Toen de popfoto geen kunst was

Popfotograaf en pionier Nico van der Stam deed nog niets met ‘image’.

Zijn foto’s bieden een mooi verslag van de eerste schreden in de populaire beeldcultuur.

Nico van der Stam begon al vroeg in de jaren zestig met het fotograferen van popbandjes en -muzikanten. Afnemers waren er genoeg voor de nieuwigheid: radio- en tv-gidsen, Hitweek, Aloha, Tuney Tunes, Muziek Express én de Rijam schoolagenda. Enkele voorbeelden: Adamo, The Beach Boys, The Equals, The Four Tops, Herman’s Hermits, The Rolling Stones, The Who, ZZ en de Maskers. Stuk voor stuk zijn ze nu terug te vinden in Yesterday, dat Van der Stams popoeuvre in kaart brengt. De titel is wat obligaat maar toepasselijk – Yesterday: de Beatles natuurlijk. In het boek ontbreken ze, maar dankzij de titel horen ze er toch weer bij.

Van der Stams foto’s zijn niet bijzonder. Althans: niet als foto. Want of het nu gaat om die zo rebelse Who of om de Pearl Sisters die er in hun blauwe avondjurken uitzien als debutanten op het bal, iedereen staat er steevast netjes poserend op. Maar als body of work zijn de foto’s wél bijzonder. Ze zijn een tijdsdocument geworden; een verslag van de eerste schreden in de populaire beeldcultuur.

De vormgevers van het boek – ook de uitgevers – hebben dat verschil goed begrepen. Ze hebben de foto’s niet artistieker gemaakt dan ze zijn. Ze gaven Yesterday een vorm die het midden houdt tussen een kloeke roman en een klein naslagwerk, met leeslint. Jimi Hendrix, Jim Morrison en Janis Joplin: ze zijn er even groot in terecht gekomen als de vergeten Newbeats, Fouryo’s en Freelations. Dat is weldoordacht, want zo blijven ze behoren tot hun tijd, los van latere reputatie of roem – of vergetelheid.

Roel Bentz van den Berg en Sjoerd Kuyper schreven hier en daar korte teksten bij de opnamen. Net als inleider Thomas Verbogt herinneren ze zich een concert, het draaien van plaatjes of een (bijna)ontmoeting met een toenmalig idool. Nostalgisch is het nergens. Het zijn anekdotes over de tijd, geschreven door toenmalige participerende observanten.

Van der Stams foto’s zijn onhandig, schrijft Adriaan Elligens (directeur van het Maria Austria Instituut in Amsterdam, dat de foto’s beheert) in zijn nawoord. Dat klinkt oneerbiedig, maar waar is het wel. Frank Zappa’s Mothers of Invention omvat minstens twee keer zoveel bandleden dankzij het flitslicht dat almaar schaduwen tekent op het huiskamergordijntje in de achtergrond. De Supremes staan als toeristen op een brugje over een hoofdstedelijke gracht. Aretha Franklin lijkt zich vast te klampen aan een schemerlamp. En vertoonde hij niet zo’n brede glimlach, dan was die foto van BB King vast en zeker als mugshot op een politiebureau gemaakt. Het is de onhandigheid die hoort bij de onwennigheid van de pionier. Nu, veertig jaar later, vormt die onmiskenbaar een onderdeel van de charme. Autodidact Nico van der Stam (1925-2000) zou na een jaar of tien worden gepasseerd door een jongere generatie die in levenshouding en beeldgebruik dichter bij het onderwerp stond. Wél bleef hij tot op hoge leeftijd fotograferen, vooral op straat. Ook voor die foto’s (ze bleven buiten dit boek) vond hij altijd een afnemer, al was het een blaadje voor kappers. Hij was een ouderwetse vakman in een tijd waarin fotografen nog niet wisten wat een image was en ook nog geen kunstenaar heetten.

Tentoonstelling loopt t/m 25 maart in Stedelijk Museum Alkmaar. Kijk ook op: www.stedelijkmuseumalkmaar.nl

Yesterday. Popfoto’s van Nico van der Stam. Met teksten van Thomas Verbogt, Roel Bentz van den Berg, Sjoerd Kuyper. Voetnoot, 360 blz. € 25,–