Wij zetten voor, maar Darfur moet zelf scoren

Waarom zijn onze pogingen om het conflict in Darfur te beëindigen vergeefs geweest?

Een vredesakkoord die de strijdende partijen wordt opgelegd, houdt geen stand.

De internationale gemeenschap heeft met veel aandacht, inzet en middelen op het conflict in Darfur gereageerd. Waarom hebben al die investeringen in het geheel niet geholpen om het conflict te beëindigen? Het antwoord is simpel: we hebben geprobeerd van buitenaf een vredesakkoord op te stellen en dit aan het gebied op te leggen, en dat beleid heeft gefaald.

Nu dat mislukte beleid is erkend, moet de internationale gemeenschap proberen het probleem radicaal anders te benaderen. Deze nieuwe benadering vereist dat we veel directer met de strijdende partijen samenwerken en hen stimuleren zelf een duurzame oplossing te zoeken.

Zo’n benadering zal geen snelle oplossing voortbrengen aangezien dat in het geval van Darfur niet mogelijk is, optimistische oproepen van westerse regeringen ten spijt. In commentaren over de regio wordt vrij onnauwkeurig met de chronologie en de data van het conflict omgesprongen. Vaak wordt gedacht dat het conflict in Darfur is begonnen in 2003. Maar de oorsprong van het conflict gaat terug tot halverwege de jaren negentig, toen ontevreden jongeren van verschillende stammen bijeenkwamen en rebellengroepen tegen de regering in Khartoum vormden. Deze groepen gingen in 2003 deels samen en vormden een grotere, gewapende tegenstand tegen het bewind in Khartoum, waarop de gevechten escaleerden.

In mei 2006 ondertekende een van de grote rebellengroepen, de SLA-MM het Vredesakkoord van Darfur (DPA) met de regering in Khartoum. Dit akkoord was de rebellen tijdens vredesbesprekingen in Abuja door de internationale gemeenschap min of meer opgelegd. Sindsdien is het conflict niet geluwd. Integendeel, nieuwe ontevreden groepen mengen zich in de gevechten, waaronder sinds kort Arabische rebellengroepen.

Met de recente opkomst van deze rebellengroepen zal de dynamiek van het conflict in Darfur veranderen en is een verdere escalatie van het geweld te verwachten. De eerste tekenen hiervan waren te zien op 30 november, toen de regering Arabische kampen in de buurt van de stad Nyala bombardeerden, waarbij burgerdoden vielen.

In juli stemde de VN-Veiligheidsraad in met de inzet in Darfur van een 26.000 man sterke gezamenlijke strijdmacht van de VN en de Afrikaanse Unie (AU), maar tot nog toe heeft de Soedanese regering de legering daarvan gedwarsboomd. Zoals een commentator stelde: „De internationale gemeenschap roept wel hard over Darfur maar heeft nauwelijks een stok achter de deur”. In Europa is veel over sancties gesproken maar het is er niet van gekomen, terwijl vredesbesprekingen in Libië met rebellen die het vredesakkoord niet hadden ondertekend – onder leiding van de VN en de AU – zijn vastgelopen.

Toch zou het vredesproces met enkele vrij eenvoudige, goedkope maatregelen op gang te brengen zijn.

1Alle onderhandelingen dienen plaats te vinden in Darfur, niet in een van de buurlanden want die zijn in verschillende mate allemaal partij in de oorlog in Darfur. Dit zou het dubbele voordeel hebben dat er minder afleiding van buiten is en dat rechtstreeks overleg met de achterban van de bewegingen en de burgerbevolking kan plaatsvinden. Dat dit mogelijk is, bleek in 2005, toen de VS de voornaamste rebellenleiders van de diep verdeelde SLA bijeenbrachten op de basis van de AU in El Fashir.

2Het vredesproces moet worden vereenvoudigd. Op het ogenblik halen de AU/VN steeds meer partijen naar de onderhandelingstafel, zoals vrouwengroepen en lokale ngo’s. Daarmee wordt de aandacht van de hoofdzaken afgeleid. Bemiddelingspogingen dienen zich te richten op die rebellenbewegingen die actieve troepen ter plaatse hebben.

3De AU, de VN en de bredere internationale gemeenschap zouden nauwer en gestructureerder met de rebellen moeten samenwerken. De rebellen zijn vaak niet goed opgeleid, zeer wantrouwend en niet in staat hun eisen te verwoorden. Nodig zijn politieke vertegenwoordigers die lang in Darfur blijven en het vertrouwen van de rebellen winnen, zodat ze hen kunnen helpen een politiek platform te ontwikkelen.

4Samenwerking met prominente leden van de jonge generatie Darfuri is geboden. Het conflict heeft een generatie-element. Jonge mannen uit Darfur vertrouwen hun politieke leiders en stamoudsten niet meer. Het is daarom belangrijk academici en zakenlieden van de jonge generatie te vinden die dichtbij de rebellen staan en uit dezelfde etnische groep afkomstig zijn. Er zijn uitstekende universiteiten in de regio die bereid en in staat zijn deze leiders korte maatopleidingen te bieden.

Er is een belangrijke les te trekken uit het DPA: een overeenkomst die de partijen wordt opgelegd, houdt geen stand. De internationale gemeenschap kan geen duurzame vrede afdwingen maar kan wel nauw samenwerken met de betrokken partijen om ze te helpen deze zelf te bereiken.

Marianne Nolte heeft zich als beleidsmedewerker, onder meer voor het ministerie van Buitenlandse Zaken en de VN, vanaf 2003 bezig gehouden met Darfur.

Leer meer over Darfur via de game darfurisdying.com