Woutersgeluk

Vooraf werd nog stiekem gehoopt op een Hiddinkachtig geluk. Natuurlijk kwam dat niet. Er bestaat geen Woutersgeluk. Slecht spelen en toch winnen, of verliezen en toch doorgaan naar de volgende ronde als gevolg van een speling van het lot op een ander veld: daarvoor moet je Guus Hiddink heten. Mensen met de naam Jan Wouters moeten goed spelen om te winnen. Verder zal niets meezitten. Gratis hulp van buitenaf is mensen die Jan Wouters heten niet gegund.

Wouters weet dat. De rimpels in dat grote voorhoofd van ’m zeggen genoeg.

En zo ging het ook woensdag. PSV speelde slecht, althans minder goed dan Inter Milaan, en verloor. Zelfs als PSV beter had gespeeld dan Inter, en had gewonnen, dan nog was de volgende ronde van de Champions League niet gehaald. De rest van de poule werkte niet mee. Natuurlijk niet, de rest werkt nooit mee.

Coaches hebben geluk nodig, meer dan voetballers. Van zijn twaalfde tot zijn 35ste voetbalde Jan Wouters tegen de wind in, nooit blies de wind in zijn rug. Gekromd en vol cynische humor baande hij zich een weg naar het eerste van FC Utrecht, naar Ajax, naar Oranje, naar Bayern München en PSV. Een loopbaan gebouwd op volharding.

Hij bloeide laat, dat krijg je met al die weerstand, maar hij bereikte de top door het voetbal van zijn medespelers te stutten met tactisch inzicht en anti-voetbal. (Al ging hij paradoxaal genoeg zelf steeds beter voetballen.) Schoffelend, tierend en corrigerend maakte hij zich onmisbaar – en dat lijkt precies zijn probleem als trainer. Een coach moet zijn spelers een wenkend perspectief bieden, een droom desnoods, iets om naar te streven. Dat geeft spelers de mogelijkheid het beste uit zichzelf te halen. Wouters gelooft niet in dromen, zijn kracht op het veld lag er juist in dat hij anderen bij de les hield.

Natuurlijk was hij niet de nieuwe Michels, zoals Ajax hem in 1998 introduceerde als hoofdtrainer. Wouters verzoop in de chaos, en werd ontslagen. Een gekwetste ziel was zijn loon. Maar Wouters wilde helemaal geen hoofdtrainer zijn, hij deed het om de club te helpen. Nu doet hij het weer om zijn club – PSV – te helpen. Weer dat hoofd op tv dat bedoeld is voor harde grappen op de training, niet voor showtjes in kleed- en persruimte. Weer dat hoofd na alweer een verloren wedstrijd.

Zondag keert hij terug naar de Arena, je houdt je hart vast. Gelukkig is zijn ad interim-periode dan al snel voorbij. Na Ajax-PSV nog een paar potjes en Jan mag terug naar de achtergrond. Voor hem is dat het beste – en voor iedereen die hem vroeger heeft zien bikkelen is dat ook het beste.