Rechterlijke macht

Er zal vanavond een paginagrote advertentie in NRC Handelsblad staan waarin de Hoge Raad wordt opgeroepen de rechtzaak tegen de tot levenslang veroordeelde Haagse verpleegster Lucia de B. te heropenen. De advertentie is een initiatief van de Leidse wiskundige Richard Gill en de Leidse bioloog Maarten ’t Hart. Verder hebben 850 mensen deze oproep ondertekend, onder wie 200 prominente wetenschappers.

Als ze mij hadden gevraagd, zou ik die advertentie dan ook hebben ondertekend? Nee, al was het maar omdat ik de zaak tegen Lucia de B. alleen maar zo’n beetje heb gevolgd via de kranten en mij op geen enkele manier bevoegd acht mij een oordeel aan te meten over de procedures en de bewijsvoering.

Maar ook om een principiële reden zou ik hebben geweigerd te tekenen. Er is iets raars met zo’n advertentie. In feite komt het erop neer dat de rechterlijke macht wordt opgeroepen de juistheid van de rechtgang te bewaken. Het is net zoiets als dat je in een paginagrote advertentie de artsen oproept om mensen te genezen.

De ondertekenaars zijn ervan overtuigd dat de rechterlijke macht fouten heeft gemaakt in deze zaak. Daar zullen ze misschien goede redenen voor hebben, dat kan ik niet beoordelen. Maar in de rechtstaat is ook in ruime mate voorzien in procedures voor het geval er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat er bij eerdere veroordelingen fouten zijn gemaakt. De Hoge Raad is bevoegd om dat te beoordelen. Het is raar om de Hoge Raad op te roepen zijn werk te doen. Nog raarder is het om bij voorbaat op te roepen tot een specifieke uitkomst van dit proces van afweging.

Het is een modeverschijnsel. Iemand hoeft maar met zijn initialen in de krant te komen of er is een kluit verontwaardigde burgers die als een soort Maurice de Hond precies weten dat het moordwapen in de grafkist ligt en schande roepen dat de rechterlijke macht haar werk niet doet omdat zij weigert naar hen te luisteren. Zij hebben de pretentie dat zij ervoor zorgen dat de rechter zijn werk naar behoren uitvoert, maar in feite bereiken ze met hun achterdocht precies het tegenovergestelde.

Ilja Leonard Pfeijffer

Dichter en romancier.