wil de geschiedenis van een stuk kennen. Als een voorwerp van een bekende verzamelaar komt, hebben kopers er meer geld voor over”, zegt Vera Carasso van veilinghuis Christie’s. „Toen wij enkele jaren geleden de collectie-Dreesmann veilden, bracht een voorwerp dat wij op 4.000 euro hadden geschat onverwachts 12.000 euro op.”

Boedels zijn dan ook een groeimarkt voor veilinghuizen. Daarbij gaat het niet alleen om verzamelingen als die van Noortman en – onlangs – Anton Philips, maar ook om de inboedel van kastelen in met name Duitsland. En adellijke namen geven huishoudelijke voorwerpen nog zo veel magie, dat zelfs een oude pannenset voor honderden euro weggaat.

Dat laatste is meteen ook een probleem voor veilinghuizen. „Stel, stel dat de boedel van Michael Jackson wordt geveild, dan zijn er vast mensen die zijn ijskast willen. Maar wij veilen die niet”, zegt Carasso van Christie’s. En in het geval van Noortman wordt niet de keukenapparatuur uit het huis De Groote Mot op de veiling gebracht. Maar een negentiende-eeuws stilleven dat normaal gesproken te goedkoop is voor Sotheby’s, weer wel; het past erbij.

Soms overstijgen kunstwerken de collectie juist, zoals onlangs bij de veiling van Anton Philips. Christie’s bracht een Rubens en een Van Dongen onder op gespecialiseerde kunstveilingen in Londen en New York. Sotheby’s brengt Noortman als geheel en benadrukt dit met een toonzaal die is ingericht als het woonhuis – met levensgrote foto’s van het interieur van het kasteeltje. Verlinde: „Het huis was zoals Noortman zelf: informeel.”

Veiling Noortman Collection, 17 en 18 december 2007 bij Sotheby’s Amsterdam. Kijkdagen 14 t/m 16 december.