Privé-kwestie die een rel werd

Het ‘dumpen’ van een geadopteerde dochter diplomatenechtpaar werd een rel.

Om begrip te kweken komen ze met een verklaring.

Een ernstige vorm van bindingsangst. Dat is volgens het Nederlandse diplomatenechtpaar de reden dat zij hun zevenjarige geadopteerde dochter uit huis hebben laten plaatsen. In een verklaring schrijven zij dat, nadat in 2004 die diagnose werd gesteld, ze met intensieve gezinstherapie hebben geprobeerd tot genezing te komen. „Tot onze grote teleurstelling werd de situatie niet beter, integendeel, de situatie werd slechter en de rest van het gezin begon daar sterk onder te lijden.”

Begin deze week ontstond commotie nadat verschillende Aziatische kranten schreven over een Nederlands diplomatenechtpaar uit Hongkong dat de geadopteerde dochter Jade had overgedragen aan de autoriteiten in Hongkong. Het echtpaar zei van het meisje af te willen omdat het moeite had zich aan te passen aan het gezinsleven en de eetgewoonten. Het echtpaar adopteerde het Zuid-Koreaanse meisje in 2000 toen zij vier maanden oud was. Zij hadden toen al een zoon, nu 14 jaar, en kregen na de adoptie van Jade een tweede zoon.

Woensdag werd duidelijk dat het gaat om consul Raymond Poeteray, werkzaam aan de Nederlandse ambassade in Hongkong en zijn echtgenote Meta. Aanvankelijk wilde het echtpaar niet reageren. Het zou gaan om een privé-kwestie. Maar gisteren kwam het met een verklaring, die De Telegraaf afdrukte: „De reacties in Nederland zijn zo heftig dat we er behoefte aan hebben deze situatie uit te leggen, in de hoop daarmee enig begrip te kweken.”

Law Chi Kwong, hoogleraar aan de sociale faculteit van de universiteit van Hongkong, zei in NRC Handelsblad ervan uit te gaan dat het kind niet kampt met een cultuurschok. „Ze hebben haar geadopteerd toen ze een baby was en zijn verantwoordelijk voor de geestelijke en culturele ontwikkeling van het kind. Hoe kun je dan zeggen dat het kind zich niet kan aanpassen? Het is te gek voor woorden.”

Het echtpaar ontkent in de verklaring ‘formeel’ afstand te hebben gedaan. „Wij zijn de ouders van Jade en voelen ons volledig verantwoordelijk voor haar welzijn en dat zullen we ook altijd blijven.” Volgens de verklaring werd de situatie in 2006 zó onhoudbaar, dat „in het belang van Jade” werd besloten tot een tijdelijke uithuisplaatsing waarbij ouders en dochter geen contact meer hadden. „Dit was voor ons een zeer pijnlijk en droevig moment”, schrijft het echtpaar, „maar we zagen geen andere mogelijkheid. De therapie voor ons gezin en onze dochter wordt tot op de dag van vandaag voortgezet.” Het echtpaar zegt te hopen dat het kind nog teruggeplaatst kan worden, hoewel specialisten denken dat dit misschien niet meer mogelijk is.