Wankel

Ik droomde dat ik een anonieme haiku-dichter doodreed. Het eerste wat ik deed was kijken of iemand het had gezien. Misschien kon ik nog ongezien wegkomen. Bij het ontwaken probeerde ik mijn geweten te sussen met een theorie die verklaart dat een droom niets anders is dan een verzameling willekeurig op elkaar volgende beelden. Het verhaal dat je je bij het ontwaken herinnert, ontstaat doordat je als mens niet anders kunt dan beelden interpreteren. De ruimte tussen de droombeelden is zoiets als de stilte tussen liedjes van een cd die je goed kent. Wanneer een liedje is afgelopen, hoor je in de stilte het volgende nummer al beginnen. Je hoofd loopt vooruit op wat je ziet en vertekent de werkelijkheid.

Het is helaas niet meer na te gaan welke droombeelden het waren die leidden tot het verhaal van de onfortuinlijke dichter. Dan had ik kunnen zien wat mijn gedachten om de beelden heen verzinnen, welke ervaringen ze mij op de mouw spelden. Want sinds ik de dichter doodreed, heb ik het idee dat mijn gedachten me ook overdag een verhaal opdringen dat ontstaat naar aanleiding van beelden die elkaar lukraak opvolgen.

In Rome zag ik drie weken geleden in galerie Monitor een werk van Marinella Senatore. Ze had de kleine gewelfde galerie-ruimte overspannen met een houten brug. Onder de brug kroop mist omhoog, in dikke olie-achtige wolken. Het gaf een warme damp in de ruimte en wanneer je op het hoogste punt van de brug stond, leek de vloer uit de galerie-ruimte weg te zakken. De brug kwam nergens meer vandaan en ging nergens meer heen. Hij overspande de hele wereld en ik waande me de wandelaar boven de zee van mist, zoals geschilderd door Caspar David Friedrich, totdat iemand me toeriep:‘Niet tegen de leuning aan staan!’

Nu zag ik dat de brug niet steviger was dan een maquette en dat ik niet op mijn wandelstok leunde maar op een erg mager latje dat de brugleuning overeind hield.

Afgelopen zaterdag stond ik op een even wankele constructie in De Hallen in Haarlem. Een groot bord waarschuwde ervoor dat betreden op eigen risico was. Het was onmogelijk niet aan de brug van Senatore te denken terwijl ik een van de werken betrad die Erik van Lieshout maakte in samenwerking met de Amerikaan Kelley Walker. Een houten loopbrug die onder mijn voeten kraakte, leidde naar een grote hut waar een film werd vertoond. Tussen de kieren van het wankele bouwwerk zag ik de vloer van de museumzaal. Ik ging ongemakkelijk zitten op een laag stoeltje dat mijn gewicht maar net hield en probeerde me te concentreren op ‘Homeland Security’, een kritische film over de machtswellust van Amerika. Ik zag Van Lieshout op een hilarische manier Michael Moore persifleren maar kon mijn aandacht er niet goed bij houden. Want ik zag dat er steeds meer mensen naar boven kwamen. Het bouwwerk kon op elk moment door de poten zakken. Ik zag hoe de vloer zou scheuren, en we allemaal zouden verdwijnen in een zee van mist.

Ik heb geprobeerd de beelden van Senatore en van Van Lieshout van elkaar te scheiden. Zoals ik heb geprobeerd de beelden in mijn droom te ontleden. Maar er kruipen olie-achtige wolken in mijn gedachten. Ik kan nog maar net een anonieme dichter ontwaren, die met zijn rug naar me toe staat op de hoge rotsen van David Friedrich. Hij probeert zich te concentreren op een film.