Schoffies op het pirateneiland

Waar winden stedelingen zich over op? In Eindhoven eisen burgers een groot speelpark. Zodat kinderen ergens terecht kunnen, in plaats van rond te hangen.

De bewoners van Eindhoven-Zuid willen een groot speelpark. „Om te voorkomen dat de jeugd gaat zwerven zoals in andere buurten gebeurt. Laat ze lekker spelen in plaats van winkelende mensen bang te maken, telefooncellen te slopen en bushokjes te vernielen”, zegt Ad Baudoin, secretaris van de bewonersorganisatie Burgh. Hij heeft bijna achthonderd handtekeningen ingezameld voor een zogenoemd burgerinitiatief. Dat verplicht de gemeenteraad om binnenkort te gaan praten over het plan om in de wijk een speelpark in te richten. „Er is ruimte genoeg”, stelt Baudoin als hij langs het Bonifatiusplantsoen rijdt. Hier zou een groots avonturenpark kunnen worden aangelegd, met een kinderboerderij, en een podium voor Turkse en Marokkaanse zang en dans. „Een locatie om je vingers bij af te likken.”

Het speelpark zou moeten worden ingericht naar het voorbeeld van De Splinter, een succesvol en meestal gratis toegankelijk speelpark in het noorden van Eindhoven. Het is ongeveer zeven voetbalvelden groot en er komen per jaar 120.000 bezoekers. Er is een verhard voetbalveld. Speeltoestellen waar dikke kinderen kunnen afvallen. Een pirateneiland met uitkijktoren, vijver en vlindertuin. Een bouwhoek voor het timmeren van hutten. ‘Plezier staat voorop’, staat op een bordje. ‘Niet slopen’. ‘Niet gooien’. ‘Niet vechten’. Er zijn geiten en een hangbuikzwijn op de kinderboerderij, niet ver van het zwembad en de peuterhoek. Misschien wel de belangrijkste attractie is een lokaal met twintig computers, om te kunnen gamen en chatten.

Twee beroepskrachten houden toezicht en begeleiden de jeugd, met steun van vele vrijwilligers. Beroepskracht Frans Noordeloos: „Dit park heeft een belangrijke functie voor de jeugd. De straatschoffies zitten allemaal hier. Onder toezicht. Als ze ruziemaken, grijpen we in. Ze moeten zich aan de regels houden. Alas ze dat niet doen, worden ze eruit gezet. Dan kunnen ze ook niet meer computeren. Zo voorkomen wij dat het hangjongeren worden.” Collega Bas van Wielink: „Er komen hier veel jonge kinderen. Maar ook oudere kinderen komen hier graag. Als er ruzie is en we zetten iemand buiten, dan roept zo’n jongen zijn vrienden vaak om ergens anders naartoe te gaan. Dat doen ze dan niet. Hier kun je fatsoenlijk voetballen, zeggen ze dan.” Van Wielink spreekt een jongen aan die verveeld in een speeltoestel hangt. „Moet jij niet naar school?” Nee. De jongen is van school gehaald. Hij gaat werken. „Bij een bedrijf waar ik vorkheftruck leer rijden.”

Het college van burgemeester en wethouders besloot een half jaar geleden géén speelpark in Zuid aan te leggen. Ja, Eindhoven wil een kindvriendelijke stad zijn, aldus het college, en inderdaad zijn er niet veel speeltuinen in dit gedeelte van de stad. Veel bewoners vinden één centrale speelplek zoals De Splinter „heel belangrijk”. Maar het college geeft er de voorkeur aan om eerst de bestaande kleine speelvoorzieningen op te knappen. „Op iedere straathoek een wipkip”, smaalt Bas van Wielink. „Daar hebben de jongeren toch geen behoefte aan?”

Het plan voor een tweede speelpark in Eindhoven stond in het verkiezingsprogram van onder meer oppositiepartij VVD. „We hebben in Eindhoven een sociaal college, maar op dit punt hebben we daar nog niet veel van gemerkt”, zegt raadslid Hanny Jacobs (VVD). Zij noemt het bestaande speelpark „prachtig” en van groot belang voor de verstandhouding tussen verschillende bevolkingsgroepen. „Juist in Eindhoven-Zuid lopen veel witte ouders aan zogenaamd zwarte scholen voorbij. In een speelpark kunnen ze integreren.”

De indruk bestaat in Eindhoven dat aan de voorlopige weigering om een speelpark aan te leggen politiek gekissebis ten grondslag ligt. De collegepartijen zouden geen idee van de oppositie willen overnemen. Maar daar is geen sprake van, zegt fractievoorzitter Gaby van den Biggelaar van de PvdA in de gemeenteraad. „De vraag is niet of De Splinter een prachtige voorziening is. Ik ben er zelf vaak geweest toen mijn kinderen klein waren. Wij zijn er niet principieel op tegen. Maar we willen wel zeker weten of de mensen in de wijk het ook echt willen. Willen ze één centraal speelpark ver van hun huis? Of hebben ze liever speelparkjes op verschillende plaatsen, dicht bij huis? Je stuurt geen kinderen onder de twaalf jaar zelfstandig naar een verder weg gelegen speelpark. We zullen daartussen moeten kiezen. Politiek is de kunst van het afwegen.”

En of een tweede Splinter niet hoogst noodzakelijk is om het aantal hangjongeren te verminderen? Gaby van den Biggelaar: „Laten we elkaar niets wijsmaken. Als er ergens veel overlast is van hangjongeren, dan is het juist in de wijken waar nu De Splinter is.”